De overbruggende poëzie van Robert Lepage
Cinema als gedeelde droomwereld.

10 september 2015 · · Analyse + Poëzienema

Als ik denk aan poëtische cinema dan denk ik aan een associatieve montage die de grenzen tussen verhaal en gevoel opzoekt. Ik denk aan cinema die visueel de belevingswereld van een personage voelbaar maakt, zonder dat zijn gevoelens narratief uitgesproken worden. De vraag is of poëtische cinema daarbij automatisch individualistische cinema is: gemaakt vanuit de zinsbegoochelingen en vliedende herinneringen van een enkel personage. Als ik naar de films van de Canadees Robert Lepage kijk, denk ik van niet.

Robert Lepage, een toneelregisseur die bijklust als cineast, is weinig bekend buiten eigen land, ondanks samenwerkingen met Peter Stormare, Tilda Swinton en Kristen Scott Thomas. Hij is een filmmaker wiens werk er om vraagt ontdekt te worden, mede vanwege de volstrekt unieke stijl. In al zijn films spreekt een eigenheid, die zich vooral kenmerkt door de associatieve montage vol beeldrijm en het camerawerk dat verschillende tijden en ruimtes op knappe wijze aan elkaar verbindt. Twee voorbeelden van de unieke beeldpoëzie van Lepage:

In Le polygraphe (1996) wordt een actrice gevraagd zich een moment van paniek in te beelden. In één take verandert haar omgeving van een opnamestudio in een metro. Een man springt voor de metro. De actrice schreeuwt, terwijl de metro als een stroboscoop de actrice in flarden uit het zicht onttrekt. Voor de kijker is aanvankelijk niet duidelijk of deze gebeurtenis zich in haar hoofd bevindt, maar later blijkt dat ruimte en tijd overbrugt zijn door de camerabeweging, en de gebeurtenissen derhalve echt plaatsvonden. De onzekerheid over plaats en of iets werkelijk gebeurt, is visueel prachtig neergezet: poëtisch in zijn droomlogica, virtuoos in camerawerk. Cinema als de grote fantasiemachine.

Of neem de montage in Le confessional (1995), een film die zich in 1989 en 1952 afspeelt, ten tijde van respectievelijk rumoerige dagen in de gayscène en de opnames van Hitchcocks I Confess (1953). Hoofdpersonen zijn twee broers, de éne hetero, de andere homo, net als de hoofdpersonages in Lepage’s autobiografische The Far Side of the Moon. In 1952 doet een jong meisje met een krullenbos in Montreal auditie bij meneer Hitchcock voor zijn film. Haar dialoog loopt over in een stroom informatie, die doet denken aan de autocue van een nieuwslezer. Harde cut naar een televisie in een woonkamer in 1989. Een nieuwslezeres met een krullenbos leest van de autocue over de protesten op het Plein van de Hemelse Vrede. Dit soort associatieve montage is kenmerkend voor de films van Lepage. Alsof je naar de herinneringen kijkt van een persoon in halfslaap, waarbij flarden van gedachten losjes aan elkaar geplakt worden op semi-logische wijze.


De droomlogica lijkt vaak individualistisch: veel van Lepage’s films kennen een hoofdpersonage door wiens ogen we kijken. Maar niet zelden blijkt later dat de overbrugging van tijd en ruimte er één is naar een ander personage, een ander gezichtspunt. In Possible Worlds (2000) kan een personage letterlijk laveren door parallelle universa, maar in een van de sterkste momenten van beeldrijm verplaatsen we ons naar zijn visie via een ander personage: een rechercheur die onderzoek doet naar de moord op het hoofdpersonage in één van de universa. Het semi-autobiografische The Far Side of the Moon (2003) switcht voortdurend tussen twee broers, beiden gespeeld door Lepage, en Triptyque (2013) wisselt drie keer bewust van hoofdpersoon, om de overeenkomsten in ervaring van mensen duidelijk te maken.

Een van de sterkste thema’s in Lepage’s werk is dan ook hoe je op verschillende wijze kan kijken naar één gebeurtenis: Le polygraphe onderzoekt de moord op een jonge actrice vanuit drie personages: een regisseuse, een actrice die de rol van het slachtoffer speelt in een verfilming van de moordzaak, en een kelner die een verdachte is in de moordzaak. Alle drie de personages bevatten elementen van Lepage, die zelf ook ooit in de beklaagdenbank stond voor de moord op een jonge actrice, maar werd vrijgesproken toen de echte dader bekende.

Lepage vertoont dus overeenkomsten met de beschuldigde kelner die net als Lepage aan een spervuur van vragen wordt onderworpen door de politie, de regisseur die een film maakt over de zaak, maar ook de actrice, die trauma’s herbeleeft voor en door kunst. Maar de zienswijze van de drie personages is uniek, en niet overeenkomstig. De film besluit met een dialoog over de waarheid, over hoe film leugenachtig is, maar eveneens waarachtig. Lepage zelf gebruikt zijn personages als spreekbuis, maar ziet ook de inconsistenties in zijn eigen ervaring. Geen mens zit compleet logisch in elkaar, en Lepage breekt zichzelf op in facetten: personages die zelf ook weer facetten bevatten en onlogische wezens zijn.

De kracht van film is dat deze één uniforme visie kan overbrengen in de vorm van auteurscinema, maar ook vooral dat film vertroebelt. Dat personages uiteenvallen in allerlei onverenigbare eigenschappen. Dat thematische gronden verdeeld kunnen worden over verschillende personages, waardoor alle tegenstrijdigheden en nuances tot hun recht komen. De ongrijpbaarheid van herinneringen is vergelijkbaar met de poëtische ongrijpbaarheid van film. In de films van Lepage is cinema zelf (of kunst in het algemeen) een metafoor voor droom en gedachte: het personage in Le confessional wiens leven een spiegel is van I Confess, de filmische verwerking van trauma’s in Le polygraphe, de nagesynchroniseerde super-8-home video in Tryptique en de letterlijke klucht waarin het personage uit (1998) beland. Deze personages zien hun levens in film, zien zichzelf weerspiegeld worden in film. Deze films zijn de ‘eigen’ visie van een filmmaker, maar kunnen toegeëigend worden door een ieder, zoals door de personages. In het algemeen is film individueel, maar van iedereen. En er is overlap in kijkervaringen, hoewel deze nooit één-op-één zal zijn. Net als herinneringen.

De tijd-ruimte-spelletjes van Lepage zijn cinema in hun meest pure vorm: de afbraak van de individuele visie voor een gedeelde ervaring. Een overbrugging van levensbeschouwingen, kijkwijzes. Een erkenning van de onmogelijkheid jezelf te kennen. Poëtische cinema probeert de zintuiglijke waarneming en droomwereld van één individu toonbaar te maken en te delen met de hele wereld. In de films van Robert Lepage is de zintuiglijke waarneming en droomwereld al een gedeelde visie van meerderen.


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel