Meta-moordenaars: de horrorfilms van Bernard Rose

23 oktober 2012 · · The Horror

Bernard Rose heeft in zijn carrière drie horrorfilms gemaakt die qua toon totaal van elkaar verschillen, maar die tegelijkertijd alle drie facetten zijn van dezelfde thematiek: de ongelooflijke, soms ongemakkelijke kracht van verhalen vertellen.

De eerste horror van Bernard Rose is Paperhouse (1988), een aparte combinatie van jeugddrama en horror. Het verhaal gaat over een ziek meisje, Anna, dat de kracht heeft om een fantasiewereld in het leven te roepen met pen en papier. Daar ontmoet ze, in een zelf getekend huis, een andere bedlegerige jongen die haar fantasie kan bewonen in zijn dromen. Dromen en werkelijkheid lopen in elkaar over en de boel loopt in het honderd wanneer Anna haar vader toevoegt aan de tekening. In de fantasiewereld verandert hij in een moordend monster dat er op uit is de twee kinderen en hun fantasiewereld aan gort te rijden.

Het horror-aspect komt pas vrij laat in de film, en lijkt vooral bedoeld te zijn om Anna’s moeizame relatie met haar vader uit te werken in het fantasiegedeelte. Een belangrijker thema lijkt te zijn hoe we onze kunst laten beïnvloeden door ons leven en hoe onze kunst ons leven weer beïnvloedt. Kunstenaars hebben de macht iets te creëren dat de macht heeft om onze levens te veranderen. Kunst en realiteit beïnvloeden elkaar. In wezen is Paperhouse dus een film die gaat over zichzelf: over de kracht van het kunstwerk. Om te benadrukken dat de film gelezen kan worden als een meta-film eindigt het laatste shot op een multi-interpretabele manier. We zien Anna’s vriendje vertrekken in een helikopter. De schaduw van de helikopter is te zien op de kustlijn in een gigantisch overzichtshot. In wezen een shot dat binnen de plot past, maar ook een shot dat over zichzelf gaat. Het helikoptershot van de schaduw van de helikopter is geschoten vanuit de helikopter wiens schaduw we zien. Mind blown.

Candyman (1992), de tweede horrorfilm van Bernard Rose, en zijn grootste hit tot nu toe gaat over hetzelfde thema. In dit verhaal onderzoekt de academische onderzoeker Helen het hoe en waarom van de Candyman-mythe. Volgens deze Urban Legend komt “The Candyman”, een vermoorde Afro-Amerikaan met een haak in plaats van een hand, tevoorschijn om je te vermoorden wanneer je zijn naam vijfmaal uitspreekt in de spiegel. De Urban Legend heeft in The Projects, de zwarte buitenwijken van Chicago, vooral een levende reputatie, en wanneer ze verder onderzoek doet kruist al snel haar pad met “The Candyman.”

Interessant aan de film is dat er gesuggereerd wordt dat het geloof in de mythe, en voornamelijk Helen’s onderzoek naar de mythe, ervoor zorgt dat The Candyman in het leven wordt geroepen. De finale lijkt dit idee zeker te bevestigen. Interessant is dat de film cinematografisch op dit idee aansluit. We beginnen de film in een realistische setting. Zodra we in The Projects terecht komen krijgt de film een nog grauwere, realistischer benadering dan eerst. Maar langzaam aan verandert The Projects in een sprookjesachtige omgeving, door stilistische elementen in de graffiti en de belichting. Zodra de finale zich aandient bevinden we ons in volledig folkloristische modus, waarbij de belichting en cameravoering steeds theatraler en sprookjesachtiger worden. Een verschuiving die geleidelijk aan plaats vindt, wanneer de Candyman in de film steeds meer macht toebedeeld krijgt.

De meest recente horrorfilm van Bernard Rose is ook een experiment in stijl en benadrukt nog eens extra de meta-elementen van de voorgangers. Snuff-Movie (2005) begint als een Gothische horrorfilm in de stijl van Roger Cormans Edgar Allan Poe-verfilmingen. We zien als snel dat deze vrije verfilming van The Fall of the House of Usher afgespeeld wordt in het huis van regisseur Boris Arkadin. De toeschouwers zijn een groep hippies, die vervolgens filmen hoe zij de vrouw van Boris vermoorden. We bevinden ons min of meer in een vrije bewerking van een tragische episode in het leven van Roman Polanski. Na deze Manson-Tate-murders bevinden we ons in het heden waar Boris Arkadin een groep acteurs uitnodigt in zijn huis om een film op te nemen.

Deze acteurs krijgen geen script, maar worden geregistreerd door verborgen camera’s. Al snel blijken de beelden bereikbaar vanaf een bepaalde website, waarbij duidelijk wordt dat er geen sprake is van een film, maar een snuff-website. Een voor een worden de acteurs afgeslacht, maar ook hier blijkt niets te zijn wat het lijkt. In een uiterst naargeestige en bizarre finale krijgt de film religieuze en seksuele implicaties. In een bizar coda wordt weer in twijfel getrokken wat we hiervoor hebben gezien.

Snuff-Movie is een soort van moderne versie van Peeping Tom en stelt eveneens vragen bij het voyeurisme van de moordenaar, en het vergelijkbare voyeurisme van de filmkijker. Nog meer blijkt de film te gaan over het proces van filmmaken zelf, waarbij de coda ervoor zorgt dat we alle schoonheidsfouten (en dat zijn er veel) zoals acteerwerk, dialoog en cameravoering als bewust kunnen lezen. Of het zo bewust is blijft de vraag, want Snuff-Movie is door de (al dan niet bewuste) incompetentie nauwelijks kijkbaar als film. Waar Bernard Rose in Paperhouse en voornamelijk Candyman een perfecte balans wist te vinden tussen plot, horror en meta-aspecten slaat de balans in Snuff-Movie helaas om naar enkel het laatste aspect. Een film mag over zichzelf gaan, maar dan moet er ook wat zijn om over zichzelf te vertellen.


Onderwerpen: , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel