The Limits of Control (2009)

3 december 2009 · · Kritiek

The Limits of Control

We kunnen er stellig over zijn, Jim Jarmusch’ nieuwste haalt nergens het niveau van de zaken waar Jarmusch groot mee is geworden. Goed, de film is stilistisch erg sterk, maar de zo kenmerkende humor en spanning ontbreekt. Maar dat is ook niet waar het om lijkt te gaan in The Limits of Control; het is een film die niet gemaakt lijkt te zijn om eenvoudig te consumeren, maar een film die de kijker iets duidelijk wil maken.

Het lijkt Jarmusch niet te gaan om het maken van een artistiek meesterwerk, het betreft hier namelijk een gedachte-experiment pur sang. Hierachter lijkt een commentaar op de filmkijker, of beter gezegd de consument, te schuilen. Dit, god zij dank, op een minder door je strot duwende wijze dan Michael Haneke dat deed in zijn Funny Games.

Jarmusch bedoelingen met de film blijken allereerst uit het feit dat de titel ambigu is. Natuurlijk, de makkelijkste titelverklaring vindt men in het verhaal van de film, het hoofdpersonage in de film is immers de verwezenlijking van controle, temidden van een chaotische wereld. Daarnaast lijkt te titel echter ook te staan voor de grenzen van controle die Jarmusch als regisseur op zoekt. Waar liggen de grenzen wat betreft het laten zien van verrichte handelingen en waar liggen de grenzen van het verklaren van dat handelen? De kijker is proefpersoon in het experiment waarin Jarmusch zoekt naar de ‘limits of control’.

Een logisch gevolg is dat het voor velen een frustrerende film zal zijn. De film is als een meditatie, de prachtig gekozen soundtrack (verzorgd door het doommetal gezelschap BORIS) werkt haast hypnotiserend, en het acteerwerk sluit daar grotendeels bij aan. Echter vertoond deze meditatie haperingen. Zo wordt er op een zeer bescheiden aantal momenten gebroken met de stilte in de film door personages die de onrust zelve vertegenwoordigen. Los van het schouwspel wordt deze meditatieve houding ook verbroken door het niet verklaren of achterhouden van voor de hand liggende zaken en scenes. Houd je als kijker je frustraties in bedwang en probeer je na te denken over het hoe en waarom hiervan, of concludeer je simpelweg dat het geen film voor jou is?

Het antwoord op deze vragen is voor velen waarschijnlijk niet bevredigend. Het antwoord komt in een van de zeldzame uitgesproken zinnen door het hoofdpersonage:
‘I used my imagination’.
Dit zegt hij wanneer hij op een plek is gekomen, waar het ogenschijnlijk onmogelijk voor hem was te komen, zonder enige verklaring daarvoor te geven aan de kijker. Het is een antwoord dat past op de vele vragen die de film oproept. Zo wisselen de personages spelkaarten uit aan elkaar, die zij blijkbaar belangrijk achten, maar nergens wordt verduidelijkt wat de functie hiervan daadwerkelijk is.
Jarmusch antwoordt: ‘Use your imagination’.

Het voelde voor mij persoonlijk haast als een belediging, want ook ik betrapte mijzelf erop van slag te zijn door het ontbreken van harde informatie. Toch inspireerde het me tot het schrijven van dit artikel; de film maakt iets los en confronteert met een soortgelijke boodschap als Michael Haneke eerder deed in zijn Funny Games. De filmkijker is een bevrediging zoekend, alsmaar consumerend projectiel, dat zich wanneer zaken niet in de lijn van verwachting liggen gaat storen en een antwoord verwacht of zelfs eist. De antwoorden zijn in dit geval niet ver te zoeken, ze liggen in de kijker zelf, ‘gebruik je fantasie’. Fantasie kan een hoop, zo niet alles, verklaren. Het is een antwoord passend op de meditatieve houding van de film; een antwoord dat er voor zorgt dat niet voor handen zijnde informatie er niet toe doet.

Het is confronterend, zeker gezien het feit dat ik, en velen met mij, alsmaar antwoorden zoeken in het werk van Tarkovsky, recenter Lynch en nog recenter Von Trier’s Antichrist. Waarom maakt iemand een dergelijk werk? Waarom al die diepere lagen? Wat betekenen deze diepere lagen?

Natuurlijk zit er in vele films wel degelijk een diepere laag en is er wel degelijk een logische verklaring te vinden voor opgeroepen vraagstukken. Maar het is vaak onnodig en overbodig, gezien het antwoord van Jim Jarmusch. Gebruik je verbeelding, laat je frustraties los en verlang niet naar een logische verklaring, wanneer deze niet gegeven wordt.


Onderwerpen:


2 Reacties

  1. Kaj van Zoelen

    Opmerkelijk dat jij “I used my imagination” er als sleutelzin uithaalt, terwijl ik in mijn recensie op FT er meer vanuit ga dat zijn “reality is arbitrary” en wat hij zegt over subjectiviteit. Ik vind dit ook wel een aardig stuk over de film:
    http://theplaylist.blogspot.com/2009/04/limits-of-control-somnolent-surreal.html

    De zin “I used my imagination” vond ik dan wel weer erg grappig. En over het algemeen vond ik dit een stuk boeiendere film dan zijn vorige.

  2. Led

    Het zal vast zo zijn dat de filmmaker een boodschap wil overbrengen. Maar eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik het 45 minuten volhield en na dodelijk vermoeid te zijn door de onmetelijke saaiheid van de film deze afzette.
    Zelfs Twin Peaks was destijds niet zo vaag als deze film.
    Mijns inziens is dit hetzelfde als naar een schilderij kijken. De een vindt het een geweldig stuk om wat voor ongrijpbare en vooral subjectieve reden dan ook, terwijl de ander het volledige bagger vindt. Laat bijvoorbeeld een aap een schilderij in elkaar flansen, dan zijn er zelfs “experts” die er hele verhalen omheen weten te breien hoe geniaal deze schilder wel niet is/was/moet zijn. Mijn mening over deze film is, denk ik, nu wel duidelijk…


Reageer op dit artikel