Het beste van 2010, volgens Christiaan

10 januari 2011 · · 2010 + Lijst

Aan mij de taak van hekkensluiter met het plaatsen van mijn jaarlijst, waarbij ik enigszins moeite had de top 10, op de nummer 1 na, samen te stellen. 2010 was dan wel een zeer aardig filmjaar, waarin het niveau zeer degelijk was, maar er waren slechts twee films die mij echt verrasten (waarvan één in misselijkmakende zin). Echt slechte films zag ik gelukkig zelden en de meest gewaardeerde lijk ik allemaal wel mee gepakt te hebben. Achtereenvolgens de meest opvallende films van het jaar en de films die buiten de boot vielen, en de top 10 zelf.

De opvallendste films van 2010 waren niet om over naar huis te schrijven, al is het maar om geen schijn van slechte mentale gesteldheid op te wekken. De film die mij het meest verraste was Harmony Korine’s Trash Humpers, zowel de slechtste als beste film van het jaar. Fascinerend in zijn totale gebrek aan moraal, cinematografische wetten en realiteit, maar daarnaast ook oersaai en simpelweg vervelend. Met opzet zonder meer, maar Trash Humpers is een bad trip die je je publiek niet zou moeten gunnen, maar ook daarom nu al een klassieker in zijn Korine’s getrap tegen conventies. Het Griekse Dogtooth deed dat toch beter. Na Trash Humpers mag dit dan de meest bizarre film van het jaar heten, maar hier staat een verkrachte moraal in dienst van het plot. Deze film, waarin een man zijn kinderen opvoedt als honden, hen katten laat vermoorden en ook incest niet schuwt, is zo van god los dat het beschamend hilarisch wordt.

Noemenswaardige films die nu buiten de boot vallen waren er ook zat. The Kids Are All Right was zeer aardig. Hoewel de keuze voor de indie stijl wat mij betreft niet had gehoeven, deed het weinig af aan het originele script. Zelfs de scene waarin de spermadonor en de moeder van het kind gezamenlijk Joni Mitchell zingen bleek te werken. Greenberg van Noah Baumbach was tevens een aangename indie, één zoals Baumbach al eerder bewezen had te kunnen maken. Afterschool was dan weer van een minder lichtvoetig soort. Een redelijke Van Sant imitatie, die grotendeels overtuigt dankzij een sterke cinematografie en originele keuzes in het script, dat helaas niet altijd even sterk is. En Martin Scorsese’s Shutter Island was simpelweg genieten van wat ik ervoer als een ode aan de Hitchcockiaanse thriller. Hoewel laatstgenoemde ook niet in mijn lijstje te vinden is, ben ook ik van mening deze te weinig te zien. Daarnaast werd ook op animatiegebied mooi werk verricht. Met name Toy Story 3 wist jeugdsentiment weer te doen oplaaien, maar deed daar nog een flinke schep bovenop door in ieder geval de beste Pixar te zijn die ik tot op heden zag. Maar Wes Anderson’s animatie bleek ook goed uit te pakken. The Fantastic Mr. Fox was prachtig geanimeerd, bij vlagen erg leuk en altijd typisch Wes Anderson.

De top 10.

10. Exit Through the Gift Shop
Hoewel ontkracht door Banksy zelf, Exit Through the Gift Shop is in mijn ogen een slimme documentaire die er alle schijn van heeft een mockumentary te zijn. Alleen daardoor al interessant, want de film krijgt daardoor, op een metaniveau, nog een extra waarde. Over iemand die de street art van Banksy, Obey en co vastlegt, maar plots besluit met totaal onorigineel werk rijk te gaan worden.

9. Winter’s Bone
De jury van Sundance houdt van dergelijke films. In 2008 won Frozen River daar de juryprijs, in 2010 was dat Winter’s Bone. Winter’s Bone bleek, gelukkig, een stuk beter. Makkelijk de beklemmendste film van het jaar, over leven tussen het uitschot van de Amerikaanse samenleving. Met geweldig acteerwerk, dat het trash van de VS, hoewel keihard en ziekelijk, vooral menselijk maakt.

8. The Social Network
‘De Facebook film’ bewees dat in de juiste handen elk willekeurig onderwerp tot een boeiende film kan worden gekneed. The Social Network voelde als een Hollywood-klassieker over een groepje nerds dat terecht komt in een plot vol intriges, verraad en hebzucht. David Fincher is na het vreselijke Benjamin Button weer terug op koers; jammer dat hij na elke goede film altijd weer een mindere lijkt te maken. En Justin Timberlake bleek ook, net als eerder in Southland Tales, nog best aardig te kunnen acteren.

7. The Killer Inside Me
The Killer Inside Me geldt wat mij betreft als een van de meest onderbelichte films van het jaar. Regisseur Winterbottom registreert de daden van het masochistische seriemoordenaar op een wijze die je te weinig ziet in Hollywood. De ‘killer’ is de antiheld, die zonder enige wroeging of emotie moordt waar hij dat noodzakelijk acht, en Winterbottom gunt de kijker geen moment van relativering of veroordeling.

6. Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives
Apichatpong Weerasethakul lijkt op dit moment de koning van de metafysische cinema. Oom Boonmee neemt ons mee op zijn reis van leven naar het hiernamaals. Wheerasetakhul vertelt verhalen als geen ander, met een ritmische beeldenstroom waar je u tegen zegt. Erg meditatief, maar soms ook nuchter en zelfs grappig. Zelfs politieke situaties komen nog ter sprake, in deze film die zich ergens tussen leven en het hiernamaals afspeelt.

5. Inception
Christopher Nolan’s Inception mag dan wat overdadig zijn, een knappe film was het wel degelijk. In ieder geval de beste en meest intelligente blockbuster van het jaar, met een stortvloed aan van het beeld spattende scenes. Zeker zijn er wat missers in het verhaal, desalniettemin is Inception, binnen de conventies van de Hollywood blockbuster, zeer creatief en ijzersterk.

4. A Single Man
A Single Man, van Tom Ford, was het pareltje van 2010; weinig films zijn zo gestileerd als deze. Waar de hoofdpersoon zijn band met de wereld om hem heen is verloren, maar zichzelf en zijn leven angstig perfect aankleedt, ademt de film zelf ook deze esthetische perfectie.

3. Where the Wild Things Are
Where the Wild Things Are was al een fijn prentenboek, maar de film doet hier nog een schepje bovenop. Hoe Spike Jonze het 10-zinnen tellende verhaal heeft weten te verwerken tot een heuse speelfilm, met behoud van het bronmateriaal is ronduit verbazingwekkend. Heerlijk fantasierijk, grappig en enorm creatief.

2. Another Year
Mike Leigh kwam in 2010 met een nieuwe film, en bereikt hiermee, na het redelijke Happy-Go-Lucky (2008), weer een hoog niveau. Vanuit een onwaarschijnlijk gelukkig bejaard stel aanschouwen wij hun vrienden en kennissenkring. De intermenselijke relaties zijn allemaal niet meer wat zij geweest zijn, volwassenen die zich van hun kinderachtigste kant laten zien; Another Year is vooral ontroerend in het laten zien van de aard van het beestje. Het zal velen suf in de oren klinken, maar menselijker film dan dat van Leigh kom je niet gauw tegen.

1. Enter the Void
Eindelijk was daar wat nieuws van Gaspar Noé. En niet zomaar wat nieuws, Enter the Void bleek een drie uur durende, hoofdpijn opwekkende, misselijkmakende, maar geweldige trip vanuit het perspectief van het hoofdpersonage. In Enter the Void is de dood de ultieme trip, en Noé benut alle middelen van de cinema ten volste om dit aan de kijker duidelijk te maken. Moeilijk in een hokje te plaatsen, moeilijk te vergelijken met andere films, maar zonder twijfel het meest zintuiglijk prikkelende stukje film van 2010. Enter the Void moet je niet zien, maar ervaren.



Reageer op dit artikel