Puffball (2007)

30 september 2008 · · Kritiek

Het is altijd pijnlijk als regisseurs na verloop van tijd de weg flink kwijtraken. Zeker als ze behoren tot helden van de oude garde. Peter Greenaway is al een aantal jaar meer bezig met stijloefeningen dan het maken van boeiende cinema, Godards meest recente uitingen zijn voor een aantal mensen zeer moeilijk te verhapstukken (terwijl een kleine kring zijn recente werk looft) en Wim Wenders maakt tegenwoordig pastiches van zijn eigen werk. Nicolas Roeg was ook al een flink aantal jaren aan het aanmodderen op tv waar hij voornamelijk “artistieke porno” maakte, evenals een verfilming van een bijbelverhaal. Mijn hart sloeg dan ook sneller over toen ik hoorde dat hij bezig was met een nieuwe bioscoopfilm. Bij het zien van Puffball werd het me helaas steeds duidelijker dat ook Roeg bijgeschreven kan worden in het lijstje van helden die de weg kwijt zijn.

Puffball vertelt over een echtpaar dat vertrekt naar een klein dorpje ergens in Groot-Brittannië. Wat volgt is een totaal chaotische vertelling over een kindloze maniakale buurvrouw die met behulp van een magische paddestoel en hekserij zwanger probeert te worden en daarnaast ook nog haar buurvrouw behekst. Het onnavolgbare plot is niet het ergste in deze film. Het ergste is te zien dat Roeg probeert terug te grijpen naar de dingen die hem groot hebben gemaakt, maar daarin totaal de plank misslaat. Puffball is een slappe kopie van ouder werk waarbij de goedkope uitstraling van de film ook niet meehelpt. Het is jammer om te zien dat Roeg’s paradepaardje, de montage, nergens echt bijzonder is, en de chaotische structuur van de plot ook niet kan verhullen.

Bij vroegere films van Nicolas Roeg zat een deel van de onweerstaanbaarheid in het mixen van thematiek als dood, erotiek, religie, relaties en een vleugje sci-fi. Ook in Puffball zijn deze elementen aanwezig. Waar de seksscène van Don’t Look Now echter het schoolvoorbeeld was van het smaakvol en passievol filmen van een erotische scène, bestaat Puffball voornamelijk uit plat neuken. De structuur van de film bestaat uit seks, horror, seks, horror, seks, horror, seks, ruzie, seks, ruzie, seks, horror, ruzie, seks enz. En het ergste, de seks is nergens passievol, de seks is bloedeloos. Inclusief de close-ups van penetratie. Nog erger zijn de platte fallussymbolen (voornamelijk paddestoelen) en andere niet-zo-subtiele verwijzingen naar seks. Vroeger wist de beste man nog hoe hij een mooie beeldvergelijking moest maken. Hier moeten we het doen met een vaginale stenen donut, een paddestoel die lijkt op een zwangere buik en de eerder genoemde fallussymbolen. Het is eerder lachwekkend dan indrukwekkend.

Het enige wat de film naar een hoger plan trekt is het acteerwerk van Miranda Richardson. Ze steekt met kop en schouders boven de rest van de cast uit, en levert een indrukwekkende rol als de maniakale buurvrouw. De rest van de kast bestaat uit geile typetjes en boze enge heksvrouwen, die opkomen dagen in b-film-nachtmerries. Ik heb mijn best gedaan om de film goed te vinden. Er zijn een aantal momenten die beklijven, voornamelijk dankzij Richardson, maar verder is het een vage schaduw van de dingen die Roeg vroeger maakte. De film bestaat voornamelijk uit onbegrijpelijke keuzes, banaliteiten en zweverige voodoo. Waar de recente films van Wenders, Godard en Greenaway nog op een bepaalde manier wisten te beklijven is Puffball vooral pijnlijk om te zien.


Onderwerpen:


Reageer op dit artikel