HAFF dag 3 (2/2)

4 april 2012 · · HAFF 2012

Vandaag bespreek ik de tweede helft van dag 3, waaronder de andere twee blokken van Competitie Nederlandse Shorts, waarvan de eerste wisselvallig was.

Competitie Nederlandse Animatie 2

Blok 2 van de Nederlandse animaties is eveneens wisselvallig, al zijn hier de pieken hoger en de dalen lager. Het blok begint goed, met A History of the Title Sequence, waar een tekentafel de basis vormt voor odes aan o.a Saul Bass, Maurice Binder en Kyle Cooper. Ook The First Cycle is goed gemaakt: een stopmotion waar een trui op unieke wijze in elkaar wordt gezet. Het einde kan beter, maar het concept is goed uitgewerkt.

Vervolgens volgt er weer een Sesamstraat-filmpje, genaamd Zusje. Het liedje is leuk, maar de stijl van het filmpje is weinig origineel: het houdt het midden tussen het werk van Gouden-Kalfwinnares Christa Moesker voor Sesamstraat en de wat ruwere stijl van Paul Driessen. Like is dan weer volstrekt origineel qua stijl, maar het is niet een stijl die erg fijn is om naar te kijken: een bizarre mix tussen cut-out-animatie, digitale effecten en een fout hip-hop-nummer. Gedurfd, maar niet geheel geslaagd.

Cheeta Man neemt een concept dat vaker in de shorts terugkomt: de gedachtenwereld van een kind tot leven gebracht met kinderlijke animaties. In dit geval letterlijk, want de beelden illustreren het fantasieverhaaltje wat een jongen aan zijn vader vertelt. Dubieus is dat deze jongen, waarschijnlijk niet ouder dan 10 of 11, er weet van heeft wie Rorschach uit Watchmen is.

Er zit ook in dit blok weer overlap, want Oedipus van Paul Driessen komt wederom langs. Hij blijft echter leuk, al was het zevenjarige meisje achter me niet heel blij met de morbide humor. Ze was echter ronduit bang bij Dolls Vs. Dictators, een nachtmerrieachtige cut-out-animatie, vol bloedvergieten en bizarre monsters. Het concept is aardig: barbiepoppen nemen het op tegen Dictators als Mugabe en Kim Jong-Ill. De stijl is hyperactief, kinetisch, houterig en voer voor nachtmerries, gezien de bizarre sterfscènes en het naargeestige karakterdesign. Deze potente mix van “Nightmare Fuel” is aanvankelijk dan ook sterk, maar ruim 5 minuten in deze stijl is veels te veel van het goede.

Ook dit blok kent een aantal reclamefilms, waaronder een mooi geanimeerde spot voor Naturalis, een hilarische videoclip voor Happy Camper’s Born With A Bothered Mind van het animatietrio Job, Joris en Marieke, en een spotje voor het Rode Kruis, die goed gebruik maakt van projecties. Ook is er weer een Cliphanger te zien, die op verassend nonracistische wijze uitlegt waarom Afrikanen een stuk harder kunnen lopen dan hun Caucasische evenknieën.

Erg goed is de korte productie Zelfportret van Illuster Productions (die sowieso een aantal briljante films op het festival hebben draaien). We zien Rembrandt worstelen met een zelfportret. Zeer letterlijk zelfs, wanneer Rembrandt’s portret het leven van Rembrandt probeert over te nemen. Vorm en inhoud sluiten perfect op elkaar aan, want de animatie lijkt qua lijnvoering op de schetsen van Rembrandt, en het prachtige laatste shot weet ook de sfeer van Rembrandt’s landschappen te ademen.

The Pink Widows heeft dan weer een sterk beginshot, maar weet de verwachtingen niet geheel waar te maken. Het concept is, zeker voor een short van een animatiestudent, wel erg goed geanimeerd. Overlap vindt weer plaats met een ander blok in de vorm van Chase, die nog steeds goed blijft en Mac ‘n Cheese, nog steeds matig. De sterkste film in het programma is Audition, een waargebeurd verhaal dat zich afspeelt in Auschwitz. Geheel zonder woorden, en zonder al te veel melodrama, weet regisseur Udo Prinssen de barre omstandigheden en voortdurende dreiging duidelijk te maken. Hij kiest opvallend genoeg niet voor een kleurloze, realistische stijl, maar voor een kleurrijke, expressieve stijl, waarbij krijttexturen en vingerafdrukken stilistische touches zijn die de originaliteit van de film naar een hoger plan tillen.

★★★☆☆


Competitie Nederlandse Animatie 1

Ook blok 1 kent overlap. Zo zag ik in andere programma’s al Big Signal en The Monster of Nix langskomen. Ook is er een enorm grote focus op reclamefilms, met een mooi geanimeerd spotje voor het Amsterdam Historisch Museum genaamd Amsterdam Dna, het slechte Blije Banaan voor Fair Trade producten, een uitstekende cliphanger over fruitvliegjes en de videoclips Ik Neem Je Mee voor Gers Pardoel (vervelend liedje, aardige animatie), Dynamite voor Kraak en Smaak (mooie mix van stijlen, veel te fetisjistisch en seksistisch), en Poisson Vert voor Nobody Beats the Drum (mooi gemaakt, weinig variatie).

Dan blijft er nog vrij weinig tijd over voor de echte korte films, die over het algemeen best oké zijn. 55 Sokken is een lieve silhouettenanimatie over de hongerwinter. Een aparte stijl en een verrassende conclusie vermijden zwaarmoedigheid, zonder dat de ernst van de situatie te niet wordt gedaan. Tape Generations van Johan Rijpma is een uitschieter in het blok. Een Norman McLaren-achtige animatie, waarin de geluiden en natuurlijke bewegingen van afrollend plakband worden gebruikt voor caleidoscopische patronen. Werkelijk geïnspireerd.

De Lijn, van Sjaak Rood, is eveneens een sterke non-narratieve film. Een experiment in beweging, waarbij we constant een lijn in een lop volgen tot deze vanzelf tot leven lijkt te komen. Fata Morgana is dan weer een ander uiterste. Even ruw qua animatie als De Lijn, maar qua plot veel meer in de geest van de Looney Tunes. De bewegingen zijn heerlijk expressief, de humor effectief, en het filmpje maakt indruk met de hilarische conclusie.

Requim 2019 is dan weer bijzonder slecht. Prachtig geanimeerd, maar meer heeft het regie-debuut van Rutger Hauer (in co-directie met Sil van der Woerd) niet te bieden. Rutger Hauer komt oog in oog met een walvis, en dan verandert de short in een verkapte Greenpeace-spot. Wil ik een preek, dan bezoek ik wel een kerk. Protest Flatness is leuk geanimeerd, maar het verhaaltje is zo dun dat de clou plat op zijn bek valt. Minder goed geanimeerd is het wat klungelig uitziende Gerontomatic, dat echter wel over een perfecte komische timing bezit, en de beste aftiteling in het festival.

★★½☆☆


Adventures in Plymptoons.

Een programmaonderdeel waar ik reikhalzend naar uitkeek was Adventures in Plymptoons. De documentaire over de onafhankelijke animator met het zieke gevoel voor humor bleek echter een van de grootste teleurstellingen van de festivals.

Het probleem is dat regisseuse Alexia Anastasio geen regie-ervaring lijkt te hebben, en dat uit zich in alles. Van een nietszeggende introductie waarin zij met een schaamteloos staaltje zelfpromotie zichzelf presenteert, tot aan een pijnlijke conclusie die de films van Bill Plympton verneukt met slechte photoshop-effectjes en een schandalig gebruik van chroma-key… het is behelpen.

Het helpt ook niet dat Alexia geen idee heeft hoe je een film monteert: de bekende namen, als Ralph Bakshi, Terry Gilliam en David Silverman voeren toneelstukjes op voor de camera, maar nergens hebben ze echt iets wezenlijks te zeggen over Bill Plympton. Schandalig is het opvoeren van Ron Jeremy, die hahahahilarisch on screen gepijpt wordt, maar verder niets van waarde te zeggen heeft over Plympton. Valt er dan iets te zeggen, dan bedt Anastasio het niet in binnen een context, waardoor de film aan elkaar hangt van losse quotes en hoofdstukjes die nooit één geheel vormen.

Een spanningsboog mist, maar de interviews zelf zijn pijnlijk lelijk geschoten. Het groene scherm loopt bij de contouren deels over in de geïnterviewden en voorhoofden e.d worden lelijk afgesneden. De geluidsmixage is ook om te huilen, waarbij de helft van de tijd hetzelfde riedeltje te hard door de gesprekken heen gemixt wordt, en de andere helft een ander riedeltje. Adventures in Plymptoons is een volstrekt mislukte documentaire. Een amateuristische productie die de naam Bill Plympton bezoedelt en niets weet te zeggen over de beste man.

½☆☆☆☆


Onderwerpen: , , ,


Reageer op dit artikel