Spielberg Saturday (11)
Catch Me If You Can (2002), The Terminal (2004), War of the Worlds (2005)

En nu komen we bij de recentere werken van Spielberg. Een periode waarin hij grote kleine films maakte, films met beperkte settings en actie, maar die wel groots zijn qua budget. Voor een van deze beperkte verhalen bouwde hij bijvoorbeeld een compleet vliegveld. Deze films wisselt hij af met echt groot werk, apocalyptische films met Tom Cruise.

Catch me if you can (2002)

Vanaf de optiteling is het al duidelijk, Catch Me If You Can gaat op de nostalgische toer. De openingstitels zijn geïnspireerd door Saul Bass en grafische designs van begin jaren 60. De gehele film ademt ook die tijdsperiode, waarbij de zuurstokkleuren van het scherm af spatten en de kleurrijke jurkjes en knotjes de achtergrond bevolken. In deze gladde vrolijke wereld maken we kennis met Frank Abagnele Jr, een adolescente oplichter, die in deze “gemoedelijke” tijden met vrijwel al zijn fraude’s weg kan komen. Tom Hanks speelt Hanratty, een fbi-agent die er een persoonlijke missie van maakt Abagnale op te pakken, terwijl Abagnale met steeds creatievere en onfeilbare methode’s van bankcheque-fraude op de proppen komt.
Deze setting suggereert een lichtvoetige film, en in zekere zin is Catch Me If You Can dat ook wel. Frank Abagnale Jr. doet niemand lichamelijk pijn met zijn daden, wordt zelfs neergezet als charismatische antiheld, en regelmatig duimt men voor Abagnale die zich uit de meest heikele situaties weet te lullen.

Toch is de kern van de film dramatisch. Abagnale zijn daden komen voort uit onvrede met zijn ruzieënde ouders, en uiteindelijk is het een film over iemand die genegenheid zoekt. De vele vrouwelijke veroveringen worden al snel vervangen voor één vast liefje (gespeeld door Amy Adams) en vanaf dat moment heeft Abagnale weer wat te verliezen. Het drama verdrinkt soms in de gladde, sexy en stijlvolle buitenkant van de film, maar dat maakt deze film ook weer een erg fijne film om te kijken. Een nostalgische trip die soms wat te lichtvoetig is, maar die gered wordt door een hoofdpersoon met wie identificatie mogelijk is, al is het een crimineel.

Zoals aangegeven zit er in de kern van de film een drama over een ontevreden puberjongen die verstikt wordt door het gebroken huwelijk van zijn ouders. De dramatische kant komt niet helemaal uit de verf, daarvoor is het uiterlijk te glinsterend, maar er zit zeker flink wat dramatische potentie binnen het verhaal. Deze komt soms naar voren door het prachtige spel van Christopher Walken als Abagnale’s vader en daardoor blijft de film aan de goede kant van het sentiment.

De film is, zeker voor een film over een crimineel, behoorlijk gestript van gewelddadige of grimmige elementen, al meende ik wel een suggestie van seksueel misbruik te bespeuren en wordt er in dezelfde plotlijn verwezen naar een abortus. O, en een gebroken been met bloederige details duikt één keer op. De sixties-kitsch overheerst alleen.

Soms heeft een goede popcornfilm slechts twee elementen nodig: een goed (achtervolgings)scenario en tonnen vol charisma. Deze film heeft van beiden genoeg in huis.


The Terminal (2004)

Victor Navorski, een man afkomstig uit het fictieve Oost-Europese Krakozhia landt in New York op de avond dat zijn thuisland uiteenvalt vanwege een revolutie. Hij kan niet terug naar zijn geboorteland, dat bestaat niet meer, en kan zonder geldig visum ook niet New York binnen. Zijn onvermogen tot communiceren in het engels zorgt ervoor dat hij strand op het vliegveld. In de lange periode dat hij wacht maakt hij nieuwe vrienden, vindt hij een love-interest in de vorm van eens stewardesse, regelt hij een huwelijk en maakt zich het engels eigen. Zijn geduld en volharding komen echter voor uit een onderliggend motief, wat zich over de speelduur van de film langzaam ontvouwt.

The Terminal begint als een melige slapstickkomedie, waarin Tom Hanks flink mag overacteren als de maffige idioot Navorski. Het krompratende oostblokclichè verovert natùùrlijk het hart van iedereen op het vliegveld, wat hem de “eervolle” bijnaam “The Goat” oplevert. Bevestig maar weer eens wat oostblokclichès. De stuntelige schtick van Tom Hanks voelt wel heel erg als publieksmanipulatie, waarbij we haast gedwongen worden van deze schattige mafkees te gaan houden.
De innemendheid van Navorski gaat pas werken wanneer het onderliggende motief van Navorski duidelijk wordt. Dit plotelement wordt veel en veels te laat geintroduceerd, omdat dan pas een basis wordt gegeven waarop Navorski zich kan gaan ontwikkelen tot meer dan een komisch clichè. Het zorgt ervoor dat het einde allemaal wat abrupt wordt afgewikkeld, terwijl de aanloop tenenkrommend lang aanvoelt. De film is uit balans, twee helften die niet echt samen gaan.

De film is zich daarnaast zo bewust van zijn potentieële innemendheid dat het daardoor juist niet innemend wordt. De plotlijnen rondom de nerdy chick van de douane en de bestuurder van de voedselkar, het karakter van de schoonmaker, het zijn allemaal clichèmatige personages die overduidelijk vissen naar een glimlach van de kijker, maar daarin juist storen. De film probeert kleinschalig en quirky te zijn, maar Spielberg kan dat gewoon niet. Het is tekenend dat het vliegveld volledig is nagebouwd als studioset, wat dit de “duurste kleine film ooit” maakt. Het is een crowdpleaser die probeert zichzelf klein, schattig en innemend te maken en daardoor op zijn gat gaat. Dat de film niet volledig mislukt is te danken aan het feit dat de film in dat streven hier en daar wel slaagt. Een aantal scènes weet oprecht te ontroeren, en ze hebben vrijwel allemaal te maken met Navorski’s onderliggende motief.

Vrijwel elk personage wordt meteen om de vinger van Navorski gewonden, die met puppyogen door het vliegveld heenstruikelt. Het is allemaal vreselijk zoetig, en het is opvallend dat het potentieel meest drakerige plotlijntje er juist een is die het meest weet te ontroeren. De rest is vooral confectieplezier: op maat gemaakte glimlachjes en scènes waar de acteurs zich volledig bewust zijn van hoe lief en geweldig ze overkomen. De laatste plotonwikkelingen brengen nog een aantal verrassingen met zich mee, maar deze zijn recht uit het handboek van de romantische komedie. Romantische komedie cliché # 4: rennen op de startbaan van een vliegveld om het vliegtuig te stoppen. Ja, zo’n soort film.

Er is geen enkel duister geheim in deze film, geen enkel nare karaktereigenschap, afgezien van de badguy in de vorm van Stanley Tucci (en de uiteindelijke rol van een vrouwelijk personage). Men is puur goed of slecht. Voornamelijk goed. En innemend.

Tom Hanks, als grote held, met een love-interest, die er op los mag schmieren, als grappige lieve Oostblokker, iedereen om zijn vinger windt, en uiteindelijk zijn grote doel bereikt. Van de kleinschalige romantische drama’s is dit de Micheal Bay-versie.

War of the Worlds (2005)

Het klassieke verhaal van H.G Wells over een invasie van buitenaardse wezens is een klassieker, War of the Worlds. Het verhaal, dat oorspronkelijk geschreven werd in 1899 , is vaker verfilmd en was eveneens de basis van een klassiek hoorspel door Orson Welles. Spielberg besluit het verhaal te vertalen naar deze tijd, waarbij ook de technologie van de aliens een update krijgt. De aliens zijn namelijk in staat elektromagnatische straling uit te zenden, waardoor elektronische apparaten voor een groot deel uitvallen. Het basisidee van een buitenaardse invasie bekeken uit het oogpunt van één protagonist blijft hetzelfde, waarbij er geen enkele scène is waar Ray Ferrier (Tom Cruise) niet aanwezig is, afgezien van de opening en slotnarratie van Morgan Freeman.
De update werkt voor een groot deel goed, waarbij de tripods van de aliens prachtig ontworpen zijn en de destructie fantastisch in beeld wordt gebracht. De plotopbouw is ook interessant, waarbij de film na een vrij rustig begin opeens in een gigantische stroomversnelling terechtkomt (met de veerbootscène als middelpunt) . Op de helft van de film komt de film tot stilstand, in een reeks van scènes waarin Ray Ferrier met zijn dochter strand in een kelder. Deze kelderscènes zijn erg sterk, aangezien ze de bombast achterwege laten, en spanning creeëren op een persoonlijker niveau. Het is geen massa mensen meer die vlucht voor een horde robots, maar Ray Ferrier, zijn dochter, een naargeestige man en een tripod. Deze scènes tonen dat Spielberg het creeëren van suspense niet verleerd is.

Helaas is de film niet altijd even consistent goed. Hoewel het einde hetzelfde is gebleven als in de roman van H.G Wells past deze hier minder goed. Waar in H.G Wells roman het nog sense maakte weet Spielberg hier niet de plotafwikkeling even sterk af te bouwen, waardoor het einde nu vooral onzinnig en anticlimactisch voelt. In een tijd waarin onze technologie verder is dan die uit 1899 moet er toch een betere optie te verzinnen zijn om de antagonisten uit het verhaal te slingeren. Deze aliens zijn daarnaast vrij matig ontworpen, waarbij de film zijn geloofwaardigheid verliest wanneer de aliens uiteindelijk uit hun tripods komen. Spielberg had ze beter niet kunnen laten zien, want nu valt hun uiterlijk flink tegen.
Laatste minpunt zijn de karakters, waarbij Ray Ferrier voornamelijk onsympathiek is en zijn twee kinderen bloed-onder-de-nagels-vandaan-halend-irritant.

Andermaal een gebroken gezinnetje, wat nu toch echt begint te vervelen. Welke onverwerkte familieproblemen heeft Spielberg? De problemen van Ray Ferrier met zijn kinderen is een plotpunt wat enkele irritatie oproept, zeker omdat het niet veel toevoegt aan de basisplot. Het einde is voornamelijk sentimenteel te noemen, waarbij Morgan Freemans zalvende stem met hyporbolen de anticlimax probeert goed te praten. Smijtend met “inzichten” over menselijke natuur roept het eerder irritatie op dan een euforisch gevoel.

Spielberg doet weer flink zijn best om onverwacht uit de hoek te komen, door de destructie en chaos flink duister neer te zetten. Hoewel de film vrijwel bloedeloos is (de aliens vermoorden mensen door de tot stof te schieten) zitten er een flink aantal nachtmerrieachtige beelden in, waaronder een brandende trein die voortraast en een tripod die mensen oogst als slachtvee. Om de rol van Tim Robbins niet te vergeten. Naar spul.

Een film vol destructie en chaos doet het altijd goed aan de box-office, net als films over gewone mensen die geconfronteerd worden met krachten sterker dan hen. War of the Worlds combineert de twee in een high-concept science-fiction film, die ook nog eens een verfilming is van een klassiek boek. Het is een zomerblockbuster die bij voorbaat mikte op succes, zeker door een grote ster in de hoofdrol te casten, en het is dan ook jammer dat de film artistiek de verwachtingen niet geheel waar weet te maken.


Onderwerpen:


1 Reactie

  1. Bram Ruiter

    Wederom een heerlijk artikeltje, Theo.

    Overigens moet ik toegeven elke keer meer te genieten van The Terminal dan van de andere twee genoemde films. Catch is zeker leuk, maar om de een of andere reden klikte het niet, iets dat ik wel met The Terminal had. Ik denk dat het te maken heeft met het jazz-motief, het ongelofelijk leuke verhaal en Kumar. Over WotW heb je gelijk.


Reageer op dit artikel