Daisies (1966)
They Shoot Pictures, Don't They? 2010 - # 614

25 augustus 2010 · · Kritiek + They Shoot Pictures

Vermoeiende Tsjechische New Wave! Ondanks dat het anarchistisch broddelwerkje slechts zeventig minuten duurt, voelt het door enig gebrek aan logica, de hyperactieve hoofdpersonen en de vele experimentele filmtechnieken aan als een vrij zware zit. Naast deze facetten zit er ook een fikse – zij het niet geheel overduidelijke – maatschappijkritiek in met daarbij zo nu en dan feministische ondertonen. Nu put ik meer voldoening uit het bekijken van een potje curling, een secuur uitgevoerde autopsie of de aanblik van een schijtende reiger dan uit dit laatste.

Aangezien het feminisme als ideologie bijna nog lachwekkender is dan het denken van Freud, of sterker nog, de ganse metafysica, sta ik liever niet al te lang bij dit soort ongein stil. Het bekende riedeltje van de bevrijde zelfbekrachtigende vrouw kennen we nu wel. Veel interessanter is hoe regisseuse Chytilová de twee losgeslagen kindvrouwtjes in probeert te zetten om kritiek te leveren op de ongebreidelde consumptiemaatschappij (van de bourgeoisie). De vraag is alleen of ze er in slaagt dit punt een beetje overtuigend te brengen. Juist omdat ze gebruik moet maken van de qua mentale opmaak inwisselbare karakters (niet voor niets heten ze allebei Marie) is het antwoord op deze vraag een vrij resoluut – zoals de Tsjechen het zouden stellen – ‘ne!’.

De rebelse ritalin-rekels doen zowel qua uiterlijk als gedrag sterk denken aan de jonge zusjes uit het twee jaar later verschenen Spider Baby (1968). Maar daar waar die laatste twee de maniakale drang hadden om alles en iedereen uit te moorden, botvieren de beide Maries hun frustraties, lusten en wat al niet meer op de destructie van objecten en mateloze consumptie. De oorlogsbeelden waarmee de film opent zijn een voorbode van het vernietigende pad dat de hoogst irritante blondine en appetijtelijke brunette in ruim een uur af weten te leggen. ‘De wereld is mesjogge geworden’ stelt Marie nummer een aanvankelijk vast en dus mag het ‘anything goes’-adagium beginnen aan zijn zegetocht. Ze banen zich een weg door nachtclubs langs oude, rijke mannen, knippen alles kapot wat los en vast zit, steken hun kamer in de fik en gaan zich uiteindelijk na een lange verveelde rit te buiten aan een groots eetfestijn.

Hun Dionysische droomtocht door consumptieland wordt zeer sterk vertaald in de filmtaal. In zo’

order cheap priligy

n beetje elk shot wordt er wel van filter gewisseld: de kleuren van de regenboog komen zonder overdrijven wel vijftig keer voorbij. De inzet van een bepaald filter lijkt geen andere rechtvaardiging te kennen dan slechts het benadrukken van de kleurrijke chaos. Daarnaast wordt de continuïteit van tijd en ruimte continue aan de laars gelapt: Marie en Marie dolen zwierig rond van hot naar her, van bloemenweides naar hun door en door bekladde appartement en van lichtvoetig gehups op een kroonluchter plotsklaps naar een benauwende verdrinkingsscène in het water. Nogmaals: anything goes. Maar tevens: everything goes. Want naast deze kleurenfilters en ruimtelijke discontinuïteit speelt de regisseuse ook volop met non-diëgetische toevoegingen (vlinder- en bloemenmontages als hoogtepunten), ritmische editing van bijvoorbeeld diverse soorten sloten en deuren en volkomen van de pot gerukte (dadaïstische) cut-up montage in het frame zelf. Dit laatste aspect toont het beste de technische spitsvondigheid van Chytilová – juist op het moment dat frivole Marie (*2) klaar is met het geflierefluit en de verveling inslaat als een clusterbom, wordt ze in meerdere stukken geknipt. Het frame laat zo een wirwar van onthechte delen zien, allemaal volkomen inwisselbaar.

De wereld van de vrije consumptie zonder grenzen en de daaropvolgende continue verspilling leidt tot een naar slotakkoord voor de pin-up poppetjes. Niet alleen ligt stereotypering en de oppervlakkige identiteit van de meisjes continue op de loer, maar zelfs (zoals blijkt uit het laatste shot) de uiteindelijke ondergang. Het probleem van de overtuigingskracht van deze kritische typering schuilt eigenlijk in twee punten. Enerzijds zijn de huppeltutjes te leeg en nietszeggend om er op ook maar enige wijze mee uit de voeten te kunnen. De dartelende schaapjes zijn ongeleide projectielen die niet verder komen dan kinderachtig gefluister: wat ze te zeggen hebben, god mag het weten. Anderzijds leunt Chytilová wel heel erg sterk op het grote scala aan filmtechnieken waardoor het meer een tof, maar nog soms nogal overbodig schouwspel van haar kunnen wordt. In de regel ga ik hard op avant-garde, maar als er te lukraak technieken worden ingezet – terwijl er ergens in de diepte ook nog een boodschap gemaakt wil worden -, houdt het na verloop van tijd op met de pret. Origineel, dat zeker, maar onderhoudend, niet bepaald.

zp8497586rq

Onderwerpen:


2 Reacties

  1. Camera Obscura

    Volledig nietszeggende huppeltutjes inderdaad. Vervelende film, vond ik.
    Ik zou Chytilova geen groot scala aan filmtechnieken toedichten. Een paars kleurenfiltertje hier, een groen kleurenfiltertje daar, een soort rappe, bijna jump cut-achtige montage. Leuke gimmicks en toen misschien wel een fris modern hyperactief huppelfilmpje voor stoute meisjes, maar verder is de (relatieve) reputatie van de film me een beetje een raadsel.

  2. Kaj van Zoelen

    De “ongebreidelde consumptiemaatschappij (van de bourgeoisie)”? In communistisch Tsjecho-Slowakije?