De beschaving en andere hersenspinsels…
...beschouwd tijdens het maken van een uiterst kunstzinnige speelfilm (2009)

8 april 2014 · · Beschouwing

Beschaving3

De inzet is dat acteren niet alleen een manier is om je eigen identiteit te vormen, maar dat acteren het bindmiddel is in de maatschappij. De beschaving is net zo’n hersenspinsels als identiteit, en acteren is het ruilmiddel in de sociale cohesie van de beschaving. Volgens de mensen in de omgeving van Dick is er bij hem geen scheidslijn tussen wat hij denkt, wat hij doet, wat hij vindt en wat hij maakt. De gemene deler is dat hij in alle functies acteert. Er zijn een groot aantal scènes in De Beschaving die er op wijzen dat Dick zijn functie in de samenleving niet geheel anders is dan op de filmset. Scènes op de filmset blijken echt, en scènes in de stad blijken fictie. De filmset wordt zo een spiegel voor de samenleving.

Dit geldt niet alleen voor Dick, maar ook voor zijn acteurs. Één van de acteurs vertelt een anekdote waarbij hij verdwaald raakt, en zich uit zijn situatie weet te redden door te acteren. Door zijn theatrale dictie herkent de boer hem als acteur en wijst hem de weg naar de filmset. In zijn geval zijn acteur en persoon zo met elkaar versmolten, dat ook deze anekdote een rollenspel is. Verdwaald zijn in de samenleving en op de filmset keert in meerdere gevallen terug, als metafoor voor de onmogelijkheid precies het overzicht te houden op wat je aan het doen bent. De bewuste verduistering van wat fictie is en werkelijkheid in De Beschaving helpt mee om het idee te bewerkstelligen dat fictie, gerepresenteerd door de filmset, en werkelijkheid, gerepresenteerd door “het dagelijkse leven”, “de samenleving”, “de beschaving” geen enkel verschil kennen.

Wanneer een extra wordt gevraagd wat een acteur is legt hij de thesis van De Beschaving uit: een acteur is een persoon die een illusie kan creëren, een hersenspinsel zo u wil, dat niet te onderscheiden valt van echt. Kaganof is een acteur, Tuinder is een acteur. Maar zegt de extra, iedereen is bezig met rollenspel. De verschillende hoedjes die je op zet in het dagelijkse leven zijn niet anders dan de machinaties van acteren.

Maar dat is de crux van De Beschaving: als alles een hersenspinsel is, en iedereen acteert, hoe kun je jezelf dan kennen? De gedachte van Dick is dat het 20e eeuwse verlangen om jezelf te zijn, “the lonely modern desire to be recognized as who one really is” een onmogelijk gevecht is. En als iedereen onbewust acteert, wat is dan een acteur? Als Tara Elders haar identiteit écht actrice is, dan is ze niet zichzelf. “ Because if an actress, really is an actress. Then who she really is, isn’t”. De disconnectie met wie we zijn, de vraag of we zijn, dat licht ten grondslag aan De Beschaving. De enige manier waarop Tara Elders volgens Dick écht Tara Elders kan zijn is door zichzelf te spelen. En dat geld dus niet alleen voor Tara Elders, want iedereen in De Beschaving en de beschaving speelt in wezen zichzelf. Om een acteur op de set te quoten “The whole world is a film set and we are all merely players. Isn’t it. Who said that. Yes, I do remember, it must be mister shakespeare.”

Film is in De Beschaving dus een metafoor, of spiegel, voor de Beschaving, die laat zien dat alles in wezen een performance is. Om bij Baudrillard terug te keren is film dus een simulacra dat verhult dat de gehele samenleving, inclusief wij en onze identiteit, niets meer zijn dan een verhulling van het feit dat er geen realiteit, geen identiteit meer is. Het is een troosteloze maar prikkelende gedachte die ten grondslag ligt aan De Beschaving, en het is bijzonder dat Aryan Kaganof dergelijk ingewikkeld materiaal in een lichtvoetige en welhaast moeiteloze film weet te vatten.

Bladzijdes: 1 2 3


Onderwerpen: , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel