Mountains May Depart (2015)
De erosie van Chinese familiewaarden

Je kunt het hedendaags China alleen begrijpen als je de taal spreekt, de cultuur en geschiedenis in ogenschouw neemt en de verschillende etnische groepen hun plek geeft. Het is daarom niet verwonderlijk dat de uitstekende VPRO-documentairereeks Langs de oevers van de Yangtze afgelopen anderhalve maand een kijkcijferkanon bleek te zijn. Als het niet de professioneel geschoten foto’s van presentator Jan Terlou waren, dan was het wel zijn vrijwel vloeiende Mandarijn waarmee hij op de gewone burger afstapte en de harten van de kijkers veroverde. De Chinese regisseur Jia Zhangke behandelt hetzelfde onderwerp: de razendsnelle modernisering van China en welke maatschappelijke ontwrichtingen dat met zich meebrengt.

Waar de insteek van de Jan Terlou, immers vanaf dag een onder toezicht van een door de regering aangewezen reisbegeleider, hoofdzakelijk antropologisch blijft en de kritische noten slim worden verpakt in empathie of persoonlijke ontsteltenis, is de cinema van Jia Zhangke gewaagder te noemen: A Touch of Sin (2013) bleek een bijzonder gewelddadige afrekening met de verloochening en vercommercialisering van de Chinese geschiedenis. Mountains May Depart is daartegenover minder pijnlijk en confronterend, maar meer romantisch en zachtmoedig van aard. Toch word het zijn meest ambitieuze werk uit zijn loopbaan genoemd. In hoeverre is dat terecht?

Het grote verschil met zijn vorige films is dat Jia Zhangke’s maatschappelijke spiegel ons dit keer niet alleen de scherven van het heden toont of de eerste barsten in het verleden, maar ook speculeert wat het betekent als de Chinese identiteit onherroepelijk versplinterd raakt. Mountains May Depart begint namelijk redelijk onbezorgd in 1999, schakelt door naar de breuk in het heden en eindigt met de ongewisse toekomst van 2025. We volgen hiervoor Jia Zhangke’s muze en vrouw Zhao Tao die eerst overtuigend als jong provinciemeisje – dat het hof wordt gemaakt door twee minnaars – maar later ook als moeder het kloppend hart van de film vormt.

Het is niet moeilijk om te zien dat de ene minnaar als mijnwerker voor de onderklasse en het verleden staat en de ander als fabriekseigenaar voor de nouveau riche en de toekomst van China. Althans, dat is de Chinese droom die de fabriekseigenaar Tao graag voorhoudt. In het tweede, maar vooral derde deel verschuift het perspectief. Het is alsof Jia Zhangke wil zeggen dat de oude generatie het heeft verknald door zich enerzijds in te schikken en anderzijds verbitterd te raken, maar de nieuwe generatie nog minder in staat is de handreiking te maken. Door het onvermogen het verleden onder ogen te komen raakt iedereen steeds meer verloren in de eigenaardige, interculturele kruisbestuiving van de nabije toekomst.

Het zijn interessante thema’s die Jia Zhangke aansnijdt, maar hij weet ze alleen niet overtuigend uit te werken: het plot verzandt vanaf de helft steeds meer in een richtingloos melodrama. Een voorbeeld is de rol van Tao’s vader: het verdriet bij zijn overleden mist niet alleen de impact op haar zoontje, maar ook op de kijker doordat het te veel als een dramatische noodgreep voelt. Een ander voorbeeld is de romantische relatie uit het derde deel die in een pijnlijk soort psychoanalyse blijft steken. Het einde voelt, mede door het ongemakkelijke Engels dat zijn intreden doet, alsof de toekomst zich slechts laat kennen als een mondiale soapopera.

Het slotakkoord blijft daarmee te schetsmatig, ondanks de beloftevolle opening. Uiteindelijk ontbreekt de noodzakelijke confrontatie, het essentiële ingrediënt dat zijn vorige film wel zo actueel maakte. Deze wordt met de slotscène, die geruisloos aansluit op de openingsscène, slechts beantwoord als een symbolische echo die staat voor de hoop en gemis van het verleden:

(Together) We will fly so high
(Together) Tell all our friends goodbye
(Together) We will start life new
(Together) This is what we’ll do

★★★☆☆


Onderwerpen: , , ,


Reageer op dit artikel