Het beste (en slechtste) van 2009 volgens Christiaan

12 januari 2010 · · 2009 + Lijst

Mijn ‘09

Mijn 2009 stond niet bol van films en zeker niet van de releases van dat jaar. Desondanks bleek ik een aardig aantal films te hebben gezien die ik hoog genoeg inschat om er een toplijst mee te vullen. Dit is mede te danken aan dat ik het jaar zoals gebruikelijk opende met het fantastische IFFR, waar de oogst allesbehalve mager was.

Of mijn toplijst wel representatief is voor het hele jaar, dat kan ik nog niet zeggen. Er zijn een aantal grote releases die ik spijtig genoeg nog niet heb gezien, waaronder Miyazaki’s Ponyo en Herzog’s Encounters at the End of the World, beide films waarvan ik verwacht dat zij mij zeer gaan bevallen. Daarbij zullen er, zoals altijd, nog een aantal meesterwerkjes boven water komen drijven na verloop van tijd.

Cinema ’09

Danny Boyle, David Fincher en James Cameron; het zijn regisseurs waarvan je dingen mag verwachten. Helaas kwamen al deze verwachtingen niet uit: Slumdog Millionaire was eclectisch, maar onder al die pracht en praal vooral leeg. En hetzelfde bleek te gelden voor The Curious Case of Benjamin Button, waar de case misschien curious was, maar de rest vooral sentimentele uitbuiting van de kijker. En ook Avatar was een leeg omhulsel, maar in dit geval was het omhulsel voller van kitsch dan de katholieke kerk, hetgeen de film nog zeer vermakelijk maakte.

Een aantal regisseurs waarvan het horen van de naam al nieuwschierig maakt, wisten hun naam wel waar te maken. Zo speurde Jim Jarmusch the limits of control af; op een speelse wijze tast hij de grenzen af tussen hem en de kijker. Woody Allen maakte eindelijk weer een film die bij hem paste en Sam Raimi maakte met Drag Me to Hell misschien wel de film met de best getimede schrikeffecten ooit. Hirokazu Koreeda had, op de enorme misser Hana na, al een aantal zeer geliefde films in zijn oeuvre, en mocht daar met het prachtig in beeld gebrachte familieportret Still Walking nog een aan toevoegen.

En dan nog Quentin Tarantino. Misschien is Inglourious Basterds niet zo goed als vooraf gehoopt, maar nog altijd is het een bijzondere film die maar weer duidelijk maakt hoe eigenzinnig de man is. Gus Van Sant verscheen ook weer ten tonele, al niet zo eigenzinnig. Zijn Milk wordt vooral gedragen door Sean Penn’s fenomenale rol en een sterke, rechttoe rechtaan, vertelling. Eenzelfde richting sloeg Darren Aronofsky op met The Wrestler, want ook hij sloeg zijn experimentelere cinema even overboord om zich te richten op een ingetogen drama over een gewone man met een ietwat apart beroep.

Nieuwe namen verschenen tevens ten tonele. De zoon van David Bowie, Duncan Jones, maakte Moon en bleek daarmee aardig goed te zijn in het maken van interessante science fiction. Zweden bleek plots goed te zijn in het produceren van films over minderjarige vampiers, getuige Let the Right One In. Een persoonlijke ontdekking was Ramin Bahrani, die met Goodbye Solo een zeer intrigerende film afleverde, waar de vakken getrokken vergelijking met Martin Scorsese niet geheel misplaatst lijkt te zijn.

Verder waren er nog hoogtepunten op het terrein van de animatiefilm. Zo was daar Pixar’s Up, waaruit bleek dat traag zaad best een goed opzetje is voor een kinderfilm. Helaas verviel de film halverwege in een vrij mager verhaal, waar het slechts de leuke personages zijn die Up boven het maaiveld uit tillen.

Ook was er Coraline, die ik zo spannend vond dat kinderen er waarschijnlijk spontaan trauma’s van krijgen. Knopen zijn sinds het zien van de film niet meer hetzelfde, en naaigerei kan ik al helemaal niet luchten of zien.

Vaderlandse cinema ’09

Het Nederland’s filmlandschap bracht ook een aantal grote releases voort, die eveneens vooral naast de pot bleken te pissen. Zo was daar het door mij verafschuwde De Storm, en het veel te groots opgezette De Hel van ’63, waarvan ik er nog niet uit ben of we hier te maken hebben met tragiek of komedie. Martin Koolhoven’s Oorlogswinter valt in vergelijking met voorgaande positief in de smaak, maar ik zou liegen als ik zei dat deze film mij wel mee wist te slepen.

Kan Door Huid Heen was een interessante poging tot originaliteit, maar hier raakte al snel de subtiliteit zoek, waardoor het vooral een vervelende film werd om naar te kijken. Het enige Nederlandse product dat echt interessant was, was, weinig verrassend, De Laatste Dagen van Emma Blank. Een zeer sterke Van Warmerdam die om voor mij onduidelijke redenen niet zo hoog gewaardeerd wordt als de rest van zijn werk.

Duidelijk mag zijn dat Nederland niet sterk is in Hollywoodesque taferelen. We probeerden het met special effects en vals sentiment, maar het bleek niet te werken. Het wordt tijd dat de Nederlandse cinema zijn ware gezicht laat zien, iets waar meneer Van Warmerdam al jaren in uitblinkt.

Eervolle vermelding

The Hurt Locker (Kathryn Bigelow)
Niet in de top 5 of de rest van het artikel, de film kende immers geen bioscooprelease, maar een vermelding is wel op zijn plaats. Een film over de chaos van de oorlog, een film over macho’s in de oorlog en een film over het leed van de oorlog. Ingrediënten voor een draak van een film, en dat is ook wat ik ervan verwachtte.
Verrassend genoeg is The Hurt Locker zo goed als vrij van vals sentiment door het gebrek aan ontwikkeling in zowel personages als plot. Vervelend, zou je zeggen, ware het niet dat er puur wordt gefocust op de handelingen die de soldaten verrichten – het ontmantelen van bommen. Zenuwslopend en de spannendste film van het jaar. Eng realistisch (voor een buitenstander) en, godzijdank, geen scène teveel.

De vijf absolute hoogtepunten

5. Wendy & Lucy (Kelly Reichardt)
Op filmfestivals heb je vaker last van mensen die weglopen uit de zaal, en tevens van mensen die duidelijk laten blijken dat de film waar ze naar kijken hen niet bevalt. Zo ook bij de vertoning van Wendy & Lucy op het IFFR. Begrijpelijk, want de film is niet de meest bevredigende.
Kelly Reichardt maakt kleine films, die gaan over kleine dingen, en in de ontknoping komt de kijker van een koude kermis thuis. Het gaat in haar films niet om de climax, het gaat om de weg er naar toe en om de momenten van drama en vreugde die je daar vindt. Net als haar debuutfilm Old Joy is Wendy & Lucy een prachtig werkje, waar de kleine geneugden en tragedies tot ontroering leiden.

4. Das weisse Band – Eine deutsche Kindergeschichte (Michael Haneke)
Michael Haneke heeft in de loop der jaren bewezen een filmmaker te zijn om in de gaten te houden, maar toch kan ik mij maar geen fan van de beste man noemen. Dit veranderde niet na het zien van Das Weisse Band; daar is zijn oeuvre te gekleurd voor. Gekleurd ja, want de man kent bepaalde filosofische of psychologische opvattingen die vaak zo je strot door worden geduwd dat het misselijk maakt.
Zijn Caché uit 2005 was echter een ijzingwekkende film, waar Haneke mij vrijer liet te denken dan in zijn andere films. Ook Das Weisse Band laat enige ruimte voor interpretatie, maar het moge duidelijk zijn dat Haneke hier zelf de oorsprong van de nazistische generatie filmt. Zeer mooie zwartwit cinematografie en een boeiend verhaal over de treurnis in een plattelandsdorpje, waar Haneke een verklaring voor ‘voorvallen in de Duitse geschiedenis’ in ziet.

3. Rachel Getting Married (Jonathan Demme)
Het was de eerste film die ik zag op het IFFR 2009 en het bleek gelijk de beste van het festival. Een eerlijk, prachtig geacteerd familiedrama dat nog eens versterkt wordt door goed gebruikt handheld-camerawerk en een subtiel en ontroerend scenario. Het laat maar weer eens zien dat er helemaal niet groots hoeft te worden uitgepakt om een indringende film te maken; echt drama speelt zich immers af onder de oppervlakte. Van momenten van vrolijkheid tot de momenten vol intens drama, alles voelt oprecht en eerlijk.

2. Antichrist (Lars Von Trier)
Lars Von Trier’s nieuwste film, een waar ik reikhalzend naar uitkeek, was op zijn minst intrigerend te noemen. Intrigerend in het wekken van afschuw, in het overboord gooien van subtiliteit en het met de grond gelijk maken van ‘menselijkheid’. Vanaf de eerste zeer gestileerde scène, waarin de aanzet tot de gebeurtenissen daarna wordt gegeven, grijpt de film je. Wanneer de film vervalt in een stijl die Von Trier meer eigen is, al nog altijd besmeurd met religieuze beeltenissen en dergelijke, slaat de film op geslaagde wijze op hol. De mens is hier ziek, en Von Trier laat het ons uitgebreid zien.

1 Synecdoche, New York (Charlie Kaufman)
Ik schreef er eerder een artikel over, maar Synecdoche, New York is zo gelaagd dat het een struikelblok kan vormen voor velen. Een bolwerk van allerlei eigenaardigheden, theorieën en syndromen. Charlie Kaufman’s regiedebuut is als alle briljante scenario’s die hij ooit schreef op een hoop gegooid. Chaotisch, maar tegelijkertijd briljant.
De film neemt je mee in de kwalen van het hoofdpersonage; als kijker waan je je even in zijn hersenpan. Prettig is anders, want het geheel is hoofdpijnopwekkend chaotisch. Een creatief bolwerk, waar chaos iets toevoegt in plaats van afleid. Het maakt in ieder geval benieuwd naar nieuw werk in Kaufman’s beginnende regisseursleven.



8 Reacties

  1. Kyrill

    Ik ga echt Rachel Getting Married morgen huren! Ik zie hem in elk lijstje terug. Verder fijn om te zien dat ik niet de enige ben die Synecdoche , New York de beste van 2009 vind :)

  2. Jordi

    Dank voor je tegenreactie over “Synecdoche”, Christiaan! :D Het is ook inderdaad gewoon een meesterlijke film, die nog altijd door m’n kop maalt als ik het weer de ruimte geef.

    Overigens zouden jullie het IFFR moeten aanklagen – vandaag in m’n mail:
    “De eerste publieke filmvertoning die de gebroeders Lumière organiseerden was in het Salon Indien du Grand Café te Parijs. Deze dag wordt vaak beschouwd als de eerste publieke filmvertoning voor een betalend publiek en tevens de eerste commerciële inzet van het medium film.
    In ‘Salon Indien’ staat het International Film Festival Rotterdam in samenwerking met Zaal de Unie stil bij de werking van het medium film. Wat betekent het als je zegt een film ‘gezien’ te hebben en wat is het verschil tussen het onthouden van een boek of het onthouden van een film.”

  3. Looi van Kessel

    Hopelijk verwarren bezoekers van het IFFR dat met onze site. Levert dat ons gelijk weer wat extra bezoekers op.

  4. Jordi

    Ik zal wel steeds zeggen: “Huh? Salon Indien? Maar dat is toch die meesterlijke website voor filmkritiek, http://www.salonindien.nl?” ;)

  5. Kaj van Zoelen

    Moeten we niet een kleine demonstratie organiseren voor de ingang? :)

  6. Christiaan

    Of gratis toegang voor ons als vergelding voor het stelen van de naam.

  7. Ricardo Berentsen

    Kaj, we ketenen ons vast aan de ingang.

  8. Jordi

    Als je mij er dan eerst even doorlaat, graag. Maar keten je dan zo vast als je wilt ;)


Reageer op dit artikel