The Thing (1982)

2 oktober 2010 · · Kritiek

In het teken van Halloween, dat aan het einde van deze maand plaatsvindt, volgen de komende maand op zaterdag artikelen van mijn hand over horrorfilms. De komende weken bespreek ik de Apocalypse-trilogie van John Carpenter. Op zondag gaat Allemaal Altman gewoon nog door.

John Carpenter’s obsessie met de apocalyps nam de vorm van een thematische trilogie aan, die startte met The Thing. Ik bespreek de komende weken de trilogie, en begin met wat in mijn ogen John Carpenter’s beste film is. De verfilming van het boek Who Goes There van John Campbell, eerder verfilmd als The Thing From Outer Space , is een schoolvoorbeeld van goed opgebouwde suspense, afgewisseld met ijzersterke schokmomenten (ik vermijd schrikeffecten, omdat dit woord suggereert dat er goedkoop effectbejag plaatsvindt, terwijl de onverwachte elementen in The Thing perfect passen binnen hun plaats in de film).

Het blijkt bij herkijk dat de eerste scènes al het meesterschap van Carpenter tonen. Hij blijkt van het begin af aan bereid om de kijker op het verkeerde been te zetten. De openingsscène toont een aantal hufters in een helikopter die schieten op een weerloze husky. Mens versus natuur! Zal volgens de bestaande horrorwetten moeder natuur terugslaan? Later leren we pas dat deze hond met recht op de dodenlijst stond. De hond draagt een parasiet met zich mee die door te evolueren transformeert naar het evenbeeld van zijn slachtoffers. Evolution is letterlijk een bitch.

Verder zijn de eerste scènes belangrijk om de camaraderie tussen de personages te tonen. We zien ze klooien, poolen, elkaar uitlokken en plagen. Mannen onder elkaar. De dreiging waarin ze zich bevinden is eerst nog niet duidelijk, maar Carpenter weet met lange trage camerashots van verlaten ruimten en de holle echo van een stereo suspense te creëren. De eenzaamheid van de Noordpool, de levensbedreigende isolatie, wordt al vanaf de eerste shots duidelijk. Bewapend met een geweldig gebruik van geluid en een uitgekiende spanningsopbouw weet The Thing de spanning vast te houden voor de shit losbarst.

Want er is al snel stront aan de knikker. De transformatiescènes van het titelmonster zijn misschien niet geheel overtuigend meer, maar dat betekent niet dat deze fantasieloos zijn. De onaardse absurditeit en smerigheid van deze transformatiescènes werkt doordat Carpenter zich niet inhoudt. Er is een eeuwenoude fascinatie met freaks en misvormingen en deze transformaties sluiten daar volop bij aan. Het “Siamese slachtoffer” dat men vindt, geeft een voorbode van wat we kunnen verwachten. Hoogtepunt is wat mij betreft niet het spinnenhoofd, maar de scène waarin de half getransformeerde George Bennings zijn gewei-achtige armen uitstrekt, slecht belicht door het rode licht van vuurwerk, en (als ode aan Invasion of the Body Snatchers) wijst en schreeuwt. Een onaardse, helse, apocalyptische schreeuw. The Thing is duidelijk de minst religieuze film in John Carpenter’s Apocalyps-trilogie (ze worden per deel bovennatuurlijker), maar dit beeld is ongelooflijk rooms-katholiek in zijn helse waanzin.

Het knappe van The Thing is dat Carpenter van twee walletjes eet zonder daarbij uit de bocht te schieten. Er zijn horrorfilms die steunen op suspense, het eindeloze rekken van conclusies en geweld, de kracht van suggestie en een tergende sfeer. Dan zijn er de horrorfilms die leunen op surprise, de killer die pardoes tevoorschijn komt, die zieke moord of overdreven gore, het gesmijt met ingewanden, onverwachtse twists en uitzinnige monsters. The Thing is beiden. Qua suspense is de film zeer ingehouden, er wordt langzaam opgebouwd naar conclusies en climaxen. Als deze filmische erupties eindelijk daar zijn gaat Carpenter echt vol gas en leunt hij op het element van ongeloof. Om een bekende afkorting aan te halen: W.T.F…

De horror in The Thing komt dan ook vaak voort uit de gore en de make-upeffecten, maar ook uit de tergend langzame opbouw naar deze momenten. Wat echter de film constant spannend houdt, is dat de personages niet weten wie te vertrouwen is. Ook wij als kijker worden aan het denken gezet en geacht alles wat we zien in twijfel te trekken. Het zijn de laatste shots die incasseren op de thematiek van de film. Het niet kunnen weten wat te vertrouwen. Zien we een glorieuze overwinning of een suggestieve voorbode van het einde der tijden? Zien we twee vrienden, vriend en vijanden of twee transformaties? Het zijn vragen die na blijven spoken. The Thing is een film die zich vastklampt met zijn tentakels, je naar binnen zuigt, je transformeert en je uitspuugt als een van zijn trouwe volgelingen.


Onderwerpen: ,


2 Reacties

  1. Kaj van Zoelen

    Ik ben ongeduldig: wat zijn de andere twee?

    Die schreeuw is inderdaad misschien wel hét hoogtepunt van de film, maar wat is er nou zo katholiek aan? Of apocalyptisch wat dat betreft? Die laatste vraag geldt voor mij eigenlijk ook voor de hele film: ik zie er het apocalyptische niet zo van in…

    Verder ben ik het natuurlijk volledig met je eens qua beoordeling.

  2. theodoor

    Het deed mij gewoon erg sterk denken aan het hellevuur, met die belichting enzo. En als je bedenkt dat Carpenter het heeft bedoeld als een ode aan de apocalyptische thematiek dan is een religieuze interpretatie niet ver weg. Daarnaast wordt er duidelijk gemaakt dat als The Thing de wereld bereikt dat dat het einde van de wereld betekent binnen een aantal dagen tijd. Dat maakt het einde extra open, toont de film het begin van het einde?

    De andere twee zijn Prince of Darkness en In the Mouth of Madness.


Reageer op dit artikel