Imagine (3): Portmanteau en de post-apocalyps
Southbound + Pandemic

Southbound

In navolging van Kaj zal ik de komende dagen eveneens verslag doen van Imagine. Mijn eerste artikel besteed ik aan twee relatief low-budget Amerikaanse films, de één een tamelijk unieke kijk op de portmanteau-film en de ander horror met de nodige actie, in zijn geheel vanuit het perspectief van een first-person shooter. Het zijn beiden titels die qua aanpak en onderwerp behoorlijk van deze tijd zijn, maar zijn ze ook de moeite van het bekijken waard?

Southbound: losse verhalen vormen een geheel

Met het cultsucces van Trick or Treat (2007) en de V/H/S-films (al was het derde deel van die trilogie een ontzettende tegenvaller) is portmanteau-horror weer in de schwung geraakt. Losse verhalen die samen een geheel vormen, vaak rondom een specifiek thema. Southbound (2015) pakt het ietwat anders aan, de verhalen zijn dan wel degelijk los van elkaar te zien maar gaandeweg wordt duidelijk dat in deze curieuze wereld toch een lopende lijn te vinden valt. De verschillende losse hoofdstukken gaan naadloos in elkaar over terwijl ieder segment toch door een andere regisseur gefilmd is. Het is een gewaagde opzet die qua vorm sterk doet denken aan notabene het debuut van Richard Linklater: Slacker (1991), de film begint bij bepaalde personages en gaat daarna vrolijk verder met totaal andere figuren die de film verder op gang helpen. Omdat er verscheidene filmmakers aan het project meewerken, en er is tegenstelling tot andere portmanteau-horrorfilms geen kort tussenliggend plot is wat de boel bij elkaar houdt, is het moeilijk om precies na te gaan waar de ene regisseur eindigt en de ander begint. Het maakt de overgangen soms ook wel erg toevallig, wat gaandeweg problematischer wordt zodra er een twist wordt aangekondigd.

Want zonder in al teveel details te treden, lijkt Southbound misschien nog wel het meest op Pulp Fiction (1995). Een wat vreemde vergelijking, maar na het zien van Southbound vallen de narratieve gelijkenissen erg op. Extra wonderlijk is dat zo’n beetje alle losse hoofdstukken beginnen en eindigen met een DJ die via de autoradio extra informatie verschaft en een soort van rode lijn speelt, een beetje in de trant van de DJ in Tarantino’s debuut Reservoir Dogs (1992). Hier en daar is Southbound best effectief en werkt de zwart-komische toon over het algemeen best op de lachspieren, maar al te bijzonder is de film uiteindelijk niet. De twist is daarbij aan de ene kant zo fantastisch en ridicuul als maar zijn kan en zal dus lang niet bij iedereen in de smaak vallen, aangezien het nogal uit de lucht komt vallen en wel erg vergezocht is. Een curiositeit, maar binnen dit subgenre van horror zijn er veel interessantere films te ontdekken.

Pandemic

Pandemic: 28 Days Later… ontmoet de first-person shooter

Imagine heeft dit jaar maar liefst twee gewelddadige en actie-georiënteerde films geprogrammeerd met als uitgangspunt het vertalen van de zo populaire first-person shooter van de game-wereld naar het witte doek. Hardcore Henry (2016) is de meer bombastische mainstream-film terwijl Pandemic (2015) het met veel minder middelen probeert te doen. Net als in 28 Days Later… (2002) is in Pandemic een grootschalig virus uitgebarsten dat ervoor zorgt dat de mensheid verandert in een soort zombie. New York is inmiddels vergaan en het virus dreigt nu Los Angeles totaal te overmeesteren. Een viertal wordt in de buitenwijken van Los Angeles op pad gestuurd om nog niet besmette inwoners te redden en naar de zogeheten safe zone te brengen. Weinig verrassend loopt dit lang niet vlekkeloos.

Als game onderscheidt de first-person shooter zich door de constante actie en intense energie, neem klassiekers als Doom en Unreal bijvoorbeeld. Die continue intensiteit werkt geweldig op je computerscherm, maar op een groot bioscoopscherm gaat het al vrij snel op de zenuwen werken en is de shaky-cam lang niet altijd een pretje. Regelmatig – mede doordat een groot deel van de film zich ‘s nachts en in donkere gangen afspeelt – heb je nauwelijks een idee wat er gaande is en de luide schrikeffecten komen dan extra goedkoop over. Het is vooral veel geschreeuw, gegil en geren terwijl de camera eindeloos lang het perspectief van de eerste persoon aan blijft nemen. Wat duidelijk aan Pandemic ontbeert is de zo ijzige spanning die 28 Days Later… of de [REC]-films zo geslaagd en doodeng maakt. Pandemic brengt wat dat betreft weinig nieuws of extra’s en de depressieve toon laat te wensen over. Toch valt er waardering op te brengen voor de manier waarop de filmmakers ondanks een klein budget het toch presteren om Los Angeles er desolaat uit te laten zien en fans van de hit-serie Game of Thrones (2011-) zullen in Alfie Allen (Theon Greyjoy) een bekend gezicht herkennen. Uiteindelijk blijft het toch nauwelijks verwonderlijk waarom het zo specifieke game-genre in bioscoopformaat niet of nauwelijks aandacht krijgt.


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel