Jeanne Dielman en de totstandkoming ervan
Jeanne Dielman (1975) en Autour de Jeanne Dielman (1975)

Als er uit het pre-Jeanne Dielman-werk één rode draad naar voren komt dan is het wel Chantal Akerman dat patronen opbouwt, om die vervolgens rigoureus te doorbreken. Stijl en inhoud vallen hier samen, wat het meest duidelijk te zien is in Je, Tu, Il, Elle (1975). Het juk van de vrouw is inhoudelijk de verwerking van een mislukte relatie, en stilistisch de sturing door de vertelstem. Wanneer ze zichzelf bevrijdt gaat dat hand in hand met een verandering van vorm; de dwingende vertelstem verdwijnt en de vorm wordt een stuk vrijer. Jeanne Dielman, 23 Quai du Commerce, 1080 Bruxelles volgt vrij logisch een zelfde patroon, maar is zoveel rijper dat hiermee pas gesproken kan worden van haar eerste grote, én grootste, film.

Het patroon dat opgebouwd wordt, is dat van de routine van eenvoudige handelingen die het dagelijkse leven van een huisvrouw vullen. Aardappelen koken, schoenen poetsen, brieven posten enz. Al in die simpele handelingen laat het personage Jeanne Dielman zich enigszins definiëren. Bed opmaken en pyjama opvouwen; netjes. Het licht steeds uit doen als ze een kamer verlaat; zuinig. Dagelijks poetsen van schoenen; verzorgde uitstraling belangrijk. Het monotoon voorlezen van een persoonlijke brief; afgestompte emoties. Handelingen definiëren het personage, omdat ze niet meer is dan de optelsom van de handelingen die ze verricht.

Toch laten de handelingen ook ruimte voor raadsels. Waarom zet ze de aardappelen op, precies voordat zich bezoek aankondigt? Ze blijkt als prostituee klanten aan huis te ontvangen, waarbij de duur van haar diensten precies overeenstemmen met de tijd die aardappelen nodig hebben om gaar te koken. Zo afgemeten voltrekt zich haar bestaan. Of: waarom wordt haar zoon gesommeerd niet te lezen tijdens het eten, terwijl moeder en zoon vervolgens geen woord wisselen tijdens het diner?

Gewoonlijk zou je zo’n vraag psychologisch duiden, iets in de richting van een kloof tussen moeder en zoon of nog allerlei betekenis méér. Maar zeker met het achterliggende werk van Akerman in het achterhoofd betwijfel ik of psychologische lezing van personages in traditionele zin, bij haar wel opgaat. Nu ben ik meer geneigd deze stilte te zien in de context van het patroon dat uitgezet wordt. Onverdeelde aandacht voor één ding tegelijk is de rode draad. Een ietwat Boeddhistisch principe die vergt dat alle aandacht enkel op, in dit geval, het eten gericht dient te zijn.

Het is misschien pas als op de tweede dag een aantal routines mislopen, dat duidelijk wordt dat haar gedrag in extreme vorm gefocust is op steeds één ding tegelijk. Weliswaar in perfectie beheerst, maar het laat geen enkele ruimte tot een geestelijke leefwereld, omdat alle concentratie naar de handelingen uitgaan. Op het moment dat er fricties ontstaan, zoals aardappelen die te lang koken, waardoor Jeanne hals overkop naar de groenteboer moet voor nieuwe aardappelen, ontstaat er plots ruimte in het strikte schema voor reflectie. Die ‘dode’ momenten zijn de daadwerkelijke doorbreking van het patroon.

Of je daarmee van een bevrijding kunt spreken is zeer de vraag, gezien de finale. Wel valt te stellen dat het schema aan handelingen een vlucht is van (existentiële) problemen, of daar in ieder geval toe resulteert. Maar het is ambigue, want Akerman lijkt me, mede op basis van de documentaire Autour de Jeanne Dielman, een regisseuse die geëngageerd is met de plaats van de vrouw in de wereld. En dat dat niet per sé het aanrecht moet zijn. In dat perspectief zijn de huishoudelijke taken een juk die haar belemmeren in haar zelfinzicht en –ontplooiing. De afloop is dan bepaald geen bevrijding, maar een reactie op een leven van onderdrukking als armlastige huisvrouw. Nogmaals, allerlei psychologische lezingen zijn óók mogelijk (zoals het betrekken van haar niet meer aanwezige man in de gehele motivatie), maar naar mijn idee denkt Akerman meer in concepten dan in menselijke motivaties.
★★★★★

Autour de Jeanne Dielman (1975)

Enkele bruikbare inzichten bij het interpreteren van Jeanne Dielman vallen te halen uit deze documentaire, die volledig bestaat uit opnamen van het filmproces van Jeanne Dielman. Deze concentreert zich vooral op de verhouding tussen Delphine Seyrig en Chantal Akerman. Die eerste is duidelijk een gearriveerde ster, die niet nalaat dat te benadrukken. Akerman is een verlegen, maar vastberaden meisje (25 pas) dat niet goed uit kan leggen waarom iets op manier A moet als Seyrig manier B oppert. Het roept de vraag op hoe weldoordacht Jeanne Dielman werkelijk is. De ordelijkheid en logica van de film suggereren een exact plan. Dat is er ook wel, maar Akerman lijkt het project meer intuïtief aan te vliegen dan rationeel verklarend. Misschien het verschil tussen een vrouwelijke en een mannelijke regisseur. Boeiend is te zien hoe ze zich samen het personage eigen proberen te maken (‘dit zou zij nooit zo doen’), waarbij een tante van Akerman blijkbaar een referentiekader is voor hoe bepaalde huishoudelijke taken gedaan horen te worden. Iets waar beiden natuurlijk geen ervaring mee hebben.

Delphine Seyrig horen we niet in directe zin spreken over haar beweegreden (als toch grote naam) mee te werken aan een lowbudget film van een onbekende, beginnende filmregisseuse. Wel blijkt ze een fervent feminist. Het kunnen werken binnen een grotendeels vrouwelijke crew, aan een film met enigszins feministisch thema, zal haar getriggerd hebben. Op een gegeven moment geeft ze een aantal jonge vrouwen uit de crew onderuit de zak, omdat die zich naar haar idee te weinig appreciëren in wat voor vrijheid ze onder deze regisseuse kunnen werken. Iets wat ze met mannelijke regisseurs niet mee zullen maken.

En is er een verschil in acteren van denken aan iets, en denken aan niets? Die momenten van contemplatie zijn cruciaal in de film, ze roepen natuurlijk de vraag op waar haar gedachten naar afdwalen. In de discussie die de dames hierover hebben, geeft Akerman interessant genoeg aan dat Jeanne niet denkt aan iets, maar dat losse gedachten door het hoofd kolken. Eigenlijk wat gebeurt wanneer men zich werkelijk op het innerlijk concentreert (meditatie). Dit is tegenovergesteld aan de insteek van Seyrig, die vermoedt dat Jeanne aan iets gerichts denkt, wat dan de motivatie voor de handelingen in de laatste akte zouden kunnen zijn. Nog een aanwijzing dat Jeanne Dielman niet zo zeer gaat over persoonlijke motivaties, maar over hoe de dagelijkse sleur zoveel aandacht opeist dat ze mensen stuurloos dreigt te maken.
★★★½☆


Onderwerpen: , , ,


Reageer op dit artikel