Psycho III (1986)

24 oktober 2009 · · Kritiek

Onlangs besprak ik Psycho II, een verrassend goed vervolg op Alfred Hitchcock’s Psycho. Deze film probeerde niet zijn voorganger te overtreffen, maar ging een geheel andere route op. In Psycho wordt in een grote plottwist duidelijk dat Norman Bates de moordenaar is, en in Psycho II is het de vraag of dat hier weer het geval is. Er wordt constant in het midden gelaten of Norman echt weer moorddadig is, en de film heeft een aantal mooie troeven/plottwists. In Psycho III is het echter weer Norman als vanouds. We zien ons favoriete krankzinnige moederskindje weer er op los moorden, en hoewel de eerste moorden nog in het midden wordt gelaten of het Norman is die toeslaat, zal het voor de kijker geen spoiler zijn dat dat zo is, aangezien er geen andere mogelijkheden geopperd worden (heck, de openingsscène laat al weinig aan de verbeelding over). Anthony Perkins kan niet ontsnappen aan zijn iconische rol, en in dit derde deel neemt hij dan ook de regie op zich. Dat is jammer, want alles wat goed was aan Psycho en Psycho II komt hier minder goed uit de verf.

Waar in Psycho II men een heel andere aanpak gebruikte dan de illustere voorganger gaat men in Psycho III slaafs terug naar het origineel, stevig aangelengd met wat restantjes van deel II. Het is “The best of both worlds”, maar dan in een karige tweedehands uitvoering. Zeker door in het begin in het midden te laten dat Norman Bates weer bezig is, terwijl dat bij het publiek al van meet af aan duidelijk is krijgen enkele scènes niet het effect dat ze zouden kunnen hebben. Het is hevig het inkleuren van de Hitchcocknummertjes, waarbij alle klassiekers uit deel 1 weer langskomen, inclusief het onthullen van een gemummificeerd skelet, Bates in een groteske pruik, iemand die in Bates landhuis rondneust, een Marion Crane look-alike en een val van een trap. Anthony Perkins is als regisseur in enkele scènes Gus van Sant flink voor. Ook dit is hier en daar namelijk een slaafse remake van Psycho.

Wat ook niet werkt is het feit dat in de spaarzame werkelijk originele scènes een verschuiving plaatsvind naar van-dik-hout-zaagt-men-planken-slasher, waarbij Norman Bates fungeert als Michael Myers met een oedipeuscomplex. De moorden zijn een stuk bruter dan in de eerste twee delen, en dit komt de suspense niet ten goede. Perkins is geen Hitchcock, en ondanks verrassend mooi geschoten plaatjes wekt de film nooit enig gevoel van spanning op. Het is een film die doodslaat wanneer Bates iemand doodslaat (sorry, ik kon het niet laten).

Gelukkig zijn er enkele scènes die wel erg overtuigen en die zorgen dat de film toch de moeite waard is om eens bekeken te worden. Er zijn namelijk een aantal scènes die van de geijkte slasher/Psycho-paden afwijken en dat zijn dan ook meteen de sterkste van de film. De eerste is een scène waarin Bates op vrouwenjacht gaat en in de hotelkamer van zijn beoogde slachtoffer zich naar de badkamer begeeft. Daar aangekomen ontdekt hij echter dat deze vrouw een zelfmoordpoging heeft begaan en hij redt haar. De verwachting van het publiek is dus omgekeerd. Moordernaar wordt redder in nood. Ook het verdere verloop van zijn houding ten opzicht van deze depressieve Marion Crane look-alike heeft nog enkele toffe verrassingen. Ook sterk is de scène waarin Bates geconfronteerd wordt met een nieuwsgierige politieagent, die met zijn rug naar het lijk toe staat, en we als publiek ons dus opeens met Bates identificeren. Dit is je reinste Hitchcock, die van Bates in het origineel een sympthieke creep maakt.

De film is daarnaast ook prachtig geschoten, met sterk gebruik van licht en kleur. Oorspronkelijk wou Perkins de film in kleur schieten, maar hij besloot onder studiodruk het toch een kleurenfilm te maken. Dit is een goede keuze, aangezien de gedempte tinten hier en daar worden doorbroken met heftige kleuren, wat vooral in “de finale” een hallicunant effect heeft. Wel overdone is de religeuze en mythologische symboliek, die er erg dik bovenop ligt, en de film doet verschuiven naar een bombastischer, meer gothische toon. Het past misschien bij het barokke Bates-landhuis, maar het zorgt ervoor dat Psycho III toch een rommelpotje wordt. Aan de ene kant te slaafs tegenover Hitchcock, aan de andere kant wisselvallig afwijkend.


Onderwerpen: ,


Reageer op dit artikel