Russellmania 1: het oeuvre van Ken Russell.

Dit is het eerste artikel in een zesdelige reeks rondom de cineast Ken Russell.

Terwijl Ken Loach en Mike Leigh synoniem stonden met Britse cinema en kitchen sink de wereld veroverde, was er een weerbarstig individu die compleet krankzinnige, gestoorde en onrealistische cinema maakte. Ken Russell, de gestoorde professor van de Britse filmkunst, is lang niet altijd een geniaal regisseur. Wel is het een regisseur met een uit duizenden herkenbare stijl, die weigert zich te conformeren aan de bestaande wetten. Bekendste voorbeeld daarvan was wel zijn film Whore, die alleen al vanwege de titel in opspraak kwam en werd uitgebracht als If You’re Afraid to Say It… Just See It. In een reeks van artikelen zal ik aandacht besteden aan deze ondergewaardeerde freak, en vandaag zal ik beginnen met het duiden van zijn unieke stijl.

Ken Russell begon als documentairemaker bij de BBC, maar ontwikkelde al snel een eigen stijl (over de beginselen van deze ontwikkeling volgt nog een artikel) . Deze stijl beslaat uit een reeks van eclectische invloeden, waaruit Ken Russell een eigen beeldtaal heeft ontwikkeld. Veel elementen in zijn oeuvre keren vaker terug, (boze tongen zeggen zelfs dat hij constant een remake maakt van The Devils en/of Tommy), en er is een duidelijke ontwikkeling te zien naar steeds uitzinniger scènes en symboliek.

Want als één ding het werk van Ken Russell kenmerkt is het zijn gebruik van symbolen. Deze zijn niet zelden freudiaans. Fallussymbolen als slangen en zwaarden passeren de revue, maar er is ook een focus op ogen, rotting van het menselijk lichaam, bizarre dromen, en kinderspeelgoed. Vaak hebben deze symbolen weinig met het plot van doen, maar zijn deze illustraties van zijn thema’s.

Thema’s die vaak terugkeren zijn seks, religie, fascisme en de artiest/kunstenaar. Seks is bij Russell vaak dubbel. Hij is een romanticus, die gelooft in de liefde, maar het lijkt dat een traditionele monogame relatie vaak tragisch of onbevredigend is. Het is in de onconventionele relatie, het perverse, dat voor zijn personages vaak het geluk schuilt. Zijn personages zijn hoeren, vreemdgangers, homo’s, lesbiennes, zondige priesters, incestueuze geliefden, geperverteerden en polygamisten. Ken Russell gelooft niet in veroordelen, maar zwelgt in de seksuele uitzinnigheden van zijn personages. En dat terwijl Ken Russell verklaart belijdend Katholiek te zijn, ondanks de moeite die de Kerk heeft met buiten-conventionele seksualiteit.

Religie is dan ook een vaak terugkerend thema binnen het oeuvre van Ken Russell. Op zijn minst heeft hij een gecompliceerde relatie met religie. Hij lijkt oprecht geïnteresseerd in religieuze symboliek en enkele van zijn films gaan ook over religieuze wederopstanding. Maar het lijkt dat hij genoeg heeft van religieuze hypocrisie en dogma’s. In The Devils ontleed hij de misdaden van de inquisitie en het opportunisme binnen de hogere orden van de Katholieke Kerk. In Altered States, Lisztomania, The Lair of the White Worm en Tommy vervormt hij de kruisiging tot een blasfemisch maar indrukwekkend symbool. In deze films toont hij de glamour en kitsch van religie, maar ook de hypocriete onderlaag. Maar in Tommy, en vroege films als Amelia and the Angel en Song of Summer, lijkt hij ook de kracht van religieuze symbolen te eren, en oprecht te geloven in sommige van de elementen. Zijn houding tegenover is gecompliceerd, maar hij herkent dat religieuze symboliek een iconische status heeft, die krachtiger kan worden wanneer je deze op ongebruikelijke, schokkende wijze inzet.

Symboliek als propagandistisch, krachtig middel interesseert Russell, en hij lijkt te beseffen dat deze ook op kwaadaardige manier gebruikt kan worden. Hij is gefascineerd door het fascisme en de Nazi’s, maar ook door (de show) van megalomane dictaturen in het algemeen. In zijn films maakt hij vaak gebruik van fascistische symbolen als verwezenlijking van het kwaad, en hij zet deze vaak op anachronistische wijze in. Dictatoriale fascistische systemen en symboliek komen onder andere voor in Mahler, Lisztomania, A Kitten For Hitler, Mindbender, Liar of the White Worm, Salome’s Last Dance, Dance of the Seven Veils, Billion Dollar Brain en Tommy.

De kracht van beeldtaal komt ook naar voren in zijn focus op de artiest. Vrijwel al zijn films hebben te maken met creërende mensen en het artistieke verlies van grip op hun werk. Een van de obsessies van Ken Russell zijn klassieke componisten van wie hij het persoonlijk leven vaak mixt met de impact van het werk. Franz Liszt is in Lisztomania een rockster die vecht tegen een Super-Franken-Wagner (Frankenstein + Superman + Wagner) in een Hitler-kostuum. Mahler speelt de hoofdrol in een fascistische stille film met opera-invloeden. Met conventionele biografieën heeft het niks van doen, maar wel met de potente beelden die het werk en biografische details van de componisten oproepen. Andere beroemde personen geportretteerd in Russels films zijn Mary Shelley, Debussy, Delius, Rudolph Valentino, Tschaikovsky, Bruckner en…. Uri Geller.

Ken Russell is dan ook vooral een visueel verteller. Voor emotionele diepgang van de hoofdpersonen, of uitgebreide karakterontwikkeling hoef je niet naar zijn werk te kijken. Zijn focus op symbolen is kenmerkend voor zijn stijl, evenals ode’s aan zijn stilistische voorgangers. Hij laat zich bijvoorbeeld erg inspireren door Fellini, Cocteau en George Méliès, alle drie regisseurs die een wat theatraler visuele stijl hebben. Salome’s Last Dance is zelfs een letterlijke ode aan Méliès bordkartonnen decors. De vroege film komt vaker om de hoek, waarbij vooral Metropolis een ijkpunt is waar Russell zijn films aan ophangt, net als andere Duits-Expressionistische films. Maar ook propagandisten als Riefenstahl en Eisenstein vormen inspiratie. Van Eisenstein leent hij de non-diegetische inserts, iconische beelden die losstaan van het narratief, maar die commentaar leveren op de gebeurtenissen. Een aantal scènes uit Charlie Chaplin’s Gold Rush wordt compleet overgenomen in Lisztomania, en The Boy Friend is een liefdevolle ode aan Busby Berkeley. Ken Russell’s films zijn theatraal, als gigantische kleurrijke opera’s, maar dan met meer fascistische poedelnaakte nonnen dan de gemiddelde opera(The Devils).

Russels werk wordt gekenmerkt door deze postmoderne mengvormen. Deze stijl van symbolische botsingen wordt zover doorgevoerd dat het explosieve beelden oplevert. Symbolen overlappen elkaar en kunnen meerdere dingen beteken. Russell’s symbolen bezitten de rauwe kracht om te shockeren en op te schudden. Ze werken zo sterk door dat ze in elkaar overlopen en niet netjes te scheiden zijn. Juist de hyperactieve en krankzinnige postmoderne mengvormen zijn zo memorabel. Rationaliteit is bij Ken Russell afwezig, saai en lusteloos. Krankzinnigen en geperverteerden hebben de macht. En als al deze elementen narratief geen sense maken, dan is er altijd het bombastische decor, het lyrische camerawerk en de kitscherige kostuums. Helaas heeft Russell, nadat Whore flopte, nauwelijks een budget ter beschikking. Los van de studio verliest hij zich in zijn excessen, maar weet deze niet meer te compenseren met een prachtige vormgeving. Zijn huidige films hebben een budget van nul, lelijke montage en camerawerk en een vermoeiende opeenvolging van alle elementen die hem ooit zo groot maakten.

Volgende week: Ken Russell bij de BBC (1/2)


Onderwerpen:


Reageer op dit artikel