IFFR 2015 #3: falende vaderfiguren en verdere verrassingen.

24 januari 2015 · · Filmfestival + IFFR 2015

Ik merk dat ik als filmkijker steeds kieskeuriger wordt, en dat geld zeker voor een festival als dit, waarbij het altijd een gok zal zijn of de goden der smaak jouw eigen interesses goed gezind zijn. Voor elke festivalganger zal dan op een gegeven moment het ook duidelijk worden dat je eigen voorkeuren volstrekt arbitrair lijken wanneer je ze naast anderen legt. In andere woorden: je kunt van tevoren moeilijk voorspellen of je iets goed gaat vinden of niet, en publiekspolls blijken zelden een goede graadmeter. Die ene festivalhit blijkt nauwelijks te verdragen, terwijl dat andere festivalhitje onverwacht opeens een schot in de roos blijkt. Ik zag twee films, beiden grote successen op festivals elders, met een opvallend thematische verbintenis: beiden gaan over het falen van de pater familias van een (samengestelde) familie, en hoe de rest van deze familie hiermee omgaat. Maar beiden illustreren ook de twee zijden van het festivalspectrum: zowel Frank als Turist zijn films die pas langzaam hun kernboodschap laten ontvouwen. In het éne geval blijkt de kern alle moeite goed te maken, in het andere geval keldert de boodschap de toch al niet al te beste film.

Frank (2014)

“Daar zullen we het hebben”, dacht ik aanvankelijk bij de film Frank, “weer een film over mensen met een sociale handicap die met ‘hun eigenheid’ laten zien hoe prachtig de wereld is”. Films over gekwelde genieën te over, en allen lijken ze gemaakt om een publiek van mensen zonder enkel probleem er van te overtuigen dat mensen met een handicap zo’n fantastische eigen kijk op het leven hebben. We hebben her hier over het meest neerbuigende soort film dat 43% van de mensheid die zelf te kampen heeft met stoornissen of psychische problemen beledigt. Frank begint aanvankelijk ook zo, wanneer de muzikant John, op zoek naar inspiratie, zich inschrijft in de commune van Frank, een man met psychische problemen maar muzikaal talent. Frank, die ten alle tijden een masker draagt, inspireert John, die zich desondanks beklaagt nog steeds geen gekweld genie te zijn.

Gelukkig houd de film niet op bij dit enigszins twijfelachtige standpunt. Op een gegeven moment wordt voor de kijker duidelijk dat John’s fantasieën over de artisticiteit van psychisch getroebleerde mensen, niet gedeeld moet worden door de kijker zelf. Sterker nog, John ontpopt zich min of meer tot de gedoodverfde schurk van zijn film, die met zijn als begrip gemaskeerde onbegrip Frank tot het randje duwt. De film maakt uiteindelijk een statement over gekwelde genieën dat genuanceerder is dan de buitenkant doet vermoeden: Frank is niet een muzikaal genie dankzij zijn handicap, maar ondanks.

Het masker van Frank, dat een quirky filmpje doet vermoeden over de inspirerende kracht van psychologisch getroebleerde mensen, ala Forrest Gump of het vermaledijde The Silver Linings Playbook, blijkt letterlijk een masker voor de ware kern van de film. De laatste scène nuanceert de boodschap nog eens. In een prachtige muzikale afsluiter smelten handicap en muziek samen, zonder dat de film de ene uit de andere laat voortvloeien. Ze bestaan naast elkaar, en zowel handicap als muzikaal talent zorgen soms voor vuurwerk. In de laatste scène knallen ze beiden prachtig, en is de muziek wonderschoon, en de pijnlijke emoties voelbaar. Daar heb je geen John voor nodig.

★★★★☆

Turist (2014)

Ik begin met een disclaimer: ik kan Ruben Östlund niet lijden. De enige film die ik hiervoor van hem zag was Play, een humorloos en didactisch gevalletje “nieuwe kleren van de keizer”, met een enigszins problematische boodschap bedoeld om tegen heilige huisjes te schoppen. Naast de controverse bood de film niks. Toen ik hoorde dat Turist meer humor zou bevatten, en genuanceerder zou zijn, besloot ik Östlund een tweede kans te geven. Dat had ik niet moeten doen.

Ik begrijp werkelijk niet waarom de gemiddelde recensent wegloopt met Östlund. Zeker, de vormgeving van Turist is secuur, speels soms ook, maar dat maakt nog geen goede film. Stilistisch is het om over naar huis te schrijven, maar narratief gezien, kan men in dit geval spreken over de vlag op de spreekwoordelijke modderschuit. In de film- waarin pater familias Tomas zijn mannelijke ego moet verdedigen tegenover zijn vrouw, wanneer hij weg van haar en de kinderen vlucht van een ongevaarlijke lawine- probeert Östlund immers weer een statement te maken. Ik als kerkverlater ben blij dat ik niet meer naar preken hoef te luisteren, en zit ook niet er op één te wachten in de bioscoopzaal.

Je kunt het eens zijn met de boodschap van de film of niet. De film is in wezen een exploratie van man-vrouw-verhoudingen, en wat we van de andere sekse verwachten qua rollenpatroon. Jammer is dat deze exploratie duidelijk toewerkt naar een voorgaande conclusie waarin Östlund zijn punt driedubbeldik onderstreept. Het helpt niet dat ik de moraal van de film zelf niet deel met de regisseur, maar als je machinaties in de plot zo duidelijk te zien zijn, vaal je wat mij betreft ook als predikant. Östlund hakt met een botte bijl erop los. De clichès vliegen je om de oren, en Östlund probeert er zich met gemak af te maken door het geheel te verpakken als komedie.

Het komedieaspect van de film maakt deze echter een nog bitterder dronk. Östlund ziet zijn personages als slachtvee op het strijdtoneel der seksen, en schept sardonisch genoegen in hun lwijd en. Enige ironie of sarcasme is ook wel aan mij besteed, maar de dedain die Östlund voelt voor zijn personages is op het storende af. Ik zie graag films met enige empathie: het idee dat elk personage, hoe belachelijk ook, in het minste geval enige interesse verdient. Östlund interesseert zich amper in zijn protagonisten, en speelt met zijn lens en personages zoals een kind speelt met een loep en mierennest. De neerbuigendheid geeft een nare smaak, en het prekerige sarcasme van de laatste scène versterkt dit gevoel. Östlund zit duidelijk in de school van cynisme alá Haneke en Solondz, die beiden als filmmaker meer nuance opbrengen dan Östlund probeert. Haneke is een groots regisseur, maar zijn prekerigheid is het minst interessante element. Solondz heeft een aantal klassiekers gemaakt, maar zijn zwarte humor is uiteindelijk het minste element in zijn latere werk. Östlund combineert de minst interessante kanten van Haneke en Solondz en voert deze tot het uiterste door. Uiterst onplezierige cinema.

½☆☆☆☆


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel