Waarom film?
7. Venster op de wereld

6 november 2012 · · Analyse + Waarom Film?

‘Na Kuifje in Afrika nu ook Kafka in Afrika’, het droge commentaar van mijn kijkgenoot toen we na de vertoning van Hyènes (1992) de zaal verlieten. Meer nog dan het kafkaëske gegeven van een man die veroordeeld wordt door een rechtbank die door zijn slachtoffer is opgekocht, vatte zijn opmerking de staat van verwarring samen waarin we als Westerse kijkers achterbleven bij het zien van deze Senegalese film. Met een menu dat voornamelijk uit Westerse en Aziatische films bestaat, was het moeilijk doordringen tot de betekenis van wat ik zag. Filmtaal universeel? Ik geloof het niet. En dan is er nog de gigantische culturele barrière. Wat reizen mede zo aantrekkelijk maakt, valt feitelijk vanaf je bank te beleven: ingewijd worden in een cultuur, manier van denken en leven die vreemd voor ons is. Film als venster op de wereld.

Zo langzamerhand wordt het een rode draad door deze serie. In eerdere artikelen schreef ik al over doorgronding van het perspectief van de regisseur en die van de historische tijdsgeest. Uiteindelijk draait het kijken naar film, of wat voor kunstvorm ook, om het begrip krijgen van waar je naar kijkt. Als dat slaagt bij een film die daar op een prikkelende manier toe uitdaagt is dat de gezochte beloning, al is de weg er naar toe vaak interessanter dan het uiteindelijke doel.

Een van de essentiële factoren om dat begrip te krijgen is zondermeer de culturele achtergrond. Het valt ons misschien nauwelijks meer op bij Franse, Amerikaanse of Italiaanse films, zo vereenzelvigd zijn we na tig films met de culturele achtergrond waartegen ze gemaakt zijn. Om Inland Empire of Persona te begrijpen is het nauwelijks nodig een beroep te doen op het hedendaags Amerikaanse respectievelijk naoorlogse Zweedse referentiekader. Veel belangrijker is het de taal en de persoonlijke gedachtegangen van David Lynch en Ingmar Bergman aan te voelen.

Met enige gêne herinner ik me hoe ik mijn eerste Iraanse film, Taste of Cherry, in een review afkraakte en de deksel op mijn neus kreeg van een meer ervaren filmkijker. Terecht, want ik had duidelijk vanuit een perspectief gekeken dat voor deze film niet toereikend was. De manier waarop ik naar Amerikaanse of Nederlandse films keek schoot tekort bij deze film, waarvoor de culturele context niet te negeren viel. Nu, vele Iraanse films later zie ik patronen in hun cinema; het reizen, de prominente plaats van kinderen, de observerende cameravoering, de losse, geïmproviseerde vertelstijl, de spiegeling van fictie en werkelijkheid.

Met het zien van dergelijke patronen, valt zo’n vreemde cultuur steeds beter aan te voelen. Eenmaal bewust van culturele kloven bij het kijken van films, is het zelfs heel aantrekkelijk films uit vreemde culturen op te zoeken. Het appelleert aan precies hetzelfde gevoel bij het ontdekken van een nieuw genre of filmstroming, of originele creatieve geest van een filmmaker. De filmbagage kan even geparkeerd worden, je kunt met een frisse, nieuwsgierige blik opnieuw leren kijken.

Wat dat betreft kan ik na Hyènes wel concluderen dat Afrika in het filmlandschap de absolute Mount Everest is. Een cultuur die zelden tot ons komt, heel lokaal van aard is en in kunstzinnig opzicht andere waarden en betekenissen kent dan wij in het Westen gewend zijn. In het slot komt een bulldozer een ingevallen dorpje vernielen, op de achtergrond een blinkende stad. ‘Ah,’ dacht ik, ‘eindelijk een beeld dat ik snap, dat ik ken van Westerse beeldtaal’. Voor Senegalezen zal het klip en klaar zijn wat de rest van de film te betekenen heeft, voor mij was het al snel duidelijk dat ik deze film nooit op zichzelf zou kunnen doorgronden. Een gevoel even frustrerend als prikkelend.


Onderwerpen: , , ,


7 Reacties

  1. beavis

    Goed om hier een review van te zien… aan de ene kant… maar als de strekking min of meer is dat de film maar moeilijk te begrijpen zou zijn door gebrek aan culturele kennis, dan mag ik daar nog wel even tegen in werpen dat het hier gaat om de verfilming van een zeer Westers toneelstuk. Eerder al verfilmd in de US door Bernhard Wicki (the Visit). De amateur-acteurs zijn misschien even wennen, en het feit dat we een heel Westers verhaal krijgen waar je wellicht meer iets in de West-Afrikaanse “griot” traditie zou verwachtten, maar als Djibril Diop Mambéty één ding in zijn films laat zien dan is het volgens mij dat filmtaal juist wél universeel is… (toch? :))

  2. Rik Niks

    Dat had ik me nog niet zo gerealiseerd, en er zitten zeker universele elementen in, zoals de hebzucht van de bewoners van dat dorpje, of het wraakthema. Maar de manier waarop het verteld werd, had ik geen moment het idee dat ik volledig begreep wat er precies aan de hand was en waarom dat op die manier filmisch verteld werd. Ik kan ook niet zo goed duiden waar dat precies in zit. Misschien kijk ik er ook op een te rationele manier naar, waar dat er niet op die manier ingelegd wordt. Maar ja, Afrikanen voelen een Afrikaanse film aan zonder erbij na te hoeven denken, zoals wij dat met Nederlandse films hebben, en zolang ik geen Afrikaan ben moet het toch daar ergens mee beginnen, wil ik er meer begrip van krijgen.

  3. Camera Obscura

    Oe, om even heel eerlijk te zijn, zat me een beetje te verbijten na het lezen van dit stuk. Beavis gaf al een aanzetje, maar wat is nu precies de reden dat je deze film wilde bespreken, Rik? Anders dan dat je de film niet begrijpt. Want over de film, de regisseur of de Senegalese cultuur, wat dan ook, hoor ik weinig.

    ‘Der Besuch der alten Dame’ waar Mambène Hyènes op gebaseerde, heb ik toevallig voor Duits moeten lezen. Dat is niet om op te scheppen. Dürrenmatt ontkwam je bij Duits amper aan als het om na-oorlogse literatuur ging, stond verplicht op de leeslijst, zo obscuur is het niet. En ja, heb zelf de Franse dvd (fijne editie, incl. Engelse opties, waar je ook veel achtergrondinfo op kan vinden).
    Staat notabene op de cover Friedrich Dürrenmatt , evenals op de credits als je de film kijkt, en op de IMDb. Je raadpleegt toch wel even waar een filmmaker zijn bronmateriaal of inspiratie vandaan haalt voor je een stuk met een dergelijke insteek schrijft? Eén googletje… en je bent klaar.

    Overigens hoeft de film niet persé ‘Westers’ te zijn. Het laat (wellicht) universele thema’s in een Senegalese setting zien. Ja. dat is anders. Maar het is geen exotische Afrikaanse mystiek. Dürrenmatt streefde bijvoorbeeld een sterk gestileerd, vervreemdende manier van toneel na (‘Dürrenmatt’s Dramentheorie’). Denk Brechtiaans, maar dan wat minder rigide. Sambène heeft veel van deze ideeën duidelijk meegenomen (overgenomen?). Niet om alle credits naar Dürrenmatt door te schuiven, maar het is een essentieel element in hoe Sambène deze film wilde aanpakken. Senegalezen vinden het misschien net zo vervreemvend…

    En je reactie op Beavis:
    ‘Maar ja, Afrikanen voelen een Afrikaanse film aan zonder erbij na te hoeven denken, zoals wij dat met Nederlandse films hebben, en zolang ik geen Afrikaan ben moet het toch daar ergens mee beginnen, wil ik er meer begrip van krijgen.’

    Je bent Nederlands (denk ik tenminste), daar kan je weinig aan veranderen, maar als je je niet verdiept in de achtergronden van een film en roept hoe bizar, mystiek en Afrikaans (mijn woorden) het allemaal is, weet ik niet hoe ik dat moet opvatten anders dan luiheid.

    En je eerdere afwijzing van Taste of Cherry (misschien wel Kiarostami’s minste film overigens, pas weer een paar bekeken toevallig) aanhalen is wel eerlijk, maar vind ik een vreemd voorbeeld. Over universele filmtaal gesproken! Kiarostami kent echt geen (culturele) grenzen, wat mij betreft. Dat is nu juist zijn kracht. Ik denk dat genrefilms, zoals Bollywood, of pak en beet Jiddische komedies uit de jaren ’30 veel beter in die gedachtegang passen. Bij die films mis je écht veel als je niet thuis bent in die cultuur (niet dat het ze minder leuk hoeft te maken, films zijn op zoveel manieren ‘te kijken’).

  4. Camera Obscura

    Correctie: waar ik Sambène (of zelfs Mambène) zei, bedoel ik natuurlijk Mambéty. Excuus. Lichtjes in de war – geen idee waar ik die namen vandaan haal.

  5. Henk Mul

    Afgeleid van Ousmane Sembène natuurlijk!

  6. Camera Obscura

    Dat zal het zijn! Ik ga alvast werken aan mijn francofoon West-Afrikaanse namengenerator. Het nieuwe gezelschapsspel voor jong en oud!

  7. Rik Niks

    Camera Obscura, ik denk dat je de insteek van dit artikel verkeerd begrijpt. Dit is geen recensie van Hyènes. Die film is enkel aanleiding om te schrijven over een fenomeen waar ik vaker tegenaan loop als ik films uit andere culturen kijk. Kritiek als dat ik te weinig op de film inga en een luie kijker zou zijn doet dus helemaal niet ter zake, dat is de insteek niet. En voor alle duidelijkheid, dat moeilijke (be)grip kunnen krijgen zie ik als stimulerend, allerminst iets wat ik zo’n film verwijt ofzo. Niet voor niets is dit artikel deel van een reeks waarin ik verschillende perspectieven beschrijf die voor mij reden zijn me in film te verdiepen.

    Toegegeven, in retrospectief, met jou uitleg over het bronmateriaal, was Hyènes misschien niet de meest gelukkige film om ter illustratie te laten dienen.

    Interessant vind ik je opmerking over universele filmtaal, waarin je verregaand gelooft. Ik deel dat niet. Natuurlijk bestaan er algemeen geldende regels, symboliek en gebruiken in film. Maar film is een creatief medium, waarbij de persoonlijkheid van de makers een bepalende rol heeft. Het is al onmogelijk een film bij benadering te snappen zoals een filmmaker hem bedoelt heeft, nog moeilijker wordt het als zo’n iemand ook nog eens uit een cultuur komt die ons grotendeels vreemd is. Op een dieper niveau mis je dan toch een en ander. Dat je er desondanks plezier aan kunt beleven, ja dat onderstreep ik ook.


Reageer op dit artikel