One, Two, Three (1961)
Wervelstorm door Berlijn

15 april 2016 · and · Kritiek + Sa-lol Indien

Nog tijdens het filmen van One, Two, Three in Berlijn verrees plotseling de Berlijnse Muur. Spijtig voor Billy Wilder en co, want de Koude Oorlog-komedie was daarmee al voor de première door de actualiteit ingehaald. Met de Muur werden de verhoudingen in Berlijn op scherp gezet; de frivole interactie in One, Two, Three tussen Oost en West deed weinig recht aan de ernst van de situatie, zo vond het publiek. Het resultaat was een commerciële flop, die bovendien lange tijd met censuur in diverse landen te kampen had. Toch volgde een comeback, en wordt het inmiddels tot het beste werk van Billy Wilder gerekend. Uiteenlopend enthousiasme is er ook bij de Salon Indienredacteuren, zo bleek toen Erwan en Rik de film opnieuw keken.

Rik: One, Two, Three is, naast zijn Koude Oorlog-thematiek, vooral beroemd om zijn snelheid. Billy Wilder vond niet zo zeer de inhoud grappig, het was de snelheid die tot hilariteit moest leiden. Dat eerste klopt wat mij betreft wel. De film zit vol inside jokes die hooguit kenners en contemporaine kijkers opgepikt zullen hebben (spot de verwijzingen naar James Cagney-films!). Veel grappen gaan natuurlijk over kapitalisme en communisme, afgezet tegen het nieuws van die jaren, zoals de Cubacrisis. Vandaag de dag zegt dat de kijker simpelweg te weinig om daar echt om te kunnen lachen. De grapjes zijn soms slim gevonden, maar het is het soort intellectuele humor waar je hooguit een beleefde glimlach voor over hebt. Aan de andere zijde van het spectrum is er veel slapstick, die een motor vormt voor de razende snelheid van de komedie.

Erwan: Ondanks dat de wellicht wat gedateerde grappen niet altijd geslaagd zijn, blijft One, Two, Three toch echt tijdloos vanwege het genadeloze tempo dat alleen maar toeneemt. De ongelooflijke snelheid van dialogen is iets wat je tegenwoordig op zijn best (en soms ook op zijn slechtst) misschien alleen nog maar terugziet in de films geschreven door Aaron Sorkin. Mede door dit tempo is de film uiteraard alles behalve subtiel. Het duidelijkst komt dit naar voren bij het personage Otto, een overdreven aanhanger van het communisme en jonge tegenhanger van MacNamara. De discussies tussen de twee zijn wat mij betreft hilarisch doch ook eenzijdig. Hierbij moet je niet vergeten dat Wilder decennia eerder naar de Verenigde Staten emigreerde om juist dit soort repressie te ontvluchten. Sterker nog, de grappen die in de film vervlochten zijn rondom nazisme behoren wat mij betreft tot de sterkste en slaan nog steeds aan. Gelukkig is One, Two, Three meer dan enkel razendsnelle humor en is de verbeelding van post-WOII Duitsland indrukwekkend. Het is dan wel niet zo intens en destructief ogend als bijvoorbeeld Germany Year Zero (1948) of The Third Man (1949), maar de gevolgen van oorlog zijn duidelijk zichtbaar en dat maakt de film tot een razend interessant tijdsdocument.

Rik: Die enorme snelheid kan niet maskeren dat er wel erg veel herhaling zit in de grappen, waardoor de film paradoxaal genoeg soms traag aanvoelt. Hoe vaak kwam wel niet de grap over de voor MacNamara in het gelid tredende kantoorafdeling terug? Of de koekoeksklok? Of de met elkaar smoezelende Russen? De gehele episode waarbij Otto van communist wordt getransformeerd tot kapitalist is zelfs een wel 20 minuten durende aaneenrijging van melige variaties op dezelfde grap over westerse decadentie vs communistische soberheid. Ik werd er nogal flauw van. De complete cast lijkt wel over zijn toeren, wat eigenlijk alleen in het geval van James Cagney een memorabele performance oplevert, en verder eerder irritatie. Ik voel wel met je mee dat het, zeker met Wilders achtergrond, een interessante blik op een gecompliceerd stuk geschiedenis oplevert. Het is spijtig dat de productie door de actualiteit werd ingehaald. Wat had Wilder er van gemaakt als hij na de bouw van de Muur gestart was? Iets meer grimmigheid had de film goed gedaan, denk aan scherpe dialogen zoals die in Wilders noirfilms terug te zien zijn. Dan had de film pas echt een impact kunnen hebben die nu nog zou resoneren.

Erwan: Het is zeker zo dat er ontzettend veel herhaling in de humor zit, maar dat is nu net een aspect van komedie wat ik erg kan waarderen. Neem Groundhog Day (1993) die ook een ontzettend simpel concept pakt en het zover mogelijk uitmelkt door middel van herhaling. Toegegeven, One, Two, Three neemt op bepaalde momenten wel erg veel vrijheid met herhaling (MacNamara’s “next” kan bij sommigen op een gegeven ogenblik best op de zenuwen werken). Wat extra diepgang en serieuze dialogen had het geheel meer cachet kunnen gegeven, maar het was Wilder inderdaad niet zozeer om de inhoud te doen. En met de aanwezigheid van de Muur hadden de makers met dit verhaal geen kant op gekund vrees ik. Voor een beter lopend verhaal zijn Some Like It Hot (1959) en The Apartment (1960) van zijn hand allicht beter te behappen. Bijkomend aspect is dat komedie misschien wel het meest persoonlijke (film)genre is. Wat de een ontzettend grappig vindt, is dat voor de ander niet. Als de humor van One, Two, Three je nauwelijks bevalt, is er echter weinig anders om op terug te vallen. Dit is geen film met de verschillende locaties, wendingen of stijlen als Some Like It Hot.


Onderwerpen: , , ,


Reageer op dit artikel