De films van Jan Švankmajer – deel 5
Over kleine otik, gek zijn, faust en genot

Ik ben een groot fan van het korte werk van Jan Svankmajer, zoals waarschijnlijk uit mijn artikelenreeks is gebleken, en ook zijn versie van Lewis Carroll’s Alice in Wonderland kan me bekoren. Met de andere films heb ik echter meer problemen. Aanvankelijk was ik ook van deze films gecharmeerd, maar tegenwoordig zie ik vooral hun mankementen. De enigen die ik nog ontegenzeggelijk kan verdedigen zijn ook de twee met het meest uitgewerkte verhaal: Faust en Little Otik.

Faust (1994)
Faust is een kernwerk in Svankmajers oeuvre, waarbij al zijn fascinaties en technieken bij elkaar komen. Er wordt gebruik gemaakt van klei, koeientongen, stop-motion, marionetten, plaatjes uit boeken en live-action om een theatrale versie te creëren van de Faust-mythe. Alle technieken zijn eerlijk over de film verdeeld, en ook Svankmajers fascinatie rondom geboorte, eten, seks en de dood, komen allemaal langs.

Het bijzondere van Faust is dat deze zowel de “luchtige”, surrealistische kant van Svankmajer vertegenwoordigt als zijn duistere, gitzwarte wereldbeeld. Kernscène is een waarin telkens demonen op een komische manier opgeroepen en weggestuurd worden, wat een absurde chaos van geluiden en marrioneten oplevert. Even later wordt het surrealisme echter gebruikt om een helse scène te creëeren, die zwanger van onheil is. Met Faust heb ik als complete film geen problemen, omdat eigenlijk alles goed op zijn plaats is en de film niet bezwijkt onder zijn eigen pretenties. Dit gaat echter anders bij….

Conspirators of Pleasure (1996)
Een dialoogloze sketchefilm rondom seksuele obsessies en fethishes. In Conspirators of Pleasure maakt een man een kippenpak van pornoblaadjes en laat een vrouw vissen aan haar tenen sabbelen. De dialoogloze obsessies van mensen weten hetzelfde ongemak op te roepen als iemand die iets te uitgebreid zijn eigen seksuele fantasieën hardop over het terras aan het schreeuwen is. Misschien is het mijn preutse aard, maar ik kon weinig lachen om Conspirators of Pleasure, wat mede komt door de repititieve aard van de film. Het is even surrealistisch als banaal, en er zijn te weinig animaties om de boel voor mij nog boeiend te houden.

Little Otik (2000)
Little Otik bevat alle fascinatie’s van Svankmajer rondom de geboorte en de kunst van het tot leven brengen van levenloze objecten. Boomstronk komt als houten baby Otik tot leven en verslind alles in zijn pad. Terug zijn de literaire verwijzingen (een boek speelt een grote rol) en een deel van de film grijpt terug naar Down to the Cellar. Toch weet ook deze samengang van Svankmajers handelsmerken en fascinaties niet helemaal te overtuigen. Dat komt ook door de hysterische toonzetting van de film. Svankmajer blijkt in kleine porties beter verteerbaar.

Lunacy (2005)
Bij Lunacy gaat het echter helemaal mis. Svankmajer weet geen maat te houden en ramt zijn boodschap over perversie, chaos en controle met harde hamer naar buiten. De zeldzame animatie in de film is er door heen gesplitst en staat los van het verhaal. Dit zijn echter de leukere stukjes in de film, want de vertelling rond het gesticht is dergelijk nihilistisch, pervers en naargeestig, zonder nuance, dat er voor de kijker weinig te lachen over blijft. En dat voor een zwarte komedie. De film bevat goede ideeën en is weer een logisch onderdeel van zijn oeuvre, maar hier werkt de dosering niet door het gebrek aan nuance in de nogal opzichtige symboliek. Svankmajer wordt met de jaren schreeuweriger en duidelijker maar dat komt zijn werk niet altijd ten goede.


Onderwerpen:


Reageer op dit artikel