The Savage Innocents (1960)
Quinn the Eskimo toonbeeld van primitieve mannelijkheid

Een buitenbeentje ben je niet, dat word je. Zo lijkt het te gaan wie de outsiders in het klassieke Hollywood tegen het licht houdt. Dat profiel gaat zeker op voor een van de bekendste buitenbeentjes van naoorlogs Hollywood: Nicholas Ray. Hij startte eind jaren 40 met formulefilms, veelal film noirs, soms wel vier per jaar. Na een aantal onderscheidende melodrama’s als Johnny Guitar (1954), Rebel Without A Cause (1955) en Bigger Than Life (1956) volgde een steeds onevenwichtiger wordende output waarmee hij zich meer en meer afkeerde van het Hollywoodse keurslijf.

Iets van die drang de eigen weg te gaan, te keren tegen conformisme, is altijd terug te zien in Ray’s films. In titels als Rebel Without a Cause en Bigger Than Life vormt het zelfs het dramatische zwaartepunt van de film, met protagonisten die trachten te ontkomen aan de drukkende burgerlijkheid van de opgeruimde jaren-50-maatschappij. Die maatschappij levert zwakke mannen op, die slechts door middel van een geëscaleerde medicatiekuur hun ruwe mannelijkheid herwinnen (Bigger Than Life). In Johnny Guitar is het man/vrouw-model zelfs geheel omgegooid en zijn het de vrouwen die de dienst uit maken.

In The Savage Innocents zag ik, misschien wel voor het eerst bij Ray, de mannelijkheid eens niet onder druk staan. Sterker nog, dit portret van een Eskimo-gemeenschap is bepaald vrouwonvriendelijk te noemen, wanneer bekeken met de door Westerse normen en waarden gevormde blik. Het aan elkaar uitlenen van vrouwen is een blijk van waardering, en weigering daarvan een affront. De vrouwen accepteren het allemaal maar goedlachs.

Het is voor de ongeïnformeerde kijker onmogelijk op een antropologische manier te kijken naar deze film, al was het maar omdat Anthony Quinn opduikt als Inuk en ook de andere acteurs weinig weghebben van authentieke Inuiten. Toch bestaat de film voor groot deel uit een quasidocumentair verslag van de dagelijkse beslommeringen in en om de iglo.

Minder dan om de details van huishoudelijke aard, draait het om hoe de mensen met elkaar samenleven. Een van de eerste dingen die we over Inuk leren is dat hij een verstokte vrijgezel is, terwijl de gangbare norm voor Eskimomannen is dat vrouwen volstrekt inwisselbare gebruiksproducten zijn. Daar onttrekt de overigens niet al te gesofisticeerde Inuk zich aan, op een gegeven moment sticht hij zelfs een gezinnetje. Wanneer er zich Westerlingen aandienen stelt dat de hele manier van (samen)leven op de proef.

Op dat moment wordt ook duidelijk dat die wat onbeholpen, lange aanloop zijn functie had. Of de Eskimo-samenleving adequaat neergezet wordt is minder van belang. Met de kennis van Ray’s eerdere films zal het veel meer te doen zijn geweest om een gedachte-experiment: hoe zou een kleine, geïsoleerde gemeenschap functioneren, zonder de ingesleten conventies van een burgermaatschappij? De uitgestrekt sneeuwvlakten, in Ray’s favoriete cinemascope-formaat, fungeren als een tabula rasa waarop alles nog mogelijk is.

Niet zo verwonderlijk dat je daarmee de Westerlingen als vreemde indringers gaat zien en het westerse pakket aan normen en waarden dat ze meebrengen als iets exotisch. Toch wordt de Eskimo-samenleving niet als een te verkiezen alternatief gepresenteerd. Inuk en de zijnen zijn geen noble savages, maar primitievelingen waar we soms een beetje om moeten lachen en iets vaker de wenkbrauwen bij optrekken. En, zoals gezegd, de omgang met vrouwen zal bij weinig vrouwelijke kijkers de handen op elkaar krijgen. Maar het zijn mannen die ongeremd leven en in zoverre voor Ray ongetwijfeld voor een bepaald ideaal stonden.


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel