Ouderwets postmodern: Babe: Pig in the City (1998)
Malen over Miller (9)

29 december 2012 · · Malen over Miller

Babe kijkt naar

Babe: Pig in the City, het vervolg op de door George Miller geproduceerde succesfilm Babe (1995), is de eerste regieklus van Miller waarin hij de wereld bekijkt vanuit het oogpunt van dieren. Hierna zou hij dit herhalen met Happy Feet (2006) en Happy Feet 2 (2011), maar het is in Babe: Pig in the City dat hij dit het beste doet. In Babe werd het oogpunt van dieren aangenomen, maar Babe: Pig in the City gaat daar verder in. Waar Babe namelijk de dieren vooral liet bespiegelen op andere dieren kijkt de sequel vanuit dierlijke visie naar de mensenwereld. De zo door Miller geliefde ecologische thema’s zijn dus ook hier veelvuldig aanwezig.

De diersoorten van de mensenwereld en postmoderne stadsgezichten

Interessanter is echter dat Miller, die houdt van archetypes en grote gebaren, door een dierlijke blik aan te meten de wereld kan chargeren en registreren op een wijze die hem met mensen niet lukt. Nog meer dan in zijn andere films is de wereld in Babe: Pig in the City cartoonesk. De mensen worden letterlijk opgedeeld in kliekjes. Je hebt de rijke snobs, die allemaal hetzelfde eruit zien, als sterren in films uit de roaring twenties met veren in hun hooggevlochten haar gepriemd. Je hebt de dierenhandhaving, die allemaal schuimrubberen pakken dragen en zo uit een steampunkfilm van Terry Gilliam lijken weggelopen. Je hebt de wetshandhavers, strakker in het pak en vierkanter dan in welke film ook. En op straat zie je ook verschillende subculturen: van kliekjes Hell’s Angels tot de semi-pornosterren uit muziekvideos van de jaren negentig. Zelfs een uniek personage als Esme Hoggett, de verzorger van Babe en de vrouw van de boer uit de eerste film, krijgt gelijken in de vorm van twee boerse dierenliefhebbers (een man op het vliegveld en een rechter) die beiden, net als Esme, visueel vergeleken worden met Babe vanwege hun molligheid en wipneusjes. George Miller bekijkt de mensenwereld als het ware alsof het de dierenwereld is: met verschillende soorten die zijn in te delen op hun uiterlijke kenmerken en hun rituelen.

Maar ook de stad is gesimplificeerd, duidelijk vanuit een dierlijke visie. Alle grote wereldsteden zijn samengesmolten tot één grote metropool, waarin belangrijke monumenten als de (toen nog bestaande) Twin Towers, de Golden Gate Brug, het Operagebouw van Sydney, de Eiffeltoren, het Kremlin, het Vrijheidsbeeld, het Christusbeeld van Rio de Janeiro, de Toronto Tower en het Hollywood-sign allemaal te zien zijn in één zelfde overzichtshot, gezien vanuit een Venetiaans aandoende straat waarin Babe verblijft. Het is de postmoderne metropool, zoals dieren die ervaren, vol indrukken en zonder enige vorm van logica.

De antropomorfisering van dieren

Het oogpunt van de dieren brengt wel mee dat deze geantropomorfiseerd, vermenselijkt, worden. De dieren dragen hier en daar mensenkleding en krijgen allerlei menselijke eigenschappen aangemeten, meer dan in Babe. Zo is er niet alleen een muizenkoor maar ook een kattenkoor, fungeren honden als een soort van maffia en dragen chimpansees en orang-oetans kleding. Het is passend voor een film die teruggrijpt op cartooneske, vroegere vormen van entertainment dat het idee van dieren als acteurs weer eens uit de kast wordt getrokken. De manier waarop een volledig dieren-universum gecreëerd wordt waarin mensen ondergeschikt zijn doet denken aan vroege Hollywood-werkjes als Chuck JonesOrange Blossoms for Violet (19452), waarin resusapen alle rollen vertolken, of alle Dogville Comedies van regisseur Zion Myers die voor Warner Brothers tientallen filmpjes met honden in alle rollen regisseerde.

Terug naar het verleden

Het teruggrijpen op ouderwets entertainment komt ook naar voren in de cartooneske slapstick, een favoriet van George Miller. Hier is het slapstick op volle toeren, met als hoogtepunt een stuiterend einde in een balzaal. De film kent ook een ouderwetse Disney-ballad, die zo kitscherig is dat deze ongetwijfeld bedoeld is als knipoog en ode. Ook de vaudeville-act van een zeer creepy circusclown is ouderwets en de muziek onder zijn teloorgang (Non, je ne regrette rien) is ook klassiek. Het feit dat deze oude, smerige clown gespeeld wordt door een klassieke tienerster uit jaren 30 films, Mickey Rooney, spreekt boekdelen.

De scène met Mickey Rooney is enorm duister en intens, en ook in andere scènes komt iets van Miller’s exploitation-verleden naar boven. De actiescènes zijn àla Mad Max van een zeer laag standpunt gefilmd en bestaan uit zeer spannende auto-achtervolgingen. Deze auto-achtervolging leidt tot de tijdelijke dood van een personage, wat Millerop extreem duistere wijze in beeld brengt door het hulpwieltje van deze invalide hond langzamer te laten draaien, terwijl deze op zijn zij liggend de laatste adem uitblaast. Ook een scène als die waarin Babe zijn leven aan zich voorbij ziet trekken is duister genoeg voor een familiefilm en nog vaker scheren personages op de rand van leven en dood. De combinatie tussen ouderwetse zoetheid, ecologische impulsen, enerverende actie, cartooneske slapstick en duistere, ongemakkelijke scènes is typisch Miller, en Babe: Pig in the City is misschien wel zijn magnum opus. In ieder geval is het zijn meest onversneden werk: een gewaagde, krankzinnige film met een zeer groot hart.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel