Reviaanse fantasieën in thriller van Verhoeven
De Vierde Man (1981) & De Vierde Man (1983)

“Is het een verhaal?.. Er zit een verhaal in, op een bepaalde manier, maar tegelijkertijd is het zo hol, zal ik maar zeggen… Het is net of het in het midden leeg is… Het heeft geen… body, bij wijze van spreken…”, zo twijfelt Gerard Reve aan het eind van De Vierde Man, bij besluit van zijn verhaal. Een voorzet die Paul Verhoeven inkopte, met zijn verfilming 2 jaar na publicatie. De sobere roman werd getransformeerd tot wat wellicht Verhoevens meest barokke film is, met een overdaad aan symboliek, thematiek en verhoevensiaanse ingrediënten die in het boek niet terug te vinden zijn.

De roman

De Vierde Man is Reve’s poging tot een thriller, geschreven als Boekenweekgeschenk, maar te controversieel bevonden om als zodanig te verspreiden. Ook in de gestructureerdheid van een plot blijkt nog volop ruimte voor de gebruikelijke reviaanse denkbeelden, die draaien om homoseksuele fantasieën, het Katholieke geloof en de dood. Zoals vrijwel altijd is ook in De Vierde Man Gerard Reve zijn eigen hoofdpersoon, vanuit die werkelijkheid zijn innerlijke denkwereld via fantasieën uitend.

Na een voordracht in een Nederlands kustplaatsje blijft hij overnachten bij Christine, die bij nadere beschouwing wel wat weg blijkt te hebben van een jongetje. ‘s Nachts heeft hij een verwarde droom waarin een oude man hem het raadsel ‘wie nummer vier is’ voorlegt. Pas na ontdekking dat Christine al drie keer weduwe is, schiet hem de droom weer te binnen. Ondertussen blijkt er ook een Herman te zijn, een minnaar van Christine, die terstond hevige seksuele begeerte bij Gerard opwekt.

De adaptatie

Met een spin die een web spant over een crucifix en vliegen oppeuzelt, is al bij de openingscredits duidelijk dat de film elke soberheid van de roman overboord heeft gegooid. Dit soort beelden, zwanger van de symboliek, zullen nog veelvuldig terugkeren in de film. Het lijkt erop dat vooral het gegeven van een voorspellende droom Verhoeven heeft geïntrigeerd. Hij laat de gehele film verlopen als een droom, met wankele logica en dik aangezette beelden het onderbewustzijn blootleggend. Tegelijk duiken er voortdurend voorspellende aanwijzingen op, in zo’n mate dat het verloop de onafwendbaarheid krijgt van een kwade droom.

Daarin gaat Verhoeven veel verder dan Reve in zijn roman. Hij ontneemt Gerard bijna zijn identiteit door alle aanwijzingen zo nadrukkelijk op de ‘vierde man’ te richten. Het begint al op het station, als Gerard een rouwkrans ziet met zijn naam erop. Of later, als de van Christine gekregen overhemden van haar overleden echtgenoot blijken. Er ontspint zich een paranoiathriller, met een schijnbaar onafwendbaar noodlot. Ironisch genoeg doet Gerard zich richting Christine voor als helderziende, die háár lot kan overzien.

Natuurlijk laat zo’n concept waarin de visioenen van een alcoholistische schrijver alle ruimte krijgen, ook ruimte voor onder het oppervlak sluimerende seksuele fantasieën. Wat dat betreft is Verhoeven de heteroseksuele pendant van Reve; beiden gaan uit van een wereld waarin mensen veel meer door hun seksuele lusten worden gedreven dan ze toe zullen willen geven. Een wellicht ongemakkelijke waarheid, waarmee ze in het puriteinse Hollywood respectievelijk het verzuilde Nederland vaak als te banaal en pervers weggezet werden. Het is veelzeggend voor de verwantschap dat de meeste ‘reviaanse’ fantasieën die in de film gebotvierd worden, niet door Reve maar door de filmmakers zelf bedacht zijn.

Ook op andere vlakken zet Verhoeven zijn eigen stempel. Het geliefde thema van voyeurisme, afwezig in de roman, doet zijn intrede. In seksuele zin, als Gerard masturberend bespiedt hoe Herman en Christine seks hebben, maar ook door middel van de videotapes die Christine van haar veronderstelde slachtoffers maakt. In de noodlottige sferen van de film is de videocamera, gericht op Gerard, daarmee een mogelijk dodelijk wapen.

De overdaad aan Katholieke symboliek is in zeker opzicht vreemd. In de roman neemt dit geen enkele plaats in, terwijl dit gewoonlijk bij Reve een kernelement vormt. Andersom kan ik me geen film van Verhoeven heugen waarin religieuze symboliek een rol van betekenis speelt. Wat volgt is wel een boeiende interpretatie van reviaanse fantasieën, waar schuldgevoel en hang naar een religieuze geborgenheid en verheffing, mengen met de banale seksuele fantasieën van alledag.

De roman: ★★★½☆
De adaptatie: ★★★★½


Onderwerpen: , , ,


Reageer op dit artikel