The Brothers Bloom (2008)

31 mei 2009 · · Kritiek

Johnson‘s regie debuut Brick, een gewaagde film die zowel film-noir als het high school genre in elkaar verweefde, was zowel kritisch als financieel een behoorlijk succes in de onafhankelijke filmindustrie. De daaropvolgende film schept altijd zware verwachtingen. Johnson’s tweede film, The Brothers Bloom, is een sprookjesachtige oplichtersfilm, waarbij de nadruk niet zozeer op de zogenaamde ‘con’ ligt, maar meer op de broers uit de titel.

Stephen (Mark Ruffalo) en Bloom (Adrian Brody) zijn altijd samen geweest. Van pleeggezin naar pleeggezin concentreerden ze al op jonge leeftijd op het oplichten van mensen, met het motto “The best con is when everyone gets what they want.” Stephen is altijd degene geweest die de meest ingewikkelde plotconstructies bedacht om zowel Bloom als het slachtoffer tevreden te stellen. Bloom, aan de andere kant, legt het eerste contact. Als hij na de zoveelste ‘job’ opnieuw genoeg heeft van het oplichtersbestaan, zweert Stephen hem dat ze nog een keer samen aan het werk gaan. De laatste ‘mark’ is Penelope (Rachel Weisz), een steenrijke, verveelde en wereldvreemde jonge vrouw.

De nadruk ligt bij deze film niet zozeer op de ‘con’ zelf, maar op het verhaal er achter; het is meer een verhaal over de twee broers en hoe zij omgaan met de realiteit dan een oplichtersfilm. Dat betekent niet direct dat het hele oplichtersaspect een ondergeschoven kindje is. De twists worden namelijk prima uitgewerkt en het verhaal is een heerlijke reis over verschillende continenten, die doet denken aan de klassieke Hollywood film.

Zoals ik al zei, dat is niet het voornaamste. Het is namelijk vanaf het begin duidelijk dat de broers door hun lastige jeugd, moeite hebben om de realiteit onder ogen te komen: ze zijn altijd buitenbeentjes geweest. Stephen schrijft daarom zijn eigen realiteit in de vorm van ingenieuze oplichterspraktijken, voor hem, maar toch vooral voor zijn broer, en Bloom maakt daar in het begin maar wat graag gebruik van. Deze realiteit versterkt Johnson door de aparte kledingstijl die wordt aangehouden. Het doet enigszins jaren dertig aan, met een modern tintje. Hij houdt hiermee de kijker vast in de verhalenwereld die Stephen schept, waardoor deze meer meevoelt met Bloom, die zich, vooral als hij eenmaal volwassen is, gevangen waant in z’n broers realiteit. Bloom zou liever een normaal, ongeschreven leven leiden, maar zoals ook Stephen al treffend verwoorde: “There is no such thing as an unwritten life.” Het is precies wat Johnson ons mee wil geven, ons leven wordt vaak gekruist door fictie.

Ondanks dat de materie voor een zware film kan zorgen, weet Johnson de film heerlijk licht te houden. Veel humor, wat voornamelijk de verdienste is van de twee vrouwelijke rollen (Weisz en Kikuchi) en een soort van surrealistische realiteit zorgen er voor dat de film bovenal luchtig en ‘fun’ is.


Onderwerpen:


Reageer op dit artikel