Drive (2011)

5 november 2011 · · Kritiek

Pompende italo start de adrenalinerush in minuut één van Drive, de nieuwste van Nicolas Winding Refn. De muziek stuwt de film voort, in zijn langzame, maar beklemmend werkende tempo. Flitsende achtervolgingen, malafide onderhandelingen en uitbarstingen van extreem bruut geweld wisselen zich af. De spanning bouwt zich scène na scène op om soms haast ondraaglijke vormen aan te nemen; het enige woord dat na het zien van de film de lading lijkt te dekken is ‘intens’.

Ryan Gosling is de Driver, het rustige middelpunt van de film. Hij zegt weinig, vertoont amper emotie en lijkt enorm berekenend. Hij is part-time stuntman, part-time automonteur en part-time vluchtauto-chauffeur. Deze baantjes blijken goed te combineren; we zien de Driver op nonchalante wijze, met een tandenstoker in zijn mondhoek, eerst op slinkse wijze de politie ontlopen en vervolgens een stunt doen op een filmset. Wanneer hij echter een nieuwe buurvrouw (Carey Mulligan) krijgt en haar man terugkeert uit de gevangenis, moet hij dienst doen als bestuurder van de vluchtauto, maar dit verloopt niet helemaal volgens plan.

De cast is geweldig, het subtiele spel van Gosling is fenomenaal, maar ook de fonkelende blik in de ogen van Carey Mulligan overtuigt en zelfs de schmierende Ron Perlman als onvoorspelbare badass is op zijn plek. Het plot is simpel en de personages zijn stereotype, maar nooit wordt Drive plat vermaak.

Daarvoor ligt het tempo te traag en is de audiovisuele trip te intens. Een veelvoud aan prachtige beelden passeert, van grootse opnames van een in lichtjes gehuld Los Angeles bij nacht, originele cameravoering tijdens achtervolgingen, en zeer expliciete, maar esthetische uitbarstingen van bruut geweld. In deze gewelddadige momenten komt de tot de hoogste versnelling opgevoerde onderhuidse spanning tot een climax, waarbij Refn er op uit lijkt te zijn de kijker te overrompelen, te verkrampen en vervolgens met hartkloppingen de zaal te laten verlaten.

De soundtrack is, zoals vaak in Refn’s films, van groot belang. Geen Deense hardrock zoals in Pusher, maar retro synthesizers ondersteunen al het visuele geweld. Zwoele zang en pompende beats brengen de kijker in een onheilspellende trance. De muziekkeuze lijkt verassend voor een dergelijke film, maar het pakt zeer geslaagd uit.

Refn lijkt met Drive de gulden middenweg gevonden te hebben tussen de rauwe stijl waarmee hij de Deense drugswereld neerzette in de Pusher-trilogie (1996-2005) en de meditatieve ervaring die zijn vikingfilm Valhalla Rising (2009) was. Een geweldige audiovisuele trip, die toch dat rauwe en brute element uit zijn beginperiode omvat.

Het maakt Drive tot een razend knappe film, enerzijds een ijzingwekkend spannende misdaadthriller, anderzijds bol staand van visuele krachtpatserij. Het is de kroon op Refn’s werk tot nu toe, de synthese van zijn diversiteit aan films. De film wordt door velen als meesterwerk gezien en dat lijkt terecht. Na Fear X (2004), zijn eerste film in de VS – die film flopte genadeloos met faillissement tot gevolg – maakt Refn met Drive in een keer een van de beste Amerikaanse films van het jaar. Intens, bloedstollend, maar tevens van ongekende schoonheid.


Onderwerpen: ,


Reageer op dit artikel