Barton Fink (1991)
Broederliefde: de films van Joel en Ethan Coen (4)

Barton Fink

Barton Fink (1991) zet twee lijntjes uit Miller’s Crossing (1990) voort. Ook hier is het verliezen van controle een hoofdonderwerp, wat hier wordt gesymboliseerd door waarschijnlijke onthoofding, in plaats van het verliezen van een hoofddeksel. Ook keren de antisemitische houdingen in de jaren 30 terug als een zijdelings thema in Barton Fink. Zo is de opmerking “Heil Hitler” van de demonische Karl Mundt wel erg opvallend en onduidbaar. The Coen Brothers stoppen Barton Fink vol met symbolen, sommigen evident, anderen minder grijpbaar. Het past binnen een film over een pretentieuze schrijver wiens artistieke ambities botsen met de verwachtingen van het commerciële Hollywood. Barton Fink lijkt een parodie op de artistieke auteursfilm, maar het is overduidelijk dat de knipoog bedoeld is, en dat The Coen Brothers nooit hun greep op de materie kwijtraken, in tegenstelling tot de hoofdpersoon.

Barton Fink als artistieke gevangene

Barton Fink werd geschreven toen Joel en Ethan Coen vastliepen tijdens het schrijven van Miller’s Crossing. Ze hadden een uitstapje nodig, en dat werd het transformeren van hun mini-writersblock in een film die letterlijk draait om de artistieke problemen van de hoofdpersoon, Barton Fink. Barton Fink’s writersblock wordt gesymboliseerd door isolement en het gevoel van gevangen te zitten. Elke ruimte in de film is zowat een symbolische gevangenis. Zo is er de doos die Fink krijgt van Karl Mundt, waar vermoedelijk een hoofd in zit; is het niet van maîtresse Audrey, dan is het die van Fink zelf. De hotelkamer neemt zelf de vorm van een gevangenis aan, met het kitscherige schilderij van een vrouw aan zee als enige “raam” op de wereld. Wanneer Barton letterlijk een slaaf wordt van de studio, is het niet verbazingwekkend dat dit beeld zich manifesteert in de echte wereld. Het is opvallend dat zijn manager een slavenlied zingt en schrijft aan een script over de slavernij. Ook de coulissen van het theater aan het begin lijken op die van de hotelkamer, waarmee de werkelijkheid van het hotel in twijfel wordt getrokken. Het is een symbolische gevangenis in het hoofd van Barton, die een script schrijft over een andere afgebakende ruimte waarin een strijd plaats vind: de box ring.

Dit script vormt zijn gevangenis. Hij komt er niet uit. Hoewel Fink pretendeert te schrijven voor én over de gewone man, weet hij geen weg te vinden in een script over een normale boxer. De medewerkers in het hotel zijn typische uit de klei getrokken karakters, maar Fink ziet ze nauwelijks staan. Charlie Meadows, zijn buurman, die uiteindelijk wordt ontmaskerd als de gestoorde moordenaar Karl Mundt, is een gewone man, een ex-worstelaar nota bene, maar Fink schenkt hem geen aandacht. Fink is denigrerend tegenover hem, noemt hem een “average working stiff”, zegt dingen als “to put it in your language” en breekt hem ruw af elke keer als Charlie aanheft met “I could tell you some stories”. Wanneer Barton Fink uiteindelijk vraagt waarom Charlie/Karl hem deze ellende aandoet wijt Charlie het aan zijn arrogantie: “because you DON’T LISTEN!!”

Een writersblock als de hel

Charlie wordt dan inmiddels neergezet als een demonisch wezen, en zijn uitvalbasis Hotel Earle als de Hel. De hints zijn er van het begin af aan: alleen de vormgeving van het hotel doet al warm en schroeiend aan met zijn pusgele en kotsgroene behang, de vele plantmotieven en tropische planten in de lobby en de kamers, de ventilatoren overal, en de onverklaarbare muggen (die niet horen voor te komen in LA). Het behang bladdert af elke keer dat Charlie binnenkomt of is langs geweest, die in zijn eerste dialoog wel twintig keer “Hell” zegt als stopwoord. Zelfs de introductie van het hotel verwijst naar de onderwereld: Chet, de lobby-medewerker komt vanuit een zeer diepe kelder, en in het eerste ritje in de lift wordt binnen een bestek van tien seconden drie keer 6 gezegd (666). De horrorlink die aan het einde duidelijk wordt gemaakt, zit al in een subtiele verwijzing naar de film met dat andere nachtmerrieachtige hotel The Shining (1980). Barton Fink ontmoet, in een klein uitstapje buiten het helse hotel, zijn “voorganger” W.P Mayhew in een badkamer. W.P Mayhew is net als Barton schrijver geweest van toneelstukken en boeken, die het zocht in Hollywood, maar vast bleef zitten in middelmatige worstelfilms. De scène is qua framing en sfeer vergelijkbaar met het gesprek tussen Jack Torrance (Jack Nicholson) en zijn voorganger als “caretaker” in een badkamer. Bij beide scènes is dit het moment waarop de situatie langzaam aan zal escaleren.

We kunnen stellen dat Barton’s writers block zich letterlijk manifesteert als een deal met de duivel. Is het niet de faustiaanse deal met Hollywood, dan is de gewone man wel demonisch. Het is tekenend dat Karl Mundt is vernoemd naar Karl E. Mundt, een leider van The House Un-American Activities Committee, die gekenterd was tegen communisten in de filmindustrie, oftewel, linksgeoriënteerde schrijvers als Barton Fink. Barton’s gevangenis en writer’s block is zelfgemaakt, omdat hij de gewone man niet begrijpt: hij schrijft films voor de elite, niet voor het volk. Hij luister niet naar de gewone man, Charlie. Hij neemt het politiek op voor de gewone man, maar kijkt op hem neer. En het lullige is, terwijl Barton Fink beweert iets te doen voor de gewone man door zijn meesterwerken te schrijven, had hij werkelijk Charlie op zijn wenken bediend door het schrijven van een gewone worstelfilm. Charlie Meadows, de gewone man bij uitstek, is fan van de films die Barton Fink niet kan en wil afleveren.


Onderwerpen: , , , , , ,


Reageer op dit artikel