De Tweede Wereldoorlog in de jaren tachtig (3/3)
De aanslag (1986)

27 augustus 2015 · · Eighties, Europe? + Kritiek

De aanslag (1986)

Het is al zo vaak besproken: de slechte kwaliteit van de Nederlandse film. Zeker in de jaren zeventig en tachtig was onze cinema plat, vol seks en inhoudsloos. Dit vooroordeel, voor velen een gegeven, kent zeker een aantal uitzonderingen. De aanslag (1986) van Fons Rademakers, naar het boek van Harry Mulisch, is niet alleen een indrukwekkend verhaal over de oorlog maar laat ook zien dat Nederlanders wel degelijk goede cineasten kunnen zijn.

Eigenlijk zijn er twee elementen in deze film die eruit springen. Allereerst is dat de opbouw van het plot, dat mondjesmaat nieuwe informatie verschaft. Hiervoor lijkt er in eerste instantie geen noodzaak te zijn of puzzel die moet worden opgelost. Dankzij het tweede sterke element wordt dit wel degelijk belangrijk: de psychologische weerslag van een traumatische ervaring.

Die traumatische ervaring is die van Anton Steenwijk. In 1945 is hij twaalf jaar oud en wordt er in zijn straat in Haarlem een aanslag gepleegd op politie-inspecteur Ploeg, die voor de Duitsers blijkt te werken. De buren leggen het lichaam van Ploeg bij de familie Steenwijk voor de deur. Wetend dat er represailles van de Duitsers zullen volgen probeert Antons broer Peter het lijk terug te leggen maar dit lijkt te laat. De Duitsers vallen het huis van Anton en zijn ouders binnen en nemen de gezinsleden mee, waarbij Anton gescheiden wordt van zijn ouders. Vervolgens wordt hun huis in brand gestoken. De jonge Anton komt in een politiecel terecht waar hij een jongedame (Monique van de Ven) spreekt die van de aanslag afweet. De ontmoeting is kort maar maakt indruk op de jongen die de volgende dag ontdekt dat zijn ouders en broer zijn vermoord. Hij gaat bij zijn oom in Amsterdam wonen.

Vervolgens maakt de film een tijdssprong. We zien Anton (Derek de Lint) als student medicijnen begin jaren vijftig. Hij komt voor het eerst in jaren weer in Haarlem en bezoekt de plek waar zijn ouderlijk huis stond. Hij spreekt daar zijn vroegere buren en zodoende komen er een aantal herinneringen boven en een aantal nieuwe feiten. Zo blijken de buren die destijds Ploeg bij Anton voor de deur hebben gelegd met stille trom vertrokken. Een gegeven dat Anton niet echt lijkt te deren. Sowieso maakt Anton een rustige en vredige indruk, een keurige jonge student die niet ongelukkig is.

Een paar jaar later ontmoet Anton een vrouw in London waarmee hij een jaar later trouwt en een kind krijgt. Deze vrouw (wederom Monique van de Ven) lijkt enorm op de vrouw die hij tijdens die bewuste nacht in de cel sprak. Voor de kijker een verwarrend gegeven aangezien zij qua leeftijd nog dezelfde vrouw had kunnen zijn. Wel iets wat psychologisch goed te verklaren valt. Kennelijk heeft de vrouw die hij in de cel sprak hem onbewust veel bezig gehouden.

De aanslag

Weer wat verder in de tijd zien we Anton met zijn vrouw op de begrafenis van een oud-verzetsstrijder waar hij Cor Takes (John Kraaykamp) toevallig over de aanslag hoort praten. De twee raken in gesprek over de bewuste nacht en al snel blijkt dat Takes de aanslag op de politie-inspecteur heeft gepleegd samen met zijn vriendin die later door de Duitsers is vermoord. Deze vriendin blijkt dezelfde vrouw die Anton die nacht sprak en waar zijn vrouw zo veel op lijkt. Dit gegeven blijkt voor Takes van groot belang: hij realiseert zich dat zijn grote liefde in een andere cel zat dan hij dacht en hij haar dus mogelijk had kunnen bevrijden. Takes stelt Anton de vraag waarom hij zich nooit heeft afgevraagd waarom Ploeg bij hem in de tuin werd gelegd en niet bij de buren aan de andere kant, iets wat Anton zich tot dan toe nooit heeft afgevraagd.

Toevallig of niet vertelt de film ons vervolgens dat Anton van zijn vrouw scheidt en hertrouwt. Alsof het hoofdstuk rondom de vrouw in de cel afgesloten is en dat daarom de relatie kan eindigen. Jaren later bezoekt hij met zijn dochter Haarlem om te laten zien waar haar grootouders hebben gewoond. De vraag van Takes lijkt hem meer en meer bezig te houden en Anton krijgt paniekaanvallen. Aanvallen die filmtechnisch slim worden ingeleid. Zo zijn er een aantal props die Anton triggeren. Een dobbelsteen, die hij ook in zijn hand had toen de aanslag werd gepleegd of een kruidnagel die zijn moeder op de bewuste avond in haar kies had gestopt, zijn kleine dingen die hem overstuur krijgen. Anton realiseert zich langzamerhand dat zijn jeugdtrauma steeds terugkeert en hij vrede met het verleden moet zien te krijgen. Wanneer hij later toevallig de buurvrouw die het lijk van Ploeg heeft verplaatst spreekt, lijkt hij het hoofdstuk af te kunnen sluiten. Met de flashback die de film hier toont valt alles voor zowel kijker als Anton op zijn plaats.

De aanslag is dus vooral interessant omdat de film langzamerhand nieuwe details prijsgeeft en de kijker op hetzelfde kennisniveau plaatst als de hoofdpersoon. De film maakt goed duidelijk hoeveel indruk en weerslag een jeugdtrauma kan hebben. Ook al lijkt Anton een rijk en gelukkig leven te leiden, zijn verleden kan hij heel lang niet echt loslaten. Wat het onderbewuste hierin opslaat en met iemand doet wordt achteraf duidelijk door bijvoorbeeld de partnerkeuze van Anton. Ook de werking van geheugen en het oproepen van ‘nieuwe’ herinneringen door associatie en gesprekken wordt door deze film sterk verbeeld. Het slimme plot en de psychologische inslag werken dus goed en ondanks dat de film wat te lang is en een paar matige acteerprestaties kent mag De aanslag zeker tot een van de betere Nederlandse films uit onze geschiedenis gerekend worden.


Onderwerpen: ,


Reageer op dit artikel