Le Voyou (1970)

8 augustus 2009 · · Kritiek

De openingstitels beginnen te spelen. Een auto komt richting het beeld rijden en de camera maakt een achterwaartse beweging en toont ons een perfect gebalanceerd rijtje gangsters. De deuren van de auto gaan open en de inzittenden executeren de gangsters met een bijna choreografische perfectie. Op de achtergrond knipperen neonlichten de titel: Le Voyou. Een donkere man in een wit kostuum en met een witte hoed springt uit de auto en begint te zingen en te dansen. Een aantal danseresjes buitelen over elkaar heen, de auto uit en beginnen achter de man een ingewikkelde dansroutine. Is dit serieus een gangstermusical? De naam van de regisseur komt flikkerend in beeld: Claude Lelouch.

Het beeld gaat zwart. Het volgende wat we zien zijn een man en een vrouw in een appartement. Het lijkt een date tot de man de telefoon uit het contact trekt. Zou het een echtpaar zijn met een dominante echtgenoot? De vrouw kookt inderdaad het eten, alleen voor hem. “Eet jij niet?” vraagt hij. Ze antwoordt dat ze al heeft gegeten voor ze naar de bioscoop ging. Flashback: De vrouw zit in de bioscoop, te kijken naar de optiteling voor de gangstermusical die we net zagen. De man komt naast haar zitten en houd een mes tegen haar buik. Een aantal politieagenten komt langs, maar de man en de vrouw doen alsof ze zoenen. Zij biedt vervolgens deze crimineel onderdak. Zo begint Le Voyou, mijn eerste kennismaking met Claude LeLouch. Een ingewikkeld opgezette film die de kijker aangenaam op het verkeerde been zet.

De crimineel is hoofdpersoon Simon “le Suisse”Duroc, een recent uit de gevangenis ontsnapte crimineel, die bij uitstek alleen opereert. De film volgt in a-chronologische volgorde de misdaad waarvoor hij gearresteerd werd, de arrestatie, de ontsnapping uit de gevangenis, de ontmoeting in de bioscoop en wat hij doet na zijn ontsnapping. Doordat er gespeeld wordt met de chronologie is niet altijd duidelijk waar we ons bevinden in de verhaallijn. Een love-interest ziet er voor de arrestatie hetzelfde uit als na de arrestatie, en antagonisten blijken vrienden en vice-versa. Door de kijker in het ongewisse te laten wat betreft de chronologie ontstaat er hetzelfde gevoel van verwarring wat enkele van de personages hebben tijdens de uitvoer van hun misdaad.

Le Voyou is een briljante Nouvelle Vague-versie van Amerikaanse misdaadfilms. Het ene moment doet de film denken aan een olijke heistklucht met zijn plaksnorren en zonnebrillen, dan is het weer een detectiveserie waarin we de politiemacht volgen en daarna heeft het weer verrassend veel weg van de film noir, met rietkleurige regenjassen. De film verschuift constant van toon en genre en weet daarmee een heuse adrenalinerush op te roepen. Mooi zijn verwijzingen naar cinema, door onder andere een knipoog te geven richting L’aveu van Costa-Gavras en À bout de souffle, en een kernscène in de bioscoop laten plaats te vinden. Ook door van de openingstitels letterlijk de optiteling te maken voor een gelijknamige maar fictieve film maakt Le Voyou een mooie buiging naar de magie van cinema. De optiteling kan ook gezien worden als ironisch commentaar op de kunstmatigheid van deze film, en zijn spel met het gangstergenre. Wat is postmoderner dan een gangstermusical?

Interessant is ook dat ondanks de kunstmatigheid de film een flinke politieke lading. De misdaad in de film heeft te maken met de ontvoering van een kind om een grote bank onder druk te zetten. De ongemakkelijk positie van de bank wordt goed uitgespeeld. Als ze betalen dan geven ze een signaal af dat ze te chanteren zijn én verliezen ze veel geld, en als ze niet betalen gaat een kind dood en leiden ze gezichtsverlies. Het is een moeilijk dilemma, en het is lovenswaardig dat de film de bankwereld niet alleen maar afschildert als kapitalistische geldwolven, al is de film wel kritisch te noemen tegen de bankwereld. Het zijn uiteindelijk de rebelse helden die de meeste sympathie krijgen, ondanks hun criminele gedrag, en daarin ademt de film de geest van de jaren 60, waarin de sympathieke kleine man tegen het grote filiaal vaak geromantiseerd werd. De film is een adrenalinerush, een nostalgische trip naar een tijd waarin criminelen helden konden zijn. Het is duidelijk dat de gentleman-thiefs in deze film ongetwijfeld invloed hebben gehad op Soderbergh’s Ocean’s Eleven. De film maakt in ieder geval benieuwd naar ander werk van Claude LeLouch.


Onderwerpen:


Reageer op dit artikel