Planet of the Apes (1968)

29 juni 2010 · · Analyse

Terugkomend van een x-aantal lichtjarige ruimtereis, hoe zou de aarde er dan uit zien? Is er sprake van machtsverschuivingen, is er sprake van een veranderde natuur, of is de mens zelf uitgestorven? Rondom dit thema is Planet of the Apes gebouwd, een thema dat nog altijd tot de verbeelding spreekt en waarmee in de film terecht de klassiekerstatus heeft verworven. Toch wordt deze klassieker tegenwoordig gezien als een wat knullige en gedateerde film en wordt de film ook nog eens ondergesneeuwd door Tim Burton’s remake — een remake die groot onrecht aan doet aan het origineel en alle negatieve recensies meer dan verdient.

Disclaimer: dit artikel bevat noodzakelijke spoilers.

Aanvankelijk stond ik enigszins sceptisch tegenover de film, echter bleek deze ongegronde verwachting direct bij de openingssequentie al overbodig. De film riep namelijk allerhande vergelijkingen op met die andere film uit 1968, 2001: A Space Odyssey. Hoewel de vergelijking slechts voor de eerste acte op gaat, en dan vooral op cinematografisch vlak, bleek het genoeg om flink enthousiast te maken voor wat nog komen ging. Net als Kubrick's meesterwerk worden in deze leeftijdgenoot ook talloze filosofische dan wel psychologische vraagstukken aangeboord, hoewel met minder subtiliteit en meer naïviteit. De opening van Planet of the Apes prikkelt in zijn trage beeldenstroom, minimum aan narratief en geslaagde muziekkeus op eenzelfde wijze de verbeelding. Met oog voor de grootsheid van de natuur en het universum, en de nietige plaats van de mens daarin, komen we aan op de aarde waarna van poëtische beeldtaal tot vlak voor het einde weinig sprake meer is en vooral ruimte wordt gemaakt voor de actie en het avontuur.

De actie en het avontuur; het vormt het heikel punt van de film. De al eerder genoemde knulligheid en gedateerdheid komen uit dit gedeelte van de film voort, en eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het plot kraakt en van logica geen sprake is. Het plot is in mijn ogen echter vooral een leidraad om aan de lopende band interessante vragen op te roepen. Het zijn die zaken eromheen die het interessant maken, het zijn de zijdelings genoemde zaken en de opgeroepen vragen die boeien. Het verhaal van 'de geëvolueerde aap' en de mens die zichzelf buitenspel heeft gezet lijkt vooral de aanzet tot een veel interessanter verhaal, dat zich met name op intertekstueel gebied afspeelt.

De film zit allereerst vol maatschappijkritiek. De film speelt op safe door het apenras een kopie te laten zijn van het menselijke. De protagonist, George Taylor (een glansrol van Charles Heston), uit zijn kritiek voortdurend op de 'menselijke' fouten binnen het apenras. Zo wordt er ongenuanceerd geciteerd:

'Some apes, it seems, are more equal than others.'

Niet alleen hierin zien wij de hand van George Orwell terug; de film lijkt soms wel Animal Farm in een andere setting te willen zijn. De maatschappijkritische visie, de verbeelding van de

proscar online

menselijke maatschappij als een dierlijke en vooral de conflicten binnen het dierenrijk zelf zijn zo Orwelliaans als de pest. Religie wordt voorgeschoteld als opium voor het volk, ooit goedbedoelde wetten worden misbruikt door de heersende macht en de moraal is een inktzwarte. Het probleem met deze zaken is echter de ontbrekende nuance, waardoor het af en toe vervalt in een wat prevelend geheel, dat overeenkomsten vertoont met de hedendaagse milieupropaganda.

De interessantere vraagstukken kennen meer nuance. Het zijn die rondom de gedragingen van de mens in een wereld die niet de zijne is. Hoe gedraagt de mens zich, ooit superieur aan het dierenrijk, wanneer hij dat niet meer is? Hoe reageert de mens op zijn afgezakte soortgenoten, waarmee niet eens communicatie mogelijk is? Is er nog sprake van liefde, of slechts een primitieve drang naar voortplanting? Het zijn enkele van de vele opgeroepen vraagstukken die zorgen dat de film staande blijft.

De laatste vraag, over de liefde, zien wij beantwoord in de slotscene van de film. Waar George Taylor, samen met zijn meegenomen vrouw, zelf genaamd tot Nova, het apenrijk verlaten. Het oogt als een idylle, maar niets is minder waar. Van liefde is er geen sprake, maar de reden achter het besluit wordt niet genoemd. Liefde is weer verworden tot een voortplantings- en overlevingsdrang, zelfs voor de enige mens die beter wist. Een op het oog hoopvol einde wordt een bittere realiteit, waar de menselijkheid er opnieuw van langs krijgt.

Het laatste sprankje hoop wordt vervolgens vernietigd in een van de meest memorabele slotzinnen die ik ooit mocht aanschouwen, gesproken wanneer protagonist George Taylor ontdekt dat hij zich op Aarde bevindt en niet, zoals hij tot dat moment dacht, op een andere planeet. In het zicht van een verwoest Statue of Liberty schreeuwt hij:

'You Maniacs! You blew it up! Ah, damn you! God damn you all to hell!'

Het is de emotionele ontlading van de film, waar alle oneffenheden even vergeten worden en kippenvel over het lichaam van de kijker giert. Het mag misschien de kroon zijn op het moralisme waar de film zich aan vuil maakt, maar het is tevens de kroon op de prachtige maatschappijkritiek en de boodschap dat de mens ook maar slechts deel uitmaakt van de natuur. George Taylor realiseert zich dat hij zich niet op een andere planeet bevindt, maar op zijn eigen; Aarde. Vervolgens spreekt de wetenschapper, die zijn eigen volk, ooit zo intelligent als hij, terecht wijst. Tevens spreekt hier echter de wetenschapper die zichzelf, als mens, van zijn voetstuk schopt en beseft dat hij mede verantwoordelijk is voor het ten gronde richten van zijn ras.

Het is de intertekstualiteit die Planet of the Apes de moeite waard maakt. Het is Animal Farm in een futuristisch jasje, waar achter een ogenschijnlijk simpel plot zich een spiegel bevindt. Maar het is tevens een film die speelt met de zijnsvraag van de mens, de plaats van de mens in de wereld en de onhoudbare positie waarin wij onszelf hebben geplaatst.

zp8497586rq

Onderwerpen:


Comments are closed.