The Fighter (2010)

24 maart 2011 · · Kritiek

David O. Russell (Three Kings, I Heart Huckabees) ging aan de haal met The Fighter, nadat Darren Aronofsky, die het aanvankelijk zou regisseren, zijn zinnen zette op Black Swan. Verbazingwekkend is het, dat de gedachte aan ‘hoe het zou zijn als Aronofsky aan het roer stond’ niet was wat de klok sloeg. Het is absoluut geen tweede The Wrestler of een poging daartoe. The Fighter volgt de genreconventies van de boksfilm annex speelfilmdrama, maar Russell weet zo af en toe die conventies te doorbreken.

The Fighter vertelt het verhaal dat zich niet al te veel onderscheid van dat van andere boksfilms. Een getalenteerde bokser die een groot succes tegemoet gaat, heeft buiten de ring een hoop problemen van persoonlijke aard. Micky Ward (Mark Wahlberg), zoals de naam van de bokser luidt, komt van de straat. Opgegroeid in een asociale familie, met een aantal halfzussen dat niet op twee handen te tellen is, en een aan crack verslaafde broer (Christian Bale), die ook nog eens een succesvol bokser was. Het klinkt als een film die alleen Darren Aronosky nog tot een respectabel product had kunnen laten zijn, maar David O. Russell heeft mij toch ook goed weten te vermaken met deze film.

Wahlberg is de spil van de film. Wahlberg speelt de tussen twee werelden zittende Micky, die maar met de stroom mee lijkt te varen, wiens eigen wil de wil van zijn moeder is en zich eigenlijk ook weer niet zo heel erg druk maakt om het crackgebruik van zijn broer dan wel het winnen van zijn eigen kampioenschap. Micky houdt zich staande op de straat, maar is verder niets meer dan een geoliede machine in dienst van zijn familie, die precies doet wat er van hem gevraagd wordt. En zo speelt Wahlberg hem; kil, onopvallend, maar net voldoende om als steunpilaar te dienen voor het hele drama-verhaal.

De enige echte ster van de film is Melissa Leo, als enerzijds de liefdevolle moeder voor haar enorme hoeveelheid kroost, maar anderzijds een ware verschrikking, wanneer Micky’s carriere niet volgens haar plan verloopt. Het is een verademing om haar te zien, in tegenstelling tot Christian Bale, die zich voor The Fighter voor de tweede keer in zijn acteurscarrière liet uitmergelen. Bale speelt crackjunk en ex-boxer Dicky Eklund dan wel met verve; hij overact een beetje, schmiert zo af en toe, maar zet ongetwijfeld een geloofwaardige junk neer. Maar zijn we niet een beetje voldaan van Bale? Zijn optreden is nauwelijks nog indrukwekkend; we zagen dit eerder, vaker en het is een gevalletje verschrikkelijk voorspelbare casting. Een wat minder voorspelbare casting hier had de film goed gedaan; de publiciteit echter niet, met een gewonnen Oscar op zak.

Ondanks dat het een film betreft waar de acteurs het voornaamste aandeel vormen, zijn het Russell’s cinematografische keuzes die het geheel net boven het maaiveld laten uitsteken. De algehele stijl is logischerwijs wat ruizig, rauw en ‘van de straat’. Om de bokswedstrijden in VHS-kwaliteit in de film te proppen lijkt echter heel wat gedurfder, marginaal dat zij daardoor worden. Ook de keuze om het crackgebruik van Dick Eklund in de film te verwerken via een HBO documentaire, waarvan zowel het maken ervan als de vertoning in de film plaats vindt, is een interessant gegeven.

The Fighter is ondanks deze positieve kanten geenszins een film die baanbrekend is binnen het genre of echt indrukwekkende, maar een onderhoudend drama over een aan crack verslaafde aso-familie is het zeer zeker.


Onderwerpen: ,


2 Reacties

  1. rhoekstra

    Om ietwat tegengas op deze recentie te geven. Aan het eind van de film, tijdens de aftiteling zien we een korte scene van beide broers zoals ze zijn.
    Het valt direct op dat de wijze waarop Mark Walberg en Christian Bale de toon en emotie van de broers benaderen overeenkomt in de film. Ik ben van mening dat vooral Christian Bale zijn rol in deze recentie te kort word gedaan. Hij laat wederom zien waarom hij één van de betere acteurs is van huidige generatie.

  2. Kaj van Zoelen

    Het is trouwens alweer de derde keer dat Bale vermagerde voor een film. En met telkens een Batman film tussendoor moet hij zich elke keer weer helemaal oppompen. Het heeft toch iets krankzinnigs.


Reageer op dit artikel