Through the Looking Glass
Performance (1970) en Dont Look Now (1973)

Als personages in het Roeg-universum in een exotisch milieu verzeild raken, dan is dat bedoeld als ontregelende wake-up call. In een enkel geval kiest het hoofdpersonage daar zelf voor. In Castaway (1986), plaatst Gerald een contactadvertentie: “Writer, 35+ seeks “wife” for year on tropical island”. Een duidelijke vlucht van routines en een verziekt Engeland, op zoek naar het oorspronkelijke zelf. Maar meestal is de ‘verbanning’ niet zelfverkozen. Zie bijvoorbeeld het vorige week besproken Walkabout (1971). Met name het meisje maakte een rite de passage door waarin ze geconfronteerd werd met de beperkingen van haar door beschaving geconditioneerde persoonlijkheid. Die psychologische zelfconfrontatie is een terugkerend element in Roegs films, al vanaf debuut Performance.

Die film, die hij nog samen met Donald Cammell regisseerde, leest als een LSD-variant op Persona (1966). Op de vlucht voor politie én misdadigers duikt de harde gangster Chas (James Fox) onder bij kunstenaar Turner (Mick Jagger). Na aanvankelijke antagonisme van beide zijden, smelten de personages op een dieet van geestverruimende middelen steeds meer samen.

Chas hebben we in het eerste deel van de film leren kennen als netjes, ijdel, een conservatieve machoman. Talrijk zijn de zinsneden en verwijzingen naar de (on)zekerheid over zijn identiteit. Spiegels en weerspiegelingen keren de gehele film terug, vooral in relatie tot Chas (op zoek naar zelfbevestiging?), maar later ook tot Turner. Van Turner leren we dat hij kluizenaarschap verkoos nadat hij in een transcendent ogenblik het kwaad in zichzelf zag bij de aanblik van zijn spiegelbeeld.

Turner oefent een zelfde macht over Chas uit als eerder zijn gangsterbaas Harry Flowers, en transformeert in de ‘videoclip’ Memo from Turner zelfs in hem. “The only performance that really makes it, is the one that achieves madness” roept hij uit. Laagje voor laagje de gecultiveerde persoonlijkheid van Chas afpellen is zijn doel, een vitale gekte blootleggen.

Turners vriendin Pherber ontfermt zich ondertussen over de vrouwelijke kant van Chas. Met pruik en uitgelopen lippenstift ziet Chas er niet alleen uit als een, slecht gelukte, vrouw, hij lijkt steeds meer op Turner, de toch wat verwijfde Mick Jagger. Als de gangsters ruw inbreken om Chas op te halen, komt ook zijn innerlijke ontdekkingstocht met een knal ten einde.

Typerend voor Roeg is de terugkeer naar de oude situatie, met een hint dat de time out toch enige sporen in de persoonlijkheid heeft achtergelaten. Een zelfde soort einde zien we ook in Walkabout, Castaway en, meer letterlijk, The Witches (1990).

De identiteit als een grotendeels braakliggend, onbekend terrein, triggert meer van Roegs films.”Nobody knows a damn thing about anyone,” heeft hij eens gezegd, een handicap die vaak voor de frictie in de verhoudingen tussen personages in zijn films zorgt. Ook zien we personages worstelen met de onbekendheid over juist hun eigen identiteit. Het meest briljant nog wel in Don´t Look Now.

In die film zet de verdrinkingsdood van een meisje de verhouding tussen haar ouders onder druk. De verschillen tussen Laura en John worden steeds geprononceerder en de afstand groter. Laura is een nieuwsgierige, extraverte vrouw die ook openstaat voor niet direct verklaarbare zaken op het vlak van geloof en paranormale zaken. Voor John geldt ‘seeing is believing’, een zelfverzekerde, rationeel ingestelde man die zich als restaurateur kan verliezen in details, maar geen enkel oog heeft voor de wereld om hem heen.

Die ingebakken houding komt voor John op losse schroeven te staan na een aantal onverklaarbare gebeurtenissen. Laura heeft zich dan al ingelaten met twee oude vrouwtjes, waarvan er een blind is en over helderziende gaven beschikt. In overdrachtelijke zin blijkt het steeds meer John te zijn die ‘blind’ is. De verontrustende beelden blijken aanwijzingen naar zijn dood te zijn. De ontdekking over helderziende gaven te beschikken komt voor John te laat, verkeerde interpretaties van wat hij zag worden hem noodlottig.

Ook in Dont Look Now is de plaats van handeling, Venetië, daarmee weer de exotische locatie die het hoofdpersonage uit zijn vertrouwde stellingnames haalt. De stad is in verval, en, buiten het toeristenseizoen, behoorlijk leeggelopen. De lakens zijn al over de meubels gedrapeerd in het hotel waar ze als enige gasten verblijven. “Venetië is als de resten van een maaltijd door gasten achtergelaten is.” John voelt zich weinig op zijn gemak, zelfs niet in een van de kerken (terwijl hij toch restaurateur is); “I don’t like this church at all,” vooral een indicatie voor zijn weerzin tegen geloofszaken. Opvallend is hoe moeizaam hij zich verstaanbaar kan maken, iets wat we ook al in Walkabout zagen. Hij wordt verkeerd of niet begrepen, of voor ‘signor Baster’ (ipv Baxter) gehouden.

John is niet in tune met zijn omgeving, en steeds meer daagt het inzicht dat zijn op ratio gestoelde kijk op de dingen de bottleneck is. In een moment van openhartigheid merkt hij op dat de oude vrouwtjes Laura iets konden bieden wat hij niet kon. Het is dan al te laat, want hij is reeds gevangen in een web van verwarring over vooruitwijzingen die zijn dood aankondigen. In tegenstelling tot veel andere films van Roeg volgt op het zelfinzicht geen terugkeer naar de vertrouwde situatie maar een fatale afloop.


Onderwerpen: , , , , , ,


Reageer op dit artikel