National Gallery (2014)
Een andere manier om naar kunst te kijken

12 februari 2015 · · Kritiek + Première

Het zal de huidige televisiekijker en kunstliefhebber ongetwijfeld niet ontgaan zijn dat er vandaag in het Rijksmuseum een tentoonstelling wordt geopend die het late werk van Rembrandt bijeenbrengt. Deze zelfde dag zal de documentaire National Gallery in première gaan, niet geheel toevallig, aangezien de Rembrandt-tentoonstelling een samenwerking is tussen het Rijks en zijn Britse evenknie. In feite kan je dus deelnemen aan twee kunstexposities, met één groot verschil: in Amsterdam zie je het resultaat in levende lijve, terwijl de drie uur die je in het museum van Londen doorbrengt een complete rondgang krijgt, inclusief een uitgebreide blik achter de coulissen.

Ah, zou je denken, een beetje zoals Het nieuwe Rijksmusem (2014), de film (en miniserie) over de jarenlange verbouwing van het gebouw in kwestie? Niet helemaal, want de regisseur van National Gallery, Frederick Wiseman, laat in zijn kenmerkende stijl geen talking heads in beeld komen, geeft geen uitleg van wie er praat en geeft geen indicatie van de verstreken tijd. Vraagt een schilderij ten eerste ook niet om een kale beleving en een eigen interpretatie, zonder dat je ervaring wordt ingevuld door de post-its van een omhooggevallen publieksfilosoof?

Natuurlijk, om een medium in zijn culturele breedte en een historische diepte te kunnen waarderen, heb je enige voorkennis nodig, of belangrijker: een gezonde dosis nieuwsgierigheid en openheid voor andere perspectieven. In die zin is National Gallery niet voor iedereen weggelegd, want de stijl en lengte kan uitputtend werken voor het ongetrainde oog. Toch is het alles behalve een documentaire voor alleen kunstliefhebbers en veel meer een werk over hoe instituten in culturele zin onze samenleving bepalen en wat wij er andersom van terug verwachten.

Frederick Wiseman, die 84 jaar(!) was tijdens het schieten van dit laatste megaproject (170 uur aan opnames, 6-8 maanden aan montage), begon eind jaren zestig in Amerika met een reeks sociale documentaires, zoals over een inrichting voor geestelijk zieken (Titicut Follies), een middelbare school (High School), een ziekenhuis (Hospital), en de bijstand (Welfare). Het is opvallend dat in al die decennia dat hij actief is geweest nooit zijn fly on the wall-stijl heeft aangepast en onverminderd productief is gebleven. Je kunt zijn werk daarmee opvatten als één groot, doorlopend project over de mens als sociaal en politiek dier, niet minder hoe David Attenborough zich even fanatiek voor de BBC heeft ingezet om het andere dierenrijk in kaart te brengen.

Wat Wisemans aanpak zo sterk maakt is dat hij de kijker niets voorkauwt. Hij laat de bezoekers zien, de rondleiders die hun verhaal houden, de schoonmakers na sluitingstijd, de curatoren en restaurateurs achter de schermen, de vergaderingen van het bestuur, hoe een tentoonstelling over Da Vinci wordt opgezet en een begroting wordt gemaakt, kortom alle ins and outs van het museumwezen. Het is echter aan de kijker om de verschillende onderwerpen te verbinden, de één ogenschijnlijk saai en bureaucratisch, de volgende speels en inspirerend, de derde nuchter en arbeidsintensief. In zoverre Wiseman een selectie uit zijn materiaal maakt, ontkom je niet aan een zeker ritme als narratief, maar doordat het verstoken blijft van commentaar, blijft een verder oordeel uit. Je wordt enerzijds dus in het ongewisse gelaten, maar anderzijds krijg je ‘alles’ te zien.

National Gallery lijkt in grote mate op het vier uur lange At Berkeley (2013), de vorige, indrukwekkende documentaire van Wiseman over de universiteit in Californië. Ondanks dat zijn nieuwste exposé een uur korter duurt, is hij iets taaier te noemen omdat enerzijds een zekere herhaling in het ritme sluipt en anderzijds het sociale milieu minder rijk is dan van zijn voorganger. De beelden blijven fascinerend, maar de onderwerpen zijn op een gegeven moment allemaal de revue gepasseerd en wanneer je voor de zoveelste keer ‘stiff upper lips’ met een gebrek aan fantasie hun beroep ziet uitoefenen, dan verlang je naar iets anders. Let wel, deze stereotypering van hoe ik de Britten ervoer is wat mij licht begon te vervelen, maar de beelden blijven door Wisemans aanpak in feite altijd ‘open’ voor ieders interpretatie. Evenals dat geldt voor de schilderijen uit ‘The National Gallery’ zelf.

De close-ups die Wiseman van bekende werken tussen gesprekken en geroezemoes voegt vormen met gemak het hoogtepunt van zijn scherpe observaties. Wanneer hij inzoomt op details, soms met commentaar van een rondleider op de achtergrond, heb je echt het gevoel dat je in een andere wereld duikt. Het is een manier van kunst ervaren die je onmogelijk met zo’n beeldende kracht kan nabootsen tijdens een bezoek aan bijvoorbeeld de nieuwe Rembrandt-tentoonstelling. Hier ligt het grote voordeel van hoe film iets kan toevoegen aan een bestaand medium, en hoe verfrissend het werkt wanneer commentaar niet op de voorgrond aanwezig is. The National Gallery is daarmee allesbehalve een over zichzelf kwijlende commercial over een ‘Once in an lifetimeeternity’-ervaring, die het Rijksmuseum ons voorschotelt.

★★★½☆


Onderwerpen: , ,


3 Reacties

  1. Rik Niks

    Klinkt goed, toch maar proberen mee te pikken.

  2. Rik Niks

    Het gebrek aan spanningsboog vond ik de film op een gegeven moment wel opbreken. De film over het Rijksmuseum heb ik niet gezien, wel de eerdere documentaire erover. Die had die spanning wel (daar was het onderwerp van een desastreuze verbouwing dan ook naar), maar liet toch ook beter de raderen waarop een museum draait uitkomen. Met alleen enkele hele lange flarden vergadering zonder context, komt dat niet echt uit de verf. Wiseman gaat duidelijk meer voor de biotoop die een museum is, en welke (sociale) eigenaardigheden hij daarin tegenkomt. In die opzet viel me vooral op hoe ontzettend gesloten het wereldje overkomt. Zaken als de behoeften van de bezoeker en een evenement voor de deur zijn als hete aardappelen waarvan men niet weet wat er mee te doen. Nee, dan liever jaren turen naar verflagen in de restauratieruimte. Zonder er een waardeoordeel over te hebben, fascinerend om te zien.

    Overigens zag ik wel degelijk passie en liefde voor het vak, zeker geen ” ‘stiff upper lips’ met een gebrek aan fantasie hun beroep ziet uitoefenen”. Het zijn hooguit vakidioten die zich vol enthousiasme verliezen in details die de leek te boven gaan, zoals je in elke discipline zulke vakidioten tegenkomt.

    Ten slotte ben ik het niet eens met je stellingname dat op deze manier kunst ervaren onmogelijk ‘live’ in een museum zo sterk zou kunnen. Er is nog altijd de magie van the real thing die via celluloid verloren gaat. Zeker geeft de uitleg van een gids extra handvat meer uit een schilderij te halen, maar ook dat is in een museum feitelijk mee te maken (al ben ik persoonlijk geen fan van guided tours door musea), danwel door zelf te verdiepen in achtergronden. En daarbij legt de ambiance van een donkere filmzaal het af tegen de betere museumzaal…

  3. Fedor Ligthart

    Spanningsboog! Dat is het woord dat ik tijdens het schrijven zocht toen ik het vaag in het midden liet met ‘een herhaling in het ritme’ van de beelden. ‘Biotoop’ is ook een mooie vondst. Wisemans vorige ‘At Berkeley’ vond ik in die zin ook sterker, omdat daar, ondanks zijn vier uur, duidelijk een spanningsboog aanwezig was: studentenprotesten die oplopen, de toekomst van het onderwijs in Amerika die op het spel staat.

    ‘Stiff upper lips’ is een flagrant stereotype, zoals ik al eerder schreef, die bij mij naar boven kroop toen ik me begon te vervelen met bepaalde bureaucratische figuren die voor mij de plezier uit de maatschappelijke functie van kunst haalde: het is allemaal zo gewichtig waar kunst voor moet staan (ergo, gebrek aan fantasie). De rondleidsters vond ik een stuk menselijker en persoonlijker in hun interactie. Dat wilde ik daarmee zeggen.

    Dat ik beargumenteer dat de beeldende kracht van deze documentaire in het beleven van kunst sterker is dan de laatste Rembrandt-tentoonstelling is polemisch bedoelt: ik denk niet dat ik vrolijk wordt wanneer ik me tussen de mensenmassa moet gaan murwen van een tot vervelens toe gepromote tentoonstelling van een tiental schilderen van een oude meester. Zie ook Rothko: gegarandeerd een transcendente ervaring die je tot diepe tranen zal beroeren!

    Ik zeg ook dat film een toevoegende waarde heeft voor een bestaand medium (de schilderkunst), geen vervangende. De close-ups van details in schilderijen waren in HD voor mij echt een toevoeging, een specifieke manier van beleven die ik niet altijd even makkelijk in het echt opdoe.


Reageer op dit artikel