De heldin van Helsinki
De Kaurismäki Conversaties (2/3): The Match Factory Girl (1990)

De Fin Aki Kaurismäki is een van de grootste Europese cineasten van de afgelopen twintig jaar. Een tijd geleden voerde ik enkele discussies over het internet met een Amerikaan over drie films uit verschillende fases van Kaurismäki’s carrière als regisseur. Omdat ik het resultaat daarvan best boeiend vond, leek het mij een goed idee om die teksten te vertalen naar het Nederlands zodat ze op Salon Indien geplaatst konden worden. De eerste discussie over Calimari Union uit 1985 is hier terug te lezen. De tweede (hieronder) gaat over The Match Factory Girl van 1990, het slot van Kaurismäki’s zogenaamde “Proletariaat trilogie”.

Kaj: “Waarschijnlijk stierven ze van de kou en de honger, ver weg in het midden van het woud.” Net als bij Calimari Union opent Kaurismäki zijn film met een citaat, hoewel deze makkelijker binnen de context van de film te plaatsen is: het is afkomstig uit een van Sergianne Golon’s Angelique romans, waarvan hoofdpersoon Iris een aantal op de plank heeft staan en elke verjaardag een nieuwe krijgt – de enige genegenheid van haar moeder die we zien tijdens de film. Wat kenmerkend is voor deze film, waarin eenzame Iris langzaamaan wordt gereduceerd tot niets – zoals de boom die door machines in lucifers wordt veranderd in de openingssequentie – door haar saaie baan in die fabriek, haar moeder en stiefvader en uiteindelijk door een date die haar vreselijk behandeld. Het is wonderbaarlijk hoe Kaurismäki dit mogelijk melodramatische verhaal op zulk een droge, observerende manier brengt – hoewel hij soms zeer slim popmuziek inzet – wat het niet alleen effectiever en ontroerender maakt maar ook meer zeggingskracht geeft.

Dern:  Ik betwijfel of je dat verjaardagscadeaus wel echt genegenheid kunt noemen aan de kant van de moeder van Iris. Gezien het citaat in de opening en hoe Kaurismäki benadrukt dat als Iris weggaat van huis ze niks uit de collectie romans meeneemt, geeft voor mij aan dat de boeken slechts afstandelijke, valse giften waren. Misschien heeft Iris wel nooit een pagina gelezen van die boeken, of begon ze aan één en had er een hekel aan. Voor welke reden dan ook lijkt het het enige cadeau te zijn dat ze ooit kreeg van haar ouders voor zover wij kunnen beoordelen, en ze heeft er duidelijk geen band mee.

De openingssequentie in de lucifersfabriek was hypnotiserend en zo goed gechoreografeerd, nietwaar? Het deed me denken aan de vele schitterende stille scènes in Koyaanisqatsi. Kaurismäki laat de vaardigheden zien van een groots documentarist in deze introducerende montage door het proces van boomstronk tot luciferdoosje werkelijk boeiend te maken. Je vergelijking van de boom met Iris is toepasselijk. Ze wordt inderdaad neergeslagen en gepest tot een schaduw van zichzelf en net als een lucifer ontsteekt ze uiteindelijk voor een briljant moment van helderheid voordat ze voor eeuwig uitbrandt. Kaurismäki heeft tot nu toe grote indruk op me gemaakt, niet alleen omdat ik beide films erg goed vond maar omdat hij heel verschillende vaardigheden als regisseur heeft laten zien in elke film, van het ongeremd maffe van Calamari Union tot de ingetogen, stilletjes verwoestende eruptie van The Match Factory Girl.

Kaj: Zo had ik er nog niet over nagedacht. Het zou ook kunnen dat ze de boeken wel las vroeger, maar dat ze symbool kwamen te staan voor haar relatie met haar ouders. Het zou nog steeds genegenheid van de moeder kunnen zijn, maar eentje die het resultaat is van het jarenlang negeren van haar dochter en de ontwikkeling van Iris’ smaak, wensen en/of dromen. Is dit nepliefde, of is hun relatie zo verrot dat dit de enige manier is die de moeder nog kent? Of is de moeder simpelweg niet in staat om zich op een andere manier dan deze uit te drukken?

Wat dan ook de moeders motivatie is, belangrijker is het deprimerende effect op Iris. Hoewel, de boeken zijn niet het enige wat ze achterlaat; alles behalve haar kleren blijft achter, ze heeft geen bezittingen waar ze om geeft. Maar toch is er een soort affectie zichtbaar als de moeder Iris voor een date voorbereidt, hoewel dit ook weer gepaard gaat met de neerbuigende manier waarop ze haar dochter als een klein meisje behandeld, wat wederom een naïviteit van de moeder suggereert rondom wie en hoe oud haar dochter is.

Het is opmerkelijk hoezeer deze film verschilt van Calamari Union en hoe meesterlijk Kaurismäki de verscheidene stijlen en tonen onder de knie heeft. Hoewel er ook overeenkomsten zijn, zoals de manier waarop hij popmuziek inzet en de melancholiek die in beide films is terug te vinden – die deze keer wel een stuk sterker is. Van de droge humor van de eerdere film valt echter nog maar een snufje te proeven. De enige keer dat ik echt moest lachen was tijdens de hilarisch oncomfortabele scène waarin de date van Iris in de woonkamer met haar ouders moet wachten. Toen ik er na afloop achterkwam dat The Match Factory Girl als komedie wordt beschouwd was ik enigszins verbaasd. Je kunt sommige aspecten absurd noemen, maar ik had nooit het idee naar een grappige film te kijken. Het contrast met komedie kan haast niet groter zijn in de scène waarin Iris huilt, voor het eerst echt emotie laat zien en een inzinking heeft terwijl ze naar een Marx broeders film kijkt in de bios. Net als Woody Allen in Hannah and her Sisters, tijdens welk hij een doorbraak heeft over dat het leven toch de moeite waard is, terwijl de wereld van Iris zo grauw is geworden dat zelfs de gebroeders Marx haar pijn en wanhoop niet kunnen verlichten.

Dern: Juist, het zou best eens de moeders verouderde manier kunnen zijn om een connectie te zoeken met haar dochter, of eigenlijk een concept van haar dochter dat al jaren bevroren is. Zeggen dat de genegenheid niet echt is, is misschien te stelling, maar zoals jij ook al aangeeft gaat het om het negeren van en de afstand tussen Iris en haar ouders.

Dit zien als een komedie? Ik had het nooit gedacht! Net als jij vond ik het enig echt humoristische moment die ongemakkelijke interactie tussen de date van Iris en haar miserabele ouders. Het grootse, van Conan O’Brien houdende volk van Finland heeft waarschijnlijk een behoorlijk duister, verwrongen gevoel voor humor als dit als een komedie beschouwd wordt. De toon is haast overwelmend somber. De bioscoopscène is het summum van die emotie. Als een van de grappigste groepen van het witte doek de protagonist, waar we mee sympathiseren niet vrolijk kunnen maken, hoe kunnen wij als publiek nog moed houden? Zeker, uiteindelijk serveert ze nog wel een koekje van eigen deeg, min of meer, maar dat haar (noch ons) geen echte voldoening brengen. Het is vast niet de richting waar ze met haar leven in wilde. De conclusie van de film biedt misschien tijdelijke bevrediging, maar ik zie haar geen werkelijke vrede of tevredenheid bereiken. Misschien doet ze dat wel, maar dat maakt het eigenlijk alleen maar triester.

Kaj: Wraak wordt hier inderdaad erg koud geserveerd. Misschien is het voor sommigen grappig wanneer Iris een man vergiftigt, die haar arm ongevraagd aanraakt in een bar. Maar het feit dat ze deze willekeurige gozer doodt voor niet meer dan een dronken halve versierpoging maakt zoals je zegt alles nog triester. Ik betwijfel echter of het idee van enige tevredenheid ook zo triest is. Voor een kort moment heeft ze complete controle genomen over haar leven, en laat haar naasten haar geen pijn meer doen. Dat leidt waarschijnlijk tot een enorme emotionele afstomping, wat erg treurig is maar tegelijk is die emotie nu wel haar eigen en is ze er de baas over.

Waar we het nog niet over hadden is de verandering in esthetiek. Niet alleen is deze film anders van toon dan wat we eerder zagen, hij ziet er ook behoorlijk anders uit. Een meer statische cinematografie met een kleurenpalet dat meteen “Europees” schreeuwde wat mij betreft. Misschien is dat het materiaal waar het op geschoten is, ik weet het niet. Onderkoeld blauw is overal, maar nog meer in het huis van Iris en in de fabriek, haar tweeling van repressie. Natuurlijk is haar avondjurk rood, net als het boek. Daarover gesproken, nu ik de film nog eens doorneem voor schreenshots zie ik dat ze het boek toch leest en terwijl ze dat doet een glimlach op haar gezicht heeft. Beide keren bied rood een soort ontsnapping. Aan de andere kant draagt ze een blauwe trui als ze haar dramatische beslissing maakt om alles om te gooien, dus misschien zit ik er naast.

Dern: Het gebruik van kleur is vrij streng, waarmee Kaurismäki een grauwer portret schets dan zelfs met het zwart-witte Calamari Union. En de actrice die Iris speelt, Kati Outinen, heeft een gezicht dat perfect past bij de melancholieke penseeltrekken waar elk beeldje van doordrenkt is. Uit een korte blik op haar filmografie blijkt dat haar vaak inhuurt, inclusief een rol in onze volgende film, dus ik ben benieuwd of haar talent ook de veelzijdigheid heeft die Aki ons tot nu toe heeft laten zien

Het laatste deel uit deze reeks zal over het in 2002 met een Gouden Palm bekroonde The Man Without a Past gaan.


Onderwerpen: , , , ,


2 Reacties

  1. HenkMul

    Toevallig zag ik dit minimalistische meesterwerk eergisteren. Ik ben het met jullie beide versies eens. Ze zijn overigens mooi verwoord, maar dat terzijde. Ik kan alleen niet meegaan in jullie ‘tragische lezing’. Want ik vond het wel degelijk komisch worden op het eind, naast het door jullie aangestipte Jiskefet-achtige tafereel in de woonkamer.

    De tragische situatie wordt zo radicaal doorgetrokken dat het puur absurdisme wordt. Ik kon haar wraakactie nog accepteren. Maar het achteloos ombrengen van de hitsige dronkelap in de bar, en vervolgens haar moeder, nee, daarin schiet Kaurismaki (bewust) te ver door. Iris was waarschijnlijk niet de allerslimste van haar klas, maar ik kan me niet voorstellen dat ze drie van zulke handelingen zonder enige morele wroeging zou uitvoeren.

    Ik moest smakelijk lachen om deze wending. En dat is een hele kunst van de regisseur. Niet alleen lach ik zelden om films. Ook de ommekeer (van tragedie naar komedie) was zo abrupt dat het eigenlijk niet zou moeten kunnen.

    Tot slot nog twee kanttekeningen. Je zegt allereerst: ‘De eerste discussie over Calimari Union uit 1985 is hier terug te lezen.’ Ik zie nergens een hyperlink staan. Ten tweede stel je dat de openingsquote uit een van Sergianne Golon’s Angelique romans komt. Als ik Rosenbaum (http://www.jonathanrosenbaum.com/?p=7130) mag geloven, gaat het om Ivan Turgenev’s Countess Angelika. Wie heeft er gelijk?

  2. Kaj van Zoelen

    Wat betreft die kanttekeningen: eerste was een foutje van me, klopt nu wel.

    Wat betreft die tweede, zo ziet het er bij mij uit:

    De enige verwijzing die ik naar een boek of verhaal van Turgenev met die titel op de eerste pagina’s van google kan vinden is in dat artikel van Rosenbaum, verder zie ik nergens bewijs op dit moment van het bestaan van dat boek. Terwijl je dat boek van Golon letterlijk in de film ziet.

    Wat betreft de interpretatie: of het zonder wroeging of met is, is moeilijk op te maken uit de film, aangezien die daarvoor ophoudt. Die dronkelap en die moeder, dat zijn trouwens toch ook wraakacties? Toegegeven, die zijn abstracter, maar ik zie het allemaal als onderdeel van hetzelfde schoon schip maken en radicaal het roer omgooien zoals ze eerder op een andere manier ook al doet.


Reageer op dit artikel