Vinyl (1965)
Kwaliteit en kwantiteit

16 december 2008 · · Kritiek

‘Andy Warhol. Vinyl. What are you gonna do with it? We’ll do whatever comes along.’

Anthony Burgess schreef in 1962 A Clockwork Orange, een boek dat zich richtte op een dystopische popcultuur in ‘de nabije toekomst’, geweld is daar onder de jeugd het belangrijkste vertier. Stanley Kubrick verfilmde dat boek in 1971 onder de gelijknamige titel en maakte daarmee een behoorlijk getrouwe, en logischerwijs controversiele, visualisering van het verhaal. Waarschijnlijk de grootste vertegenwoordiger van de destijds hedendaagse populaire cultuur, Andy Warhol, liet zich echter ook inspireren door Burgess’ boek.

Warhol’s Vinyl is een losse bewerking van A Clockwork Orange. De setting is geminimaliseerd tot een dark room, de ‘droogs’ martelen – voor zover dat duidelijk wordt uit de beelden – met kaarsvet, en de genezing door mentale marteling (zie onderstaande stil, uit deze beroemde scene in Kubrick’s verfilming), wordt vertaald naar een hoop tape, wat geschreeuw en het masker van een gimpsuit.

Ruim een uur lang kijken wij door dezelfde stilstaande camera naar een schouwspel dat zich binnen de hoek van één ruimte afspeelt, acteerwerk dat nog het meest neigt naar dat in willekeurige softporno, en een continue stroom van omgevingsgeluiden die dwars door de opnames schallen. Vinyl lijkt gemaakt als nutteloos tijdverdrijf en faalt op alle zichtbare vlakken, maar wonderbaarlijk genoeg weet Warhol de essentie uit Burgess’ verhaal te behouden.

Ik begon mij te verwonderen over hoe deze ogenschijnlijk slechte film mij toch zo kon boeien. Filmisch is de film simpelweg ver benedenmaats en oninteressant, zelfs voor de liefhebbers van camp valt er weinig te genieten. Deze luie aanpak blijkt een effect te hebben dat vergelijkbaar is met dat van minimalistische werken; het legt de essentie bloot door het ontbreken van alle visuele poespas. De film geeft, dankzij het vervreemdingseffect, de kijker vrijheid te interpreteren.

In een eventuele beoordeling zou er een duidelijke scheidslijn moeten zijn tussen kwaliteit en kwantiteit binnen film en de mate waarin deze tegen elkaar opwegen. In die zin is Warhol’s film pure avant-garde en is het te beschouwen als geslaagd kunstwerk. Een film die gemaakt lijkt te zijn met desinteresse hoeft de plank niet mis te slaan, en weet in dit geval zelfs een interessante variant te zijn op een verfilming van een boek met een dergelijke status als A Clockwork Orange.


Onderwerpen:


Reageer op dit artikel