Een andere kijk op de Tom Hanks komedie
Splash (1984) en Big (1988)

10 november 2010 · · Beschouwing

Tom Hanks mag inmiddels een gevierd en serieus acteur zijn met onder meer twee achtereenvolgende Oscars voor zijn hoofdrollen in Philadelphia en Forrest Gump en tal van grote titels. Toch was Hanks niet altijd even geprezen als een groot acteur. Sterker nog, voor zijn artistieke doorbraak met Philadelphia was de man bovenal bekend vanwege zijn komische talent. In dit artikel bespreek ik twee van deze films met de aantekening dat ik me vooral zal richten op de al dan niet bedoelde tragische lading. Uiteraard geef ik hierbij tweemaal de climax weg.

Splash is de eerste doorbraak voor Tom Hanks. Daarvoor had hij rolletjes in TV-series als ‘Happy Days’ en ‘Taxi’. In Splash speelt Hanks de rol van Allen Bauer, een gefrustreerde ondernemer die net zijn relatie op de klippen heeft zien lopen. In een dronken bui besluit hij vanuit New York terug te keren naar Florida waar hij als kind goede herinneringen aan bewaart en een zeemeermin zag. In een matig uitgewerkt subplot valt Allen in het water en aangezien hij niet kan zwemmen, dreigt hij te verdrinken. Hij wordt gered door, jawel, dezelfde zeemeermin en op een verlaten strand achtergelaten. Smoorverliefd keert Allen terug naar New York, niet wetende dat de zeemeermin in kwestie hem daar opzoekt. Samen beginnen ze een relatie waarbij Allen uiteraard niet weet dat de zeemeermin een zeemeermin is.

Plotmatig is er een hoop mis met Splash en regelmatig moet je als kijker de onlogische verwikkelingen maar voor lief nemen. Zo krijgt de zeemeermin alleen een vin als ze in aanraking komt met water en leert ze in een dag de Engelse taal door wat televisie te kijken. Het verhaal wordt helemaal ridicuul zodra Allen achter de ware identiteit van de zeemeermin komt – die hij inmiddels tot Madison heeft gedoopt – en ze door de overheid gevangen wordt genomen. Volgens goed Hollywood-recept is Allen uiteraard eerst boos en teleurgesteld om in de volgende scène Madison met behulp van zijn broer te redden uit ware liefdesoverwegingen. Splash bewaart vervolgens het raarste voor het eind. Aan de kade van de Hudson-rivier lijken de twee elkaar in eerste instantie vaarwel te zeggen, zij is immers zeemeermin en een mogelijk proefdier en hij kan niet zwemmen. Als Madison eenmaal weg is gezwommen en achterna wordt gezeten, springt Allen pardoes het water in en neemt de film een bizarre wending.

De twee ontsnappen tezamen van de boze duikers en als bezegeld met een zoen kan Allen ineens niet alleen zwemmen, maar ook eindeloos onder water blijven. Je denkt dan uiteraard als kijker dat hij inmiddels ook een vin heeft en is getransformeerd, maar niks van dit alles. Het laatste shot toont een soort van Atlantis waar, waarschijnlijk, Allen en Madison verder zullen leven. Maar hoe denkt Allen zich aan te passen aan deze situatie? Hoe zal de bevolking van deze onderwaterwereld op Allen zijn komst reageren? En wat als de relatie op de klippen loopt? Het drastisch gekozen einde geeft geen enkel inzicht hierin. Tot overmaat van ramp is Allens broer, gespeeld door de altijd aimabele en te vroeg overleden John Candy achterbleven in het overheidslaboratorium en gearresteerd waarbij een jarenlange gevangenisstraf waarschijnlijk lijkt.

Een even fantastisch en tegelijkertijd naargeestig tintje heeft de film Big. Een paar weken geleden stond in het heden-artikel al een link naar de mogelijke duistere consequenties van de climax van Big. De film draait immers om het jochie Josh die via een tovermachine de volgende dag wakker wordt als volwassen man (Tom Hanks) en een relatie krijgt met een vrouw, maar uiteindelijk beslist om toch weer kind te worden. Wat lijkt op een standaard verhaaltje over echte vriendschap en volwassen worden, krijgt echter een totaal andere lading en invalshoek als je het perspectief van Josh loslaat en het verplaatst naar Susan, de vrouw waar Josh een relatie mee krijgt.

De komische lading van Big verdwijnt direct als je het verhaal vanuit haar perspectief bekijkt. Susan is een ambitieuze vrouw die in de relatiesfeer echter hopeloos faalt. Vele mannen zijn voorgegaan en met haar huidige vriend en typische 80’s douchebag Paul loop het ook niet lekker. Zodra Susan gefascineerd raakt door het kinderlijke gemak waarmee Josh nieuwe producten voor de jeugdige markt ontwikkelt en met mensen omgaat, loopt het mis. Paul krijgt uiteraard lucht van het gebeuren en in een zeer ongemakkelijke scène fileert hij Susan door te stellen dat ze allemaal mannen heeft gehad, maar nooit blij is geweest. Ze vertrekt bij Paul, maar als Josh haar de waarheid vertelt, lijken Pauls woorden welhaast profetisch.

In een treurige scène waarin Josh de tovermachine heeft gevonden, vraagt hij Susan om weer kind te worden. Dit weigert Susan omdat ze geen zin heeft die akelige puberteit opnieuw te doorstaan. Josh zet door en bij hun afscheid loopt hij van haar weg om bij een laatste aanblik weer kind te zijn. Susan rijdt gedesillusioneerd weg, naar huis of misschien naar een brug om vanaf te springen. Hoe treurig is dit allemaal wel niet? Susan moet voor de zoveelste keer een tegenslag overwinnen en is weer eenzaam, terwijl het voor Josh niet veel beter wordt aangezien hij tijdens de transformatie niet de herinneringen van het volwassen zijn heeft verloren. Daarnaast heeft Susan hem vlak hiervoor verteld hoe erg de puberteit wel niet is. In beide gevallen, maar dus ook zeker voor Susan, een doemscenario.

Dat beide films toch bij tijden erg komisch zijn, is te danken aan Tom Hanks. Hij speelt in beide films uitstekend en zet naar mijn mening in Big zelfs de beste rol uit zijn nog lopende carrière neer. De manier waarop hij als volwassen man stiekem een kind speelt is geniaal. Het is te wijten aan de scenarioschrijvers en regisseurs van beide films dat door ongemakkelijk gekozen uiteinden zowel Splash als Big onnodig naar en pessimistisch worden, maar het al vroeg ontwikkelde meesterschap van Hanks staat fier overeind.


Onderwerpen: , ,


Reageer op dit artikel