The Loves of a Blonde (1965)
They Shoot Pictures, Don't They? 2010 - #384

21 september 2010 · · Kritiek + They Shoot Pictures

Deze klassieker van Forman is de vierde in de reeks ‘Tsjechische New Wave’ en de rek lijkt er nu toch wel flink uit te zijn. Natuurlijk is deze film eerder uitgebracht dan de andere besproken films, maar dat neemt niet weg dat ik na een half uur het gevoel had naar een mashup van Closely Watched Trains en The Firemen’s Ball te kijken.

Ook hier wordt het alledaagse leven van nitwits in een boerendorp onder de loep genomen. De stationshulp Milos maakt plaats voor een zo mogelijk nog kleurlozer blondje, dat zich buiten haar eigen controle om een weg baant langs burgermannetjes en moralistische moeders. Daarnaast speelt een aantal scènes zich af in een balzaal, waarin de mannen van groot statuur jacht maken op tienermeisjes. Hoewel hun voorkomen nog steeds uitgeblust is, draait het ditmaal niet om brandweermannen maar om legerofficieren. Zoals gezegd konden de twee eerdergenoemde films sterk leunen op een dosis absurdisme, die het merendeel van de tijd vermakelijke effectiviteit tot stand bracht. Niets van dit alles is echter aanwezig in de veel te conventionele opzet van The Loves of a Blonde. Hierdoor verliezen de elementen, die de andere films zo nu en dan wisten te transformeren tot een succes, al hun zeggingskracht en dat maakt het tot een hopeloos vermoeiende zit.

Bij aanvang neemt Forman al een verkeerde afslag wanneer een bleekscheet een country-liedje begint te zingen waar geen einde aan lijkt te komen. Al na drie minuten staat het huilen me nader dan het lachen, maar goed, misschien kunnen de liefdesperikelen van de blondine me op andere gedachten brengen. Misschien verrast Andula me wel door vreemd te gaan met een dwerg, of door haar hart te verpanden aan een levenloos object. Misschien barst ze net als in de films van Jacques Demy in zingen uit en zwiert ze gracieus door het beeld. Zulke zoetsappigheid heeft niet de voorkeur, maar is nog altijd beter dan de keuze voor de lethargische leeghoofd, een wezentje zonder identiteit. Forman trekt een blik aan mannen open en stuurt ze op het blondje af. Gelaten ondergaat ze de vele verleidingspogingen. Of het nu de jongen van drie hoog achter, de officier met vele pukkels of de op hol geslagen pianist is, het lijkt haar allemaal vrij weinig te deren. De suggestie wordt gewekt dat ze eigenlijk met elke man genoegen neemt die haar pad weet te kruisen. De houthakker in het bos weet haar in korte tijd het hof te maken, de al genoemde pokdalige officier palmt haar in tijdens een flirtfestijn en de pianist laat haar toch overstag gaan na enkele minuten van hardhandig vergrijp.

Forman leek naast problemen op technisch vlak – ‘flets’ krijgt een hele nieuwe dimensie – ook niet bepaald uit de voeten te kunnen met het verhaal. De op seks beluste mannen razen voorbij, kibbelen er als huisvrouwen op los en te midden van alles staat het o zo grijze muisje vastgenageld aan de grond met een blik van ‘wat moet ik hier nou mee!’. In het begin weet Forman dit alles nog te larderen met een zekere charme, zoals de scène waarin een trouwring door de feestzaal in de richting van drie loopse vrouwen rolt en een van de mannen onder de tafel van die vrouwen zijn ogen uitkijkt naar benen en rokjes. Ook het spoedberaad van de strijdheertjes over hun plan om de harten van de vrouwen te veroveren, biedt genoeg vermaak. Maar op deze zeldzame momenten na is er vrij weinig waarmee de film zich staande kan houden. Zeker vanaf het punt waarop Andula bij het ouderlijk huis van een van haar geliefden arriveert, wordt het langdradig en tenenkrommend. In plaats van dat Forman zich richt op het wel en wee van Andula laat hij slechts de ouders aan het woord. Een saaie sequentie aan de keukentafel is het gevolg. De moeder jammert maar door over de gebreken van Andula en meer in het algemeen over het af te leggen levenspad van de vrouw. Vaderlief sluit zich aan bij dit gezever over moreel wenselijk gedrag en Andula, zij doet wat ze al heel de film doet: zonder gemok vanaf de zijlijn toekijken.

Zoals ik aan het begin al aankaartte, ben ik nu wel even klaar met dat geneuzel uit het Oostblok. Net als Forman in 1968 deed, verschuif ook ik mijn blik naar het westen, overigens zonder dat ik daarmee de blondjes uit het oog verlies. Volgende keer: Howard Hawks’ Gentlemen Prefer Blondes.


Onderwerpen:


1 Reactie

  1. Olaf K.

    Vraag me af wat er was gebeurd als dit je eerste Czech waver was geweest. Je bekritiseert nu precies de scenes die ik zo leuk vind (de keukentafel!) :)


Reageer op dit artikel