Where to Invade Next (2015)
Michael Moore dwars door sprookjesachtig Europa

23 maart 2016 · · Kritiek + Première

Michael Moore in Where to Invade Next

Wie dacht dat met een titel als Where to Invade Next, Michael Moore’s nieuwe documentaire over de zoveelste oorlog van de Verenigde Staten gaat heeft het mis. De satirische twist wil dat de filmmaker Europa (en Tunesië) doorkruist op zoek naar waarden die in Europa van kracht zijn, maar in de Verenigde Staten dan wel afwezig of verloren. Moore’s gebruikelijke komische verontwaardiging is volop aanwezig, evenals trouwens zijn wat sprookjesachtige kijk op het continent.

Vanaf het begin van zijn veelbesproken carrière is het Michael Moore’s kruistocht om een spiegel te werpen op de Amerikaanse droom. Waar het eind jaren tachtig nog allemaal relatief kleinschalig begon met een blik op de overigens nog altijd gaande teloorgang van Flint, Michigan in het uitstekende Roger and Me (1989), kregen zijn documentaires een grootschalige wending in het nieuwe millennium met onder meer het Oscarwinnende Bowling for Columbine (2002) en winnaar van de Gouden Palm Fahrenheit 9/11 (2004), beiden films met een wereldwijd succes en grote verhalen als wapengeweld en nutteloze oorlogen. Where to Invade Next is wat dat betreft lichter van aard en ook minder urgent.

Het lijkt wel of dat Michael Moore vermoeid is geraakt door zijn strijd tegen het machtige politieke systeem in zijn eigen land en maar heeft besloten om dat rustieke en vergelegen Europa onder de loep te nemen, een werelddeel waar nog wel respect voor de burger en relatieve rust aanwezig is. Moore laat echter achterwege dat ook en misschien wel juist de afgelopen jaren in Europa een flinke ruk naar rechts gemaakt is en we (deze week nog) hebben te maken met aanslagen en angst. Het idyllische beeld dat Moore van Europa schetst komt wat dat betreft nogal bizar en vreemdsoortig gedateerd over.

Moore’s aanpak in Where to Invade Next is om met Amerikaanse vlag en al verschillende Europese landen aan te doen en te onderzoeken hoe zij nu om gaan met kernwaarden als werk, onderwijs en justitie. Helaas doet Moore het voorkomen alsof Europa één groot pretpark is, een paradijs op aarde. Neem Italië waar je twee maanden doorbetaalde vakantie kan nemen (om nog maar over de dertiende maand te zwijgen) en waar arbeiders tijdens de lunch naar huis gaan om daar urenlang de heerlijkste pasta’s naar binnen te werken. Of Frankrijk waar zelfs scholen in arme wijken vanuit het oogpunt van Moore een lustoord zijn waar kinderen een lunch krijgen voorgeschoteld die niet onder doet voor een sterrenrestaurant uit de Michelin-gids, met als krankzinnig intermezzo het moment dat een van de leerlingen geen idee heeft wat Coca Cola is (kom op, Moore!). En Noorwegen waar een zware gevangenisstraf meer lijkt op een langdurige spa dan vastzitten in een kleine cel.

Where to Invade Next

Uiteraard zit er heus wel waarheid in de visie van Moore en zeker ten opzichte van hoe er in de Verenigde Staten wordt omgegaan met dit soort belangrijke onderwerpen hebben we het hier helemaal niet slecht, maar enige nuance is op zijn plaats. En dat laatste mist broodnodig en is misschien ook wel het punt waarop Michael Moore zo blasé is geraakt. Wat de filmmaker zo goed en intrigerend maakte in het verleden was juist zijn vermogen te confronteren. Niet alleen de kijker, maar ook zijn onderwerp. De onvergetelijke beelden uit Bowling for Columbine zodra Moore besluit wapen-protegé Charlton Heston op te zoeken en het toonbeeld van klassiek Hollywood-machismo wegzet als ontzettend zwak en pietluttig. Denk aan Fahrenheit 9/11 wanneer Moore Amerikaanse politici interviewt en ze botweg confronteert met het feit dat ze soldaten naar de dood sturen terwijl hun eigen kinderen veilig thuis blijven. Of Roger and Me en de persoonlijke woede die zo aanwezig is, Moore komt immers uit Flint en is begaan met zijn stad.

Het is frappant dat Moore in Roger and Me eindeloze pogingen onderging om de CEO van General Motors te spreken en nooit slaagde, maar in Where to Invade Next beste vriendjes lijkt met de CEO van Ducati, hem zelfs mag interviewen op de werkvloer. Heus, de warme Italiaanse houding van deze man is mooi om te zien maar op geen moment stelt Moore een kritische vraag of piekert de regisseur over de hoge werkloosheid. Het is allemaal te eenzijdig, bijna als in een droom.

Het is een probleem dat ik ook al met Sicko (2007) had, zodra Moore zijn eigen land verlaat en de rest van de wereld (vooral Europa) aanpakt is die zo fijne kritische en confronterende bril plotseling foetsie. Het is voor de Amerikaanse kijker wellicht een welkome boodschap want laten we wel zijn, er zijn maar weinig ontwikkelde volkeren die zo weinig van de wereld weten als de Amerikanen. De conclusie en ook volledige bestaansrecht van de film is, weinig verassend, ook niet hoe Europa er voor staat, maar hoe de Verenigde Staten dit allemaal uit handen heeft laten glippen. De waarden en verhalen die Moore tevoorschijn haalt zijn immers bijna allemaal verloren Amerikaanse ideeën. Maar voor ons komt het bijna over als parodie, het sprookje dat Europa heet maar in het echt niet of nauwelijks bestaat. Where to Invade Next is een documentaire met het hart echt wel op de goede plek en Michael Moore heeft absoluut de beste bedoelingen, maar beter beperkt hij zich tot waar hij zoveel verstand van heeft: de teloorgang van de Amerikaanse droom.
★★☆☆☆


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel