IFFR 2015 #5: Experimenteren moet je leren

26 januari 2015 · · Filmfestival + IFFR 2015

Ik gaf gister nog aandacht aan twee van de grotere producties op het festival, of titels die tenminste enige commerciële potentie hadden. Vandaag kijk ik naar twee kleinere producties, avant-garde meesterwerkjes, die beginnen met een bijzonder uitgangspunt, en die deze vervolgens op elke manier weet te ondermijnen. Zowel Swandown als Final Flesh spelen met de documentaire vorm, en beiden hebben een addertje onder het gras wat de vorm betreft. Bij de een wordt dit addertje zichtbaar door een zwaan, bij de andere door porno-acteurs.

Swandown (2012)

Swandown van Andrew Kotting heeft een simpel uitgangspunt: de documentairemaker stapt in een waterfiets in de vorm van een zwaan, en vaart van Hastings, aan de kust van Engeland, naar Hackney, in het midden van Londen, via de Britse waterwegen. Daarbij wordt hij vergezeld door een groot scala aan mensen, onder wie cultheld Alan Moore, schrijver Ian Sinclair, en komiek Stewart Lee, die allen wat te hebben vertellen over zwanen, Groot-Brittanië, de plekken waar ze langs varen, of de waterwegen ansich. Langzaam wordt de rivier van de reis een mythologische plek, met een occulte en mystieke betekenis, en blijken de ontmoetingen eerder te vertroebelen dan te verhelderen.

Swandown is een film over psychogeography, een tak van kunst en speelse pseudowetenschap die de verborgen motieven en thema’s van het landschap bloot wil leggen (of creëren). Alan Moore en Ian Sinclear hechten occulte betekenissen toe aan psychogeography, maar in wezen gaat het over een speelse manier om met nieuwe ogen naar het landschap te kijken, waarbij je je laat leiden door de toevallige patronen die op je weg ontstaan, of door de jaren heen ontstaan zijn door menselijke invloed. In Swandown word duidelijk dat de door mensen aangelegde waterwegen op een onderbewust niveau aan bepaalde patronen voldoen, die een gelijkenis met verschillende typische Britse mythologieën in zich meedraagt. Swandown wordt een afdaling in het onderbewustzijn van de mens, het landschap en uiteindelijk de film zelf.

Aanvankelijk begint de film namelijk ook als een zoektocht voor kijker en maker. Het eerste kwartier is dodelijk saai, omdat de zwaan nog slechts een zwaan is, de waterfietsende filmmaker nog slecht een waterfietsende filmmaker, en de kijker slechts de kijker. Wanneer de patronen zich beginnen te ontvouwen, en het onderbewustzijn van de participanten een onderdeel wordt van de interviews wordt Swandown ook qua vorm speelser. Langzaam maar zeker word de film steeds sprookjesachtiger, ritmischer en ongrijpbaarder. Vorm en inhoud sluiten zo perfect op elkaar aan, waardoor de film zelf ook ervaren kan worden als een lineaire progressieve reis van alledaags naar onalledaags.

★★★★☆

Final Flesh (2009)

Final Flesh is een soort van docu, maar dat zou je niet zeggen. De regisseur interviewt niemand, is niet aanwezig met de camera en het onderwerp is zich er niet van bewust te zijn onderdeel te zijn van een docu. Final Flesh heeft zelfs een plot, en acteurs, en een bizarre verhaallijn. Maar toch gaat Final Flesh, net als de gemiddelde docu, over het observeren van mensen in hun natuurlijke habitat. Het zit zo: filmmaker en komiek Vernon Chatman kwam achter het bestaan van porno-bedrijfjes die porno maken in opvraag. Je kunt je fantasieën doorsturen naar deze bedrijven, en die spelen deze dan voor je uit tegen betaling. Vernon Chatman schreef een script in vier bedrijven en stuurde een deel naar vier verschillende pornobedrijven. Zij kozen de casting, de regisseur, de cameraman, de belichting, de timing, de special effects, etc, op basis van het script van Vernon Chatman. Het werd een wild sociologisch experiment, want het script van Chatman is uitzinnig, bizar, ranzig en bovenal overduidelijk krankzinnig. Zonder eigen medeweten documenteerden cast en crew dus hoe ze zelf onderdeel werden van een practical joke.

Het is dan ook dit documenteren dat de film interessant maakt. Om het plot hoef je het niet te kijken, want het is een nauwelijks te volgen, nachtmerrie-achtige, post-apocalyptische aaneenschakelingen van opzichtige symboliek, slechte amateurkunst en perverse interesses (in de weer met (nep)-lijken, (nep-)familieleden, (nep-)uitwerpselen en (nep-)etenswaren). De steeds uitzinniger wordende dialoog en situaties lijken vooral bedoeld om de overgave van de acteurs te testen. Is anti-komedie nog steeds grappig als deze vertolkt wordt door iemand zonder komische timing, laat staan iemand die zich er niet van bewust is dat het komisch bedoeld is? Veel van de humor van Final Flesh zit dus niet in de (ook wel grappige) parodieën op performance art-paradepaardjes- zoals een scène waarin een acteur zichzelf ondergiet met water uit een pot “Tears of Neglected Children”- maar in het feit dat de acteurs deze zo geil mogelijk proberen te spelen.

Het leedvermaak is groot omdat de acteurs de krankzinnige fantasieën van een man zo geil mogelijk proberen te maken zonder enige vorm van acteertalent, maar vol overgave. De film is soms ook treurig en ongemakkelijk, omdat de situaties steeds uitzinniger worden en de acteurs maar niks door lijken te hebben en zichzelf steeds meer vernederen. De ongemakkelijke authenticiteit van de situatie herbergt het komedie-aspect, maar maakt van Final Flesh ook een hybride tussen film en documentaire- waarbij de rauwheid en eerlijkheid van het acteerwerk ongespeeld zijn. Ook de technische oneffenheden en schamele special effects zijn komisch én authentiek. Final Flesh gaat over mensen die zichzelf parodiëren zonder dat ze het door hebben. De discussie of porno exploitatie is kan ook toegepast worden op deze film, al speelt de exploitatie zich af op een geheel ander niveau.

★★★★☆


Onderwerpen: , , , , , ,


Reageer op dit artikel