De Dekaloog (2/2)
Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben

30 augustus 2008 · · Kritiek

Een jongen en zijn vader vermaken zich door een computer lastige rekensommen op te laten lossen. Wanneer het buiten vriest, en de jongen wil gaan schaatsen, berekent zijn vader met de computer of het ijs dik genoeg is – de afloop laat zich raden. Kieslowski verplaatst het eerste gebod in een mens versus machine thema, ‘vertrouw op je eigen verstand’, en verwijt de mensheid haast teveel op computers te vertrouwen en daarmee het ongeluk op zichzelf af te roepen.

Op soortgelijke wijze gaat Kieslowski keer op keer te werk. Binnen de haast fundamenteel troosteloze groep mensen plaatst hij de tien geboden op een uiterst subtiele wijze, iets waar veel filmmakers nog van kunnen leren. Het is een introvert geheel, de personages spreken weinig en van geuite emoties is amper sprake. Maar waar het extravagant uiten van emoties of acties vaak leidt tot een overdaad aan sentiment of een entertainmentwaarde die boven de gebeurtenissen uitstijgt, slaagt Kieslowski erin om met minimale middelen de situatie bijzonder kundig te projecteren op de kijker.

Iemand die aan de haal gaat met de Bijbel vraagt onontkoombaar om een reactie van de kerk. De Dekalog werd gezien als een die haar moraal predikte, maar deze opmerking getuigt eerder van de naïviteit van het geloof dan van een zinnig inhoudelijk woord over de cyclus. God is in het Poolse wooncomplex nergens te bekennen, God is dood. Het zijn de in de Bijbel aangekaarte principes van het leven die hier deel uit maken van de dagelijks praktijk. Hoewel het afwijken van de principes leidt tot fatale gevolgen, is de Dekalog (1989) verre van predikend. Het is een registratie van het tragische verloop van levens, het is een werk waar de aanwezigheid van een god niet eens discutabel is.

Kieslowski is zelden openlijk kritisch en omzeilt moralisme, maar de Dekalog geeft de kijker wel een ander zicht op de wetten van het leven. Om een voorbeeld te geven uit de zesde episode, die ik vorige week ook besprak: het gebod ‘Gij zult niet doden’ staat haaks op een moordenaar die zelf uiteindelijk tot de dood veroordeeld wordt in de rechtszaal. Zo zit de cyclus vol met interessante contradicties, zowel in de acties van de personages als in de symboliek die af en toe op komt duiken.

De afleveringen zelf mogen dan niet allen even sterk zijn, er valt altijd wel wat te genieten. Visueel is het niet overal even strak, maar er wordt zo af en toe geëxperimenteerd met stijlen die in de latere Trois Couleurs-trilogie aanwezig zijn. Wat in elke aflevering duidelijk wordt, is de verhaaltechnische kundigheid van scenarioschrijver Piesiewicz, met als hoogtepunt het zesde en zevende deel. Deze zijn overigens beide verwerkt tot speelfilms, respectievelijk A Short Film About Killing (1988) en A Short Film About Love (1988). Ik ben er echter een voorstander van om de Dekalog in zijn geheel te zien, om deze volledig tot zijn recht te laten komen. De bijna tien uur film zijn een onmiskenbare verrijking aan de moderne cinema.


Onderwerpen: ,


Reageer op dit artikel